Je leest:

Vaarwel mijn afperser!

Vaarwel mijn afperser!

Beste aanpak van chantage is openheid

Auteur: | 29 december 2014

De afpersing van mediafamilie de Mol was eind vorig jaar flink in het nieuws. Maar ook als minder rijke of minder bekende Nederlander kan je dit overkomen. Wat dan te doen? Niet toegeven en openheid blijken vaak de beste verdediging.

In Napels – het hart van de Italiaanse maffia – voeren ze al lange tijd de strijd tegen afpersing. Hele bedrijfstakken, maar ook kleine, lokale ondernemers, worden afgeperst om beschermingsgeld te betalen, de pizzo. Maar angst voor wraak door de georganiseerde misdaad weerhoudt de slachtoffers ervan de overheid erbij te betrekken. Daardoor is er sprake van een voortdurend slachtofferschap. De burgemeester van Napels heeft een nieuwe poging gedaan om de aangiftebereidheid te verhogen. Hij heeft aangekondigd dat slachtoffers die aangifte doen van afpersing, drie jaar lang worden vrijgesteld van gemeentelijke belastingen. Die beloning geldt als de daders daadwerkelijk worden veroordeeld.

Gelukkig lijkt in Nederland afpersing een minder groot probleem dan in Italië. Maar het is wel degelijk aanwezig en meer inzicht in het probleem en in hoe de overheid dergelijke maffiapraktijken kan aanpakken is zeker gewenst. Daarvoor is echter, net als in Italië, een mentaliteitsverandering bij de slachtoffers nodig.

Dreigen

Afpersing is een zogenaamde crime in action. Daarmee onderscheidt het zich van veel andere vormen van criminaliteit. In tegenstelling tot direct voltooide feiten, zoals diefstal, is afpersing een proces. Daarbij is sprake van een vorm van grooming (het slachtoffer benaderen en onder druk zetten). De interactie tussen de dader en het slachtoffer is hierbij kenmerkend.

De afpersing wordt concreet als de dader aan het slachtoffer eisen gaat stellen. Dat betreft meestal het betalen van een geldbedrag. Maar de eis kan ook betrekking hebben op het leveren van een dienst of het nalaten van een bepaalde handeling. De dader zet zijn eisen kracht bij door (te dreigen om) geweld te plegen, gevoelige informatie openbaar te maken of de bedrijfsvoering te saboteren. Vanaf dit moment heeft het slachtoffer de keuze om wel of niet op de eis in te gaan.

In de tang

Ingaan op de eis kan een aderlating voor het bedrijf zijn. Niet toegeven aan de afperser kan eveneens ernstige gevolgen hebben. Slachtoffers voelen zich voor een dilemma geplaatst en zien soms geen uitweg. Illustratief hiervoor zijn de woorden van een ondernemer die slachtoffer werd van afpersing: “Ik zit in een donkere kamer zonder deur, ik kan er niet meer uit.” Door afpersing komen slachtoffers in een schemerwereld terecht, waarin de angst regeert. Daarbij maakt het niet uit of de daders bekenden of onbekenden van het slachtoffer zijn, het probleem is dat hen een dreiging boven het hoofd hangt.

Betalen lijkt een oplossing, echter vaak slechts een tijdelijke. De praktijk leert dat als er eenmaal betaald is, een slachtoffer voor de toekomst nog kwetsbaarder wordt. Afpersers houden welwillende slachtoffers in de tang en structurele afpersing is het gevolg. Het beste is daarom altijd niet op de eisen in te gaan en de politie en/of een particulier recherchebureau in te schakelen. Toch is dat om diverse redenen vaak moeilijk.

Wie eenmaal een afperser betaalt, raakt vaak pas echt in z’n greep.
Wikimedia Commons

Schaamte

Afpersing is een typisch verborgen delict. Dat heeft deels te maken met de kenmerken van afpersing. Omdat het een sluimerend proces is, heeft het slachtoffer weinig grip op de situatie. Gevoelens van schaamte voor het slachtofferschap zorgen ervoor dat ze er niet makkelijk over naar buiten durven treden. Rondom afpersing hangt een schimmige sfeer. Dat maakt slachtoffers bang dat zij verantwoordelijk worden gehouden voor hun slachtofferschap.

Daarnaast speelt in het bedrijfsleven de angst voor reputatieschade. Het is dan ook opmerkelijk dat de afpersing van de familie De Mol in de openbaarheid kwam. Het komt simpelweg niet vaak voor dat slachtoffers de publiciteit in het geval van afpersing opzoeken. Afpersers spelen ook doelbewust in op die angst voor imagoschade. In het geval van de familie De Mol leiden het uiteindelijk tot arrestatie van de afperser.

Compositietekening van de afperser van John de Mol, op basis waarvan de politie hem uiteindelijk kon arresteren.

