Je leest:

Uiten van emoties neemt onrust bij patiënt niet weg

Uiten van emoties neemt onrust bij patiënt niet weg

Het uiten van emoties wordt vaak gezien als een voorwaarde voor geestelijke en lichamelijke gezondheid. Gezondheidspsycholoog mevrouw E. Panagopoulou