Je leest:

Vaccinatie Q-koorts ‘beter dan niets’

Vaccinatie Q-koorts ‘beter dan niets’

Auteur: | 1 november 2008

In Brabant brak twee keer binnen een jaar op grote schaal Q-koorts uit. Waarom weet niemand, en of het toen gestarte vaccinatieprogramma gaat werken is onduidelijk.

Steken chronische infecties nog steeds de kop op?

De PvdA eist in augustus 2016 een groot bevolkingsonderzoek naar Q-koorts. Volgens de organisatie Q-support zijn hieraan namelijk niet 26, maar 74 mensen overleden sinds de grote uitbraak in 2007 in Noord-Brabant. Dat komt vooral door de chronische vorm van de infectie met de bacterie. Mogelijk loopt een groot aantal mensen nog steeds rond met deze chronische variant, met het risico dat ze hier later alsnog aan overlijden als ze niet behandeld worden.

Coxiella burnetii, veroorzaker van Q-koorts.

Veroorzaker van Q-koorts is de Coxiella burnetii bacterie. De Q staat voor het Engelse query of vraagteken, nog steeds een toepasselijke naam voor deze zoönose.

C. burnetii komt in de hele veestapel voor. Tot 2006 waren er volgens officiële tellingen jaarlijks ongeveer twintig menselijke besmettingen in Nederland. Uit recent onderzoek blijkt dat destijds zo’n 15 procent van de bevolking via de lucht met de bacterie in aanraking kwam.

In 2008 ontstond voor het eerst een grote uitbraak van Q-koorts rond het Brabantse Herpen; 170 besmettingen werden gemeld. In 2009 is er weer een uitbraak, met 885 besmettingen. Een Q-koortsinfectie verloopt bij de meeste mensen zonder symptomen of als een lichte griep. Minder dan 1 procent van de besmettingen resulteert in een ziekenhuisopname. De uitbraken in Brabant zijn de grootste ter wereld.

Hendrik Jan Roest van het Centraal Veterinair Instituut van Wageningen UR is expert op het gebied van Q-koorts. Roest: “Wat betreft de uitbraak onder geiten zijn er een aantal mogelijke verklaringen voor de omvang van het probleem. De oude testen op Q-koorts waren niet zo gevoelig, waardoor in het verleden veel infecties niet geregistreerd zijn. Het kan ook zijn dat de virulentie van de bacterie groter is geworden. Bovendien zijn het aantal geitenhouders in de regio en de omvang van hun veestapel toegenomen. Misschien is een soort populatiegrens overschreden waardoor de bacterie zich nu sneller verspreidt.”

Spore

Geïnfecteerde dieren scheiden C. burnetii uit via ontlasting, maar vooral via de placenta en vruchtwater. De bacterie vormt een spore die bijzonder resistent is tegen weersomstandigheden en de meeste desinfectanten. Die spore verspreidt zich via fijnstofdeeltjes in de lucht. Roest: “Dat er nu zoveel mensen geïnfecteerd zijn, komt waarschijnlijk doordat er meer sporen zijn. In de getroffen regio leven geiten en mensen dicht bij elkaar. Door betere diagnostiek en betere bekendheid worden ook meer gevallen geregistreerd. Waarom er nu ineens zoveel meer sporen zijn weten we niet.”

Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer kan niet bevestigen dat er de laatste jaren zo veel meer geitenhouders bij zijn gekomen in de regio: “Als we kijken naar de cijfers van het CBS dan is het aantal bedrijven in Brabant juist afgenomen. Hoewel het aantal geiten per bedrijf is gestegen, zijn de aantallen niet extreem.”

Ook Vellema kan de uitbraak niet verklaren. Wel kan hij de door het ministerie van LNV ingezette interventie toelichten. Die bestaat uit het vaccineren van veertigduizend geiten in een straal van 45 kilometer rond de vermoedelijke infectiehaard Uden. Vellema: “Er is besloten om geiten te vaccineren omdat we vermoeden dat zij de grootste bron van bacterieel materiaal zijn. Ook koeien, schapen en wilde knaagdieren zijn dragers van de Q-koorts bacterie.”

De geiten worden gevaccineerd met een nog niet geregistreerd vaccin van Franse makelij. De fabrikant kon op dit moment maximaal tachtigduizend vaccins leveren. Per geit zijn twee vaccinaties nodig, drachtige geiten kunnen niet gevaccineerd worden. Vellema: “Op dit moment is ruim de helft van de populatie drachtig. Op basis van gegevens over het aantal geiten in de regio hebben we gekeken hoe ver we met het aantal beschikbare vaccins konden komen.”

Het vaccinatieprogramma loopt tot en met december 2008. De kosten voor de vaccins, een totaalbedrag van 169.600 euro, zijn voor rekening van het ministerie. In 2009 worden de effecten van de vaccinatie door de betrokken partijen onderzocht.

Volgens Mart de Jong, hoogleraar kwantitatieve veterinaire epidemiologie uit Wageningen, zal dat nog lastig worden: “Als je minder dan de helft van de populatie kunt vaccineren, zal dat maar weinig effect hebben, als er überhaupt al een effect is. Dat is overigens moeilijk te meten als nu niet duidelijk is hoeveel dieren er besmet zijn.” Toch kan De Jong zich wel voorstellen waarom nu voor vaccinatie is gekozen. “Beter iets dan niets natuurlijk, maar ik zou er zelf niet voor kiezen. Zoiets kan ook een vals gevoel van veiligheid opwekken. Daar worden mensen onvoorzichtig van.”

Hendrik Jan Roest: “Over de natuurlijke immuniteit is nog onvoldoende bekend, daarom is gekozen voor vaccinatie. In deze situatie is het de beste optie.” Inmiddels zijn door het Centraal Veterinair Instituut onderzoeken gestart naar het voorkomen, de risicofactoren, het overleven en de spore van C. burnettii. Het ophelderen van de Q is, 73 jaar na zijn ontdekking, eindelijk relevant geworden.

Lees ook

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/vaccin/index.atom?m=of", “max”=>"5", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.