Je leest:

Van solarlampje tot elektriciteitsnet

Van solarlampje tot elektriciteitsnet

Auteur: | 16 juni 2016

De ontwikkeling van duurzame energie zal in de derde wereld duidelijk anders verlopen dan in de westerse wereld, verwacht Martijn Veen, Sector­­leider Duurzame Energie bij ontwikkelings­organisatie SNV. “Zeker op de korte termijn zijn de klein­schalige oplossingen, dus los van bijvoorbeeld een landelijk elektriciteits­netwerk, in deze landen erg belangrijk.”

Een gesprek per skype-verbinding met het SNV-kantoor in de Tanzaniaanse provinciehoofdstad Arusha loopt niet zonder horten of stoten. Met enige regelmaat valt de verbinding even stil, waarna opnieuw moet worden ingebeld. “Maar dat ligt in dit geval echt niet aan onze energievoorziening”, lacht duurzame-energiedeskundige Martijn Veen. “We hebben weliswaar op dit moment een van de vele powercuts die het Tanzaniaanse elektriciteitsnet kenmerken, maar ons kantoor heeft ook een eigen dieselgenerator, dus dat is wel goed geregeld. Het is nu gewoon even een probleem met ons internet.”

Toch heeft Veen over dat internet niet echt te klagen, vindt hij. “En over mobiele telefonie al helemaal niet! Ik denk zelfs dat het mobiele telefoonnetwerk in grote delen van Afrika net zo goed, en misschien zelfs wel beter is ontwikkeld dan in heel veel Europese gebieden. Het scheelt ook dat men hier geen moeite hoefde te steken in het aanleggen van een vast telefoonnet. Die stap is gewoon overgeslagen.” In het verhaal over de ontwikkeling van duurzame energie in ontwikkelende economieën in Afrika, blijkt dat mobiele telefoonnetwerk uiteindelijk nog een belangrijke bijrol te spelen. Maar het verhaal van Veen begint bij energie als natuurlijke basisbehoefte.

Stoken op houtskool in de stad

“Op dit moment voorzien de meeste mensen in Tanzania in hun energiebehoefte door de stook van hout of houtskool. Zelfs in de gemiddeld iets betere wijk waar ik woon in Arusha koken de meeste gezinnen om mij heen nog op houtskool. En dat terwijl er dus wel een elektriciteitsnet is, en er ook flessengas beschikbaar is. Maar het stoken van houtskool is hier gewoon enorm ingeburgerd. Het is goedkoper dan het stoken op flessengas en ook zekerder en goedkoper dan elektriciteit uit het openbare net.”

Toch zitten er veel problemen aan de stook op hout of het daaruit geproduceerde houtskool. “Hier in de provincie, en ook in de meeste andere delen van Tanzania is hout nog niet echt schaars. Het kost in veel Afrikaanse landen met name de vrouwen op het platteland wel enorm veel tijd om eerst hout te sprokkelen voor ze ’s morgens kunnen gaan koken. Naast die tijdsinvestering zorgt het massale kappen van hout ook voor erosie en verlies van vruchtbare grond die anders door bomen zou worden vastgehouden. En last but not least veroorzaakt het binnenshuis stoken van hout enorme gezondheidsproblemen. Wat de meeste mensen hier doen is in feite niets meer en niets minder dan binnenshuis barbecueën. Nou, dan weet je het dus wel. Dit binnenshuis barbecueën is uiteindelijk de belangrijkste doodsoorzaak, vanwege de chronische gezondheidsschade.”

Houtvuurtjes en COPD

Onder de dertigers op het platteland van Oeganda komt de chronische longziekte COPD opvallend veel voor. Dat bleek in 2015 uit een inventarisatie door de Friese huisarts Frederik van Gemert en collega’s, die werd gepubliceerd in het tijdschrift Lancet Global Health. “De belangrijkste risicofactor in dit onderzoek bleek de blootstelling aan houtrook in huis”, stelt Van Gemert. “Bij een steekproef onder bijna 600 Oegandezen had ruim 16% duidelijke symptomen van COPD. Van die patiënten was vier op de tien tussen de 30 en 39 jaar oud. Als je deze getallen doortrekt naar de rest van de wereld, dan betekent dit dat onder de drie miljard mensen die wereldwijd worden blootgesteld aan houtrook, COPD veel meer voorkomt dan we denken, met name onder de jong volwassenen.”

Van Gemert en collega’s benaderden ruim 600 mensen van dertig jaar of ouder uit dertig dorpjes in het district Masindi in Oeganda. Naast een enquête, waarbij onder andere werd gevraagd naar aanvallen van kortademigheid, werd bij de uiteindelijk 588 deelnemers ook een longfunctieonderzoek onderzoek verricht.

Koken op houtvuur heeft nog het meeste weg van ‘binnenshuis barbecueën’.
Imageselect, Biowetenschappen en maatschappij

Koken op houtvuur

Volgens Van Gemert is een dergelijke inventarisatie nog niet eerder uitgevoerd op het platteland van Afrika. “De weinige getallen die beschikbaar zijn komen uit de steden en betreffen bovendien mensen boven de 40 jaar. In relatie tot de blootstelling aan houtrook rond het koken op het platteland is nog nooit een betrouwbare inventarisatie in Afrika uitgevoerd.”

De meeste campagnes die gericht zijn op het terugdringen van koken op houtvuurtjes, zijn ingegeven door de problemen rond erosie, stelt Van Gemert. “Door het koken op houtvuurtjes is er natuurlijk de nodige ontbossing. Ook moeten vrouwen en kinderen erg veel tijd besteden aan het verzamelen van hout. De problemen rond de blootstelling aan houtrook in huis worden vaak ook wel genoemd als een probleem, maar tot nu toe had niemand nog serieus onderzoek gedaan naar dat gezondheidsrisico onder de plattelandsbevolking in Afrika.”

Roken en houtrook

Het voorkomen van COPD onder de onderzochte mensen is in vergelijking met Nederland (4%) al hoog: 16%. “Dat beeld wordt nog dramatischer als je naar de leeftijdsopbouw kijkt”, stelt Van Gemert. “Waar de incidentie van COPD in Nederland boven de veertig pas voorzichtig begint te stijgen, waren de dertigers in het door ons onderzochte gebied de grootste groep.” Die hoge percentages verklaren de onderzoekers, naast een fors percentage rokers (7% van de vrouwen en 34% van de mannen) met name door de blootstelling aan houtrook: 91% van de mannen en zelfs 95% van de vrouwen. Door die enorme hoge percentages was het evenwel onmogelijk om een betrouwbaar relatief risico van houtrook te berekenen. Er waren eenvoudig weg niet voldoende mensen die níet werden blootgesteld aan houtrook voor een betrouwbare vergelijking.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 juni 2016

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.