De afpersing van een postorderbedrijf in erotische artikelen is een goed voorbeeld van hoe een bedrijf onder druk kan komen te staan. De afperser had de klantgegevens van het bedrijf bemachtigd en dreigde deze openbaar te maken als er niet werd betaald. De afperser speelt hier in op de verantwoordelijkheid die het bedrijf heeft om de privacy van zijn klanten te beschermen. Daarvoor zal een prijs moeten worden betaald. Ook in dit geval kon schaamte het slachtoffer ervan weerhouden melding te maken, omdat duidelijk zou worden dat het bedrijf de veiligheid van de gegevens van de klanten niet kon garanderen.

Afpersing vormt evenals diefstal, fraude, inbraak en overvallen, een probleem voor het bedrijfsleven.

Lage aangiftebereidheid

Soms dreigt de afperser met geweld of worden daadwerkelijk spierballen getoond. Dan zal de angst voor represailles van de dader ervoor zorgen dat slachtoffers er niet over durven te praten met anderen. De afperser speelt hier in op de angst van slachtoffers. Vaak dreigen ze daarbij dat het niet verstandig is naar de politie te stappen.

Afpersing kent mede om deze redenen een lage meldings- en aangiftebereidheid: jaarlijks worden er zo’n 55 meldingen en aangiften bij de politie en 11 rechtszaken over afpersing van het bedrijfsleven geregistreerd. Maar hoogstwaarschijnlijk zijn deze registratiecijfers van politie en de rechtbank slechts het topje van de ijsberg. Het geeft geen betrouwbaar inzicht in de omvang van het probleem. Met name afpersingen door criminele groepen lijkt uit het zicht van politie en justitie te blijven.

Bij een anonieme survey gaf 1 op de 10 bedrijven aan ‘wel eens of vaker’ geconfronteerd te zijn met afpersing. Ook bij dit cijfer van zelfgerapporteerd slachtofferschap zijn kanttekeningen te plaatsen, maar het lijkt erop te wijzen dat afpersing een substantieel probleem vormt voor het bedrijfsleven.

Klassieke en eigentijds

Afpersing kent meerdere verschijningsvormen. De laatste tijd komen twee vormen sterk naar voren: protectieafpersing en cyberafpersing. De eerste is een klassieke vorm van afpersing, waarmee tegenwoordig vooral de horecabranche wordt geconfronteerd. Hiervoor is een nieuwe dadergroep verantwoordelijk: de Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s, motorclubs waar ‘niet alleen het plezier van motorrijden centraal staat’, zoals de politie het omschrijft in één van haar rapporten). Zij proberen voet aan de grond te krijgen in verschillende gemeenten, door horecagelegenheden via afpersing in handen te krijgen.

De tweede vorm is cyberafpersing. Een digitale vorm van protectieafpersing, die sterk in opkomst is, in het kielzog van de digitalisering van het ondernemerschap. Ook hiervoor is met name de georganiseerde criminaliteit verantwoordelijk. Alle bedrijven die afhankelijk zijn van computers, vormen een potentieel slachtoffer voor cyberafpersing.

Anoniem meldpunt

Hoe moeilijk dat ook kan zijn, de vicieuze cirkel van afpersen kan alleen doorbroken worden als degene die gechanteerd wordt naar de politie stapt. Maar angst dat de afperser hier achter komt, weerhoudt het slachtoffer daar vaak van. Om deze impasse te doorbreken heeft het ministerie van Veiligheid & Justitie de Vertrouwenslijn Afpersing opgezet, een anonieme meld- en advieslijn voor ondernemers die slachtoffer zijn van afpersing. Deze biedt hen de mogelijkheid om anoniem advies in te winnen in geval van afpersing. Deze informatielijn is echter nog niet zo bekend bij het Nederlandse bedrijfsleven.

Omdat afpersing pas echt aangepakt kan worden als de daders strafrechtelijk worden vervolgd, blijkt uiteindelijk politiebemoeienis vaak noodzakelijk. De vertrouwenspersonen achter de Vertrouwenslijn Afpersing kunnen, indien gewenst, slachtoffers daarom ook begeleiden in het aangifteproces.

Om meer zicht op afpersing te krijgen, zal het uit de taboesfeer moeten worden gehaald. Eerlijke en structurele communicatie over afpersing als een van de vormen van criminaliteit waarmee het bedrijfsleven te maken kan krijgen, lijkt daarvoor een belangrijke eerste stap. Op die manier kunnen potentiële slachtoffers zich er mentaal op voorbereiden – en weten ze hopelijk beter wat ze moeten doen als het eenmaal zo ver is.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in de Secondant, het tijdschrift van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid.

Ilse van Leiden is werkzaam bij Bureau Beke. Dit artikel is gebaseerd op de publicaties Ondergaan of ondernemen, en Je bedrijf of je leven. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum. De auteur is beschikbaar voor vragen en discussies via e-mail: [email protected] en Twitter: @BureauBeke. Bij tweets graag #Secondant gebruiken.

Dit artikel is een publicatie van Secondant.
© Secondant, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 december 2014

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.