Je leest:

Van dikke tonijn tot sardien vissen achterhaald

Van dikke tonijn tot sardien vissen achterhaald

Auteur: | 18 november 2010

De mens snijdt als een monster door de zee heen. Want – zo was het idee – eerst vingen we veel grote roofvissen zoals tonijn, maar zodra deze opraakten schakelden we over op kleinere visjes, het voedsel van tonijnen. Die visjes hadden zonder de tonijn immers vrijspel. En zo gaan we door tot de zeeën leeg zijn. Nieuw onderzoek laat echter zien dat het niet zo simpel ligt.

Voor je het weet zijn de zeeën leeggevist, waarschuwde marien bioloog Daniel Pauly in 1998.
Wikimedia Commons

Het was de Frans-Canadese visserijwetenschapper Daniel Pauly die het idee populair maakte, in het blad Science in 1998: overbevissing vernietigt de natuurbalans van boven naar beneden. De mens vist zich door het voedselweb heen. Wie in een natuurgebied begint met vissen, vangt eerst de grote roofvissen weg. Die verdwijnen daarom het eerst. Tot het toproofdier daaronder verdwijnt. En zo verder, tot ze allemaal weg zijn en er niets meer overblijft.

Uit Pauly’s onderzoek bleek dat de soortenrijkdom die tussen 1994 en 1998 in visnetten belandde, exact deze trend vertoonde. Grote roofdieren zoals tonijn verruilden hun plek in het visnet voor kleinere prooivisjes. De mens put de zee uit, zo schreef Pauly, omdat hij dwars door het voedselweb heenvist, van boven naar beneden. Eerst de top eraf. Daarna het midden. En dan de onderkant. Je ziet het zo voor je: eerst verdwijnen de haaien en tonijnen, daarna de medium-visjes, en uiteindelijk blijven alleen de mini-diertjes over. Met als gevolg een kale, lege zee.

Uit nieuw onderzoek van Trevor Branch en andere visserijwetenschappers blijkt dat het idee van ‘door het voedselweb vissen’ helemaal niet klopt. Het is niet zo dat een afname van roofvissen in visnetten betekent dat het direct slechter gaat met de natuur in zee. Belangrijker nog, andersom gaat het ook niet op: wanneer je veel roofvissen vangt, kan de natuur er slecht aan toe zijn. Dat schrijven de onderzoekers in het tijdschrift Nature. Volgens Branch vissen we de zeeën veel gelijkmatiger leeg dan Pauly suggereert.

De verhouding tussen roofvissen en kleinere vissen die je in het sleepnet tegenkomt blijkt, in tegenstelling tot wat Pauly schreef, weinig te zeggen over de werkelijke situatie onder water.
Wikimedia Commons

Branch en zijn collega’s simuleerden een natuurgebied in zee -een zogeheten mariene ecosysteem- in een computer. Ze baseerden zich op gegevens van 25 echte ecosystemen, wereldwijd. Het ecosysteem in de computer werd vervolgens leeggevist op verschillende manieren.

Terwijl dat gebeurde, hielden de onderzoekers twee dingen in de gaten: wat voor vissen er in het visnet belandden en wat voor vissen zich daadwerkelijk onder het wateroppervlak bevonden. En wat bleek: als het marien ecosysteem instort, kun je dat niet altijd aflezen aan de verhouding van roof- en prooivissen in het net. De twee komen totaal niet overeen. De mens vist niet door het voedselweb heen, ook al lijkt de verhouding roofvissen en prooivissen in het sleepnet dat wél aan te geven.

Om te controleren of het computermodel gelijk heeft, controleerden ze de gegevens van visrijkdom uit sleepnetten van 29 gebieden met onafhankelijke, wetenschappelijke metingen. Daaruit bleek dat inderdaad de cijfers van vissenrijkdom uit de sleepnetten er heel anders uitzien dan die van de eerdere metingen.

Aanwijzingen voor het gegeven dat een marien ecosysteem verslechtert wanneer roofvissen eerst verdwijnen en daarna de kleinere vissen lager in het voedselweb, konden de wetenschappers nauwelijks vinden. De afnames in roofvissen die Daniel Pauly eerder noemde als maat, blijken te wijten te zijn aan de hevige schommelingen van enkele grote vissoorten, zoals de kabeljauw. Wanneer je die niet meetelt, blijken veel mariene ecosystemen volgens Pauly’s maatstaf juist te verbeteren.

Adriaan Rijnsdorp laat weten dat we voor de visserij in de Noordzee al een tijdje andere maatstaven gebruiken.

Pauly’s maatstaf werkt dus niet algemeen. Maar dat maakt zijn inzet niet nutteloos, vindt Adriaan Rijnsdorp, hoogleraar visserij bij Wageningen Institute for Marine Resources & Ecosystem Studies. “Pauly klonk met zijn heldere, simpele maatstaf toentertijd heel alarmistisch. De boodschap had daarom wereldwijd impact en dat was hard nodig. Het werkte ook, want de politiek ging daarna betere visserijmaatregelen nemen.”

“Pauly’s idee was inderdaad wat kort door de bocht”, voegt Rijnsdorp eraan toe, na het onderzoek in Nature te hebben gelezen. “Mariene ecosystemen blijken veel ingewikkelder in elkaar te zitten dan we dachten en dat laat dit werk in Nature goed zien.”

Rijnsdorp geeft desgevraagd aan dat het Nederlandse visserijbeleid op betere maatstaven is gebaseerd. “We kennen de Noordzee al ontzettend goed. Een betere manier om de gezondheid van het ecosysteem te meten, is de grootte van de vissen. Als je teveel vist, vang je steeds kleinere vissen. Als je het ecosysteem meer met rust laat, geef je de vissen de tijd om te groeien. Sinds we op zulke cijfers beleid voeren, blijkt het ook beter te gaan: de vissen worden weer groter.”

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 18 november 2010

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.