Je leest:

Van chantage tot woede

Van chantage tot woede

Auteur: | 1 december 2004

Een leerling van het Terra College in den Haag schiet 13 januari 2004 zijn conrector door het hoofd in een volle schoolkantine. De man overlijdt later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Het aantal kinderen dat extreem agressief is neemt toe. Sommigen van hen komen hiervoor terecht in de psychiatrie. Hun agressieve gedrag variëert van chantage tot woedeuitbarstingen, maar wordt wel op dezelfde manier behandeld. Is er wel één soort agressie?

Micky is 8 jaar en komt uit een familie met een lage sociaal economische status. Zijn vader heeft een alcoholprobleem en slaat hem op onverwachte momenten. Daarom is Micky altijd bang voor zijn vader. Als Micky domino speelt en zijn baan valt om geeft hij een ander de schuld. Dan gaat hij heel hard schreeuwen. Hij krijgt een knalrood hoofd en stampt op de vloer. Na afloop voelt hij zich opgelucht.

Jonny (9 jaar) groeit op in een achterstandsbuurt. Zijn vader zit bij de marine en is niet veel thuis. Zijn moeder heeft geen controle over hem en hij is meestal tot elf uur ’s avonds op straat. Hij gaat veel om met oudere kinderen, van wie hij gedragingen en taalgebruik overneemt. Laatst heeft hij, samen met anderen, een kind in elkaar geslagen dat zijn zak snoep niet af wilde geven. Van zijn moeder kreeg hij een standje, maar het deed Jonny niets.

Coole kikker of Driftkikker

Micky en Jonny vertonen allebei agressief gedrag. Beide kinderen zorgen voor overlast bij anderen in hun omgeving. Maar er zijn ook verschillen aanwijsbaar. Micky is kwaad en zijn woedeaanval is een reactie op frustratie, in dit geval het verliezen van een spelletje. Dit type agressie wordt daarom reactieve agressie genoemd. Jonny is daarentegen helemaal niet emotioneel betrokken bij zijn agressie. Hij heeft met een doel dat kind geslagen, namelijk voor een zak snoep. Dit koelbloedige en doelgerichte gedrag is proactief agressief. Agressie kan dus worden opgedeeld in verschillende typen, namelijk een reactieve en proactieve vorm.

Sommige kinderen vertonen extreem agressief gedrag dat in twee basistypen onderverdeeld kan worden: ‘proactief’ (links), waarbij het agressieve gedrag voornamelijk wordt gebruikt om iets voor elkaar te krijgen, en ‘reactief’ (rechts), dat veelal een extreme reactie van frustratie is. bron: Calvin & Hobbes, Bill Watterson

Volgens drs. Maaike Kempes, die onderzoek doet naar agressief gedrag bij kinderen, kunnen deze vormen van agressie door verschillende oorzaken ontstaan. Ze maakt onderscheid tussen omgevingsfactoren en kindeigenschappen die een rol spelen.

Misbruik en gewelddadige films

Reactieve agressie kan worden veroorzaakt door een onveilige leefomgeving van een kind, bijvoorbeeld bij lichamelijk misbruik. Hierdoor zijn kinderen zoals Micky altijd op hun hoede voor “gevaar”. Alles om hen heen wordt als vijandig gezien. Daarom kunnen ze fel reageren zelfs als er weinig of niets aan de hand is.

Proactieve agressie kan zich ontwikkelen als een kind veelvuldig wordt blootgesteld aan agressiebevorderende media, zoals geweld op TV of gewelddadige computerspelletjes…

Proactieve agressie daarentegen kan een kind aanleren van agressieve rolmodellen, bijvoorbeeld van vrienden of ouders die vaak vechten. Ook blijkt dat door gewelddadige films en videospelletjes agressie van kinderen met 30% toeneemt. Een extreem voorbeeld zijn twee jongens in Engeland die door de film Child’s Play het idee kregen om een kleuter te vermoorden. Kinderen zoals Jonny kennen meer agressieve manieren om te reageren dan andere kinderen. Verder hebben ze het idee dat ze met agressie kunnen bereiken wat ze willen en voelen ze zich zelfverzekerd genoeg om het uit te voeren. Daardoor gebruiken ze vaak agressie.

Ongeremd en koelbloedig

Naast factoren uit de omgeving spelen eigenschappen van het kind zelf een rol in de ontwikkeling van agressief gedrag. Voor reactieve en proactieve agressie worden andere risicofactoren aangewezen. Kinderen die weinig remmingen hebben, lopen verhoogd risico om reactief agressief te worden. Ze zijn slecht in staat tot tien te tellen voordat ze boos worden. Koelbloedigheid, meetbaar als lage hartslag, kan juist leiden tot proactieve agressie. Kinderen die niet snel bang zijn in gevaarlijke situaties, lopen verhoogd risico te gaan stelen of mensen te bedreigen; ze zijn namelijk niet bang voor de negatieve gevolgen.

