Je leest:

Van ‘halte’ tot ‘hartje’

Van ‘halte’ tot ‘hartje’

Auteur: | 6 mei 2007

Is het ‘aansluiten op’ of ‘aansluiten bij’? Het kiezen van het juiste voorzetsel levert vaak problemen op. Maar ook bij taalgeleerden heerst onzekerheid, want wat is een voorzetsel nu eigenlijk precies? Nard Loonen ontwikkelde een heel nieuw systeem om die ongrijpbare woordjes te benaderen.

Een leraar moet zijn leerlingen soms overhoren over dingen die hij zelf nauwelijks begrijpt. Als pas afgestudeerde docent Nederlands deelde Nard Loonen in de klas toetsen uit met zinnetjes waar op een aantal plaatsen het juiste voorzetsel moest worden ingevuld (‘Reden … twijfel achten wij niet aanwezig.’) Na verloop van tijd begon het de docent op te vallen dat de lesboeken die hij gebruikte geen enkele moeite deden om uit te leggen hoe je dat moest doen, de voorzetsels juist gebruiken. Een leraar kon zijn pupillen een invuloefening voorleggen en daar punten voor geven, maar als die punten onvoldoende waren, stond hij met lege handen.

Zeven jaar geleden besloot Loonen daarom in zijn vrije tijd onderzoek te doen naar de Nederlandse voorzetsels. Dit voorjaar promoveerde hij aan de Universiteit Utrecht op een proefschrift getiteld Stante pede gaande van dichtbij langs AF bestemming @- een titel met enkel woorden die sommigen als voorzetsel zien. In dit proefschrift doet Loonen verslag van zijn onderzoek naar allerlei aspecten van deze onderbelichte woordsoort.

Loonens proefschrift is niet alleen bijzonder door de opvallende titel of doordat de praktijkervaring van de leraar erin wordt gecombineerd met kennis van taalwetenschappelijk onderzoek, maar ook door de vorm. Het is niet gedrukt en bestaat alleen op cd-rom. Dat betekent dat de lezer een muziekje hoort als hij het voorwoord leest, en met eigen ogen in een videofragment kan zien wat de constructie randje buitenspel inhoudt. Het gaf Loonen bovendien de ruimte om lijsten met duizenden vaste voorzetselverbindingen op te nemen, en al zijn onderzoeksresultaten gedetailleerd te beschrijven.

Thiemetest

Een van de toetsen die Loonen gebruikte om na te gaan hoe het gesteld is met de voorzetselkennis onder beginnende studenten, noemde hij de ‘Thiemetest’. De naam verwijst naar het feit dat de test bestond uit zinnen die Loonen met enkele wijzigingen overnam uit een lesmethode van uitgeverij Thieme ( Incorrect Nederlands). Deze toets bestond uit zestig zinnen waarin de proefpersonen het juiste voorzetsel moesten invullen. Hieronder staan tien van deze zestig zinnen.

1. Het is ons een raadsel, waarom u erbij blijft ontslag te nemen, nu wij ….. al uw verlangens tegemoet gekomen zijn. 2. Wij zijn u ….. al uw verlangens tegemoet gekomen; wij begrijpen daarom niet, waarom u uw ontslagaanvrage handhaaft. 3. Ons inziens had het ….. uw weg gelegen de fout onmiddellijk te herstellen. 4. ….. overtreding ….. het rijtijdenbesluit werd de transportondernemer, die niet verschenen was ….. verstek veroordeeld ….. een geldboete ….. € 100.-. 5. Dit jaar ben ik ….. een groot bedrag hoger aangeslagen de ….. belastingen ….. inkomen en vermogen. 6. ….. deze aanslag moet ik ….. klem protesteren. 7. Vroeger gaf ik mijn kinderen hun zakgeld ….. het begin ….. elke maand, maar daar ben ik ….. teruggekomen toen ik merkte dat ze dan ….. de maand al ….. weer zaten. 8. De schaarste ….. goed fruit als gevolg van de natte zomer heeft ….. scherpe prijsstijgingen geleid. 9. Zijn werk bestaat ….. het verzamelen gegevens ….. de beroepskeuze ….. leerlingen die een middelbare school doorlopen hebben. 10. Die bejaarde man verheugt zich ….. het geluk ….. zijn kinderen.

Oplossingen: 1. aan; 2. in; 3. op; 4. wegens, van, bij, tot, van; 5. voor, voor/in, op; 6. tegen, met; 7. aan, van, van, halverwege, zonder; 8. aan, tot; 9. in, van, omtrent/over, van; 10. in, van.

Bang vermoeden

Het is volgens Loonen niet best gesteld met onze kennis van voorzetsels. Hij legde een paar groepen eerstejaarsstudenten toetsen voor zoals hij die ook in de klas had gebruikt (zie het kader hierboven). De meeste studenten hadden minder dan 75 procent van de antwoorden goed. Sommige constructies in de test zijn weinig alledaags, maar ook bij gewonere zinnen werden nog veel fouten gemaakt. “De scores”, schrijft Loonen, “voeden het bange vermoeden dat veel lezers/ luisteraars in nogal wat gevallen slechts een grove schatting kunnen maken van de betekenis van het taalaanbod.” Loonen heeft overigens geen onderzoek gedaan waaruit blijkt dat mensen inderdaad ernstig in de war raken van een tekst doordat ze de voorzetsels verkeerd begrijpen.

Nu blijken lesboeken en door taalgeleerden geschreven grammatica’s ook nauwelijks goede voorlichting te geven over dit onderwerp. De Nederlandse grammatica voor anderstaligen van A.M. Fontein en A. Pescher-ter Meer volstaat bijvoorbeeld met de volgende definitie: “Voorzetsels zijn woorden zoals aan bij in op enzovoort.” Andere spraakkunsten gaan wel iets dieper op de zaak in, maar tot een sluitende definitie komt volgens Loonen niemand.

Loonen besloot zelf een lijst met voorzetsels op te stellen, maar ontdekte snel dat die taak onmogelijk was, bijvoorbeeld omdat allerlei Nederlandse woorden wel in enigerlei context als voorzetsel kunnen worden gebruikt. Terwijl je vroeger zei dat de boot vertrokken was ‘in de richting van Milaan’, zegje nu datje afreist ‘richting Milaan’. Het woord richting is daarmee dus een voorzetsel geworden, zoals hartje dat is in de zin ‘Hij woont hartje stad’ en _halte_in ‘U kunt het beste halte Rijksmuseum uitstappen.’ De Vlaamse partij CVP adverteerde enkele jaren geleden met de slogan ‘Midden de mensen’.

In voetbaltaal – een onuitputtelijke bron voor de onderzoeker van modern taalgebruik – vinden we volgens Loonen veel voorbeelden: “Van Bronckhorst ontving de bal ‘punt’ zestienmetergebied, en schoot hem ineens ‘buitenkantje’ rechts ‘binnenkant’ paal en ‘onderkant’ lat in het doel”. Met die nieuwe voorzetsels is overigens wel iets vreemds aan de hand. Ze dulden bijvoorbeeld lang niet altijd een lidwoord de, het of een naast zich. Je kunt wel zeggen ‘Ik woon in de stad’, maar het is vreemd om te zeggen ‘Ik woon hartje de stad’.

Voorzetselmacro

Omdat de lijst voorzetsels zich almaar uitbreidt, lukt het niet om een definitieve lijst op te stellen. Een sluitende definitie was ook niet te vinden, en daarom maakte Loonen een ‘voorzetselflora’. Daarmee kun je door een aantal vragen te beantwoorden van een willekeurig woord in een zin vaststellen of het een voorzetsel is – zoals je in een gewone flora ook met wat vragen al snel uitkomt bij de naam van het plantje datje zojuist in het veld gevonden hebt. Hij vertaalde de flora ook naar een computerprogramma dat gratis van de website bij dit proefschrift kan worden gedownload. Bovendien geeft hij de aanzet tot een ‘voorzetselmacro’, die gebruikers van tekstverwerkers moet helpen hun voorzetsels beter te kiezen.

Loonens hart ligt bij het onderwijs. In het laatste hoofdstuk van zijn proefschrift ontwikkelt hij een nieuwe manier om leerlingen met voorzetsels te laten omgaan. Ook dit is een computerprogramma, dat op het eerste gezicht sterk lijkt op het soort invuloefeningen waar Loonen dertig jaar geleden al mee begon. Het verschil zit erin dat de computer anders dan de statische papieren toetsen de leerling kan uitleggen wat er misgaat. Die uitleg moet gebaseerd zijn op de betekenis van de gebruikte voorzetsels. Als een leerling in de zin ‘Nu moet Johan heel hard lachen … de oma’ het voorzetsel tegen invult, kan de computer bijvoorbeeld melden: “Je kunt wel lachen, knipogen, spreken of iets zeggen tegen iemand, maar dan ben je aan het communiceren. In deze zin communiceren Johan en oma niet met elkaar. Probeer een ander voorzetsel dat geen betekenis ‘communicatie’ in zich heeft.”

Vierhonderd voorzetsels op een rijtje

Door nieuwvormingen als richting Milaan en midden de mensen groeit de Nederlandse voorzetselschat voortdurend. Er valt dan ook niet meer dan een momentopname te maken van de Nederlandse voorzetsels. Loonen geeft waarschijnlijk de volledigste lijst die op dit moment beschikbaar is:

@, a, à, à la, aan, aan(…)door, aan(…)toe, aan(…)voorbij. aangaande, ab, absque, achter, achter(…)aan, achter(…)heen, achter(…)langs, achter(…)om, achteraan, achterin, achterlangs, achterna, achterop, achteruit, ad, al, al naargelang, alias, allangs, alleen, allernaast, als, alvorens(…)te, annex, anno, ante, anti, après, bachten, begin, begrepen, behalve, behoudens, belangende, beneden, beneffens, beneven, benevens, benoorden, beoosten, bestemming, betreffende, betrekkelijk, bewesten, bezijden, bezuiden, bij, bij(…)af, bij(…)langs, bij(…)vandaan, binnen, binnenaan, binnendoor, binnenin, binnenlangs, binnenuit, binst, blijkens, boven, boven(…)uit, bovenaan, bovenin, bovenlangs, bovenop, bovenuit, buiten, buiten(…)om, chez, con, conform, contra, contrarie, coram, cum, daargelaten, dan, dankzij, de, dichtbij, dichterbij, dienende, doende, door, door(…)heen, door(…)te, doorheen, een, eind(e), en, entre, even(…)als, evenals, ex, exclusief, extra, gaande, gaandeweg, gedurende, gegeven, gehoord, geleden, gelijk, gelijk met, geneven, genevens, getuige, gezien, half, halfweg, halte, halverwege, hangende, hartje, heen, her, het, hoek, hors, in, in(…)weg, inbegrepen, incluis, inclusief, infra, ingaande, ingevolge, inter, intra, inzake, jegens, junctis, juncto, kantje, klokke, klokslag, krachtens, lang, langs, langs(…)heen, langs(…)op, langsdoor, langsheen, langsop, langstegen, langszij, lank(e), lastens, lijk, lopende, luidende, luidens, medio, mee/mede, meegerekend, meegeteld, met, met(…)mee, met(…)te, middels, midden, middenaan, middendoor, middenin, middenop, middenuit, min, minus, mits, mitsgaders, na, na(…)heen, na(…)te, naar, naar(…)heen, naar(…)opaan, naar(…)toe, naargelang, naast, naastaan, nabij, namens, neffens. nessen, neugens, neugst, neven, neven(…)op, nevens, niettegenstaande, n’importe, nopens, ol, om, om en bij, om en de bij, om en nabij, om het even, om(…)heen, om(…)te, om(…)wille, omgeving, omme, omstreeks, omtrent, omwille van, onaangezien, onbegrepen, onbezien, ondanks, onder, onder(…)door, onder(…)langs, onder(…)uit, onder(…)vandaan, onderaan, onderdoor, onderin, onderlangs, onderop, onderuit, ongeacht, ongerekend, ongezien, onverkort, onverminderd, onverschillig, op, op(…)aan, op(…)af, op(…)na, op(…)toe, opzichtelijk, over, over(…)heen, overeenkomstig, overmits, par, per, plus, post, pour, pro, punt, qua, rakende, rand(je). rechtover, retour, richting, rond, rondom, salva. salvis, samen met, sans, secundum, sedert, sinds, sine, sint, spijt, spijts, staande, station, sub, super, te, te(…)behoeve, tegelijk met, tegemoet, tegen, tegen(…)aan, tegen(…)in, tegen(…)op, tegenover, ten, ten behoeve, ten spijt, ten trots, ten(…)uit, tenden, teneinde, teneinde(…)te, tengevolge van, tenzij, ter, terug, terzake, tevoren, tezijden, tijdens, toe, tot, tot aan(…)toe, tot en met, tot op, tot(…)aan toe, tot(…)toe, trots, tussen, tussen(…)door. tussen(…)in, uit, uit(…)vandaan, uitgenomen, uitgesloten, uitgezonderd, van, van onder(…)uit, van(…)af, van(…)af aan, van(…)kant, van(…)uit, van(…)vandaan, van(…)-wege, van(…)-zijde, vanachter, vanaf, vanonder, vanop, vanuit, vanwege, vermits, versus, via, vis-à-vis, vlakbij, volgens, voor, voor wat betreft, voor wat(…)betreft, voor zoveel betreft, voor zoveel…betreft, voor zover, voor(…)langs, voor(…)om, voor(…)te, voor(…)uit, vooraan, vooraleer(…)te, voorbehouden, voorbij, voorheen, voorin, voorlangs, voorop, voorzover, vorderend, wat betreft, wat(…)betreft, wegens, willekeurig, zijdens, zo(…)als, zoals, zonder, zonder(…)te

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 06 mei 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.