Koelbloedig

Een “ongeremd en koelbloedig kind” hoeft niet persé een extreem agressief kind te worden. Kempes nuanceert hierin: “Het is nog niet helemaal duidelijk op welke manier kind- en omgevingsfactoren een effect hebben op de ontwikkeling van agressie. Bovendien spelen in de meeste gevallen meerdere factoren een rol. Niet alle mensen die koelbloedig zijn, zijn immers agressief. Koelbloedigheid kan ook in iemands voordeel werken, zoals bij een beroep als bomontmantelaar. Maar sommige kinderen zonder angst groeien op in een achterstandsbuurt en krijgen weinig aandacht van hun moeder. Als ze verder slechte vrienden krijgen is de kans groot dat ze agressief gedrag gaan vertonen. Dus, kinderen die één of meerdere kindeigenschappen bezitten en daarnaast de omgevingsfactoren tegen hebben, lopen risico op het ontwikkelen van een agressief gedragspatroon.”

Dominantie

Reactieve en proactieve agressie hebben niet alleen verschillende oorzaken, ze wekken ook andere reacties van de omgeving op. Reactief agressieve kinderen, zoals Micky, worden vaak afgewezen door leeftijdsgenoten. Zij willen liever niet spelen met een kind dat om het minste of geringste boos wordt. De proactief agressieve Jonny staat echter hoog in aanzien. Hij krijgt wat hij wil, al gebruikt hij daar vaak doelgerichte agressie voor. Kinderen zijn daarom bang voor hem, maar willen wel graag zijn vriend zijn. Dat geeft namelijk bescherming tegen zijn pesterijen.

Probleem voor de samenleving

Elk kind laat wel eens reactieve en/of proactieve agressie zien. Maar ongeveer 4% van de kinderen is zo extreem agressief dat het een negatieve invloed heeft op hun functioneren. Deze kinderen hebben een agressieve gedragsstoornis en zijn een probleem voor de samenleving. Hun toekomstperspectief is slecht; ze lopen als adolescent verhoogd risico op vroegtijdig school verlaten, crimineel gedrag, sociale isolatie en werkeloosheid. Bovendien komen ze moeilijk van hun agressie af. Daarom is het belangrijk dat het op jonge leeftijd wordt behandeld. Hiervoor zijn gedragsprogramma’s ontwikkeld binnen de kinderpsychiatrie.

Agressie behandelen

Op dit moment wordt bij de behandeling geen rekening gehouden met typen agressie, terwijl om zowel Jonny als Micky te helpen een andere aanpak nodig is. Kempes noemt hiervoor enkele veelbelovende mogelijkheden.

“Reactief agressieve kinderen zijn gebaat bij een gedragsprogramma dat hen leert om te gaan met hun agressie, bijvoorbeeld het programma ‘Boos en opstandig’ dat is ontwikkeld op het UMC Utrecht. Ze leren in dit programma om hun woede te herkennen en er mee om te gaan en niet te snel vijandig te interpreteren. Omdat reactieve agressie ook samenhangt met ontbrekende remmingen kunnen medicijnen, zoals Ritalin, helpen.”

“Proactief agressieve kinderen kunnen beter worden behandeld met een programma waarin ze leren dat ook met sociaal gedrag bepaalde doelen kunnen worden bereikt. Daarnaast moet hun worden geleerd wat het gevolg van agressie is op anderen. Voor de behandeling van agressieve kinderen is het dus van belang een onderscheid te maken in reactieve en proactieve vormen van agressie.”

Bronnen

M. Kempes et al (2004). Reactive and proactive aggression in children: a review of theory, findings and the relevance for child and adolescent psychiatry. Nog niet gepubliceerd.

Maaike Kempes, Department of Child and Adolescent Psychiatry, University Medical Center Utrecht, Heidelberglaan 100, 3508GA, PB 85500, Hpnr.B01.324, Utrecht, the Netherlands.

I. Bokhoven (2004). Stability and Change of Antisocial Behavior in Children and Adolescents: The Role of Neurobiological Factors. Proefschrift

Auteur van dit artikel, Loes Keijsers, studeerde biologie aan de Universiteit Utrecht en deed 9 maanden onderzoek naar agressie bij kinderen. Haar afstudeerrichting was wetenschapscommunicatie en educatie.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Utrecht (UU).
© Universiteit Utrecht (UU), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 december 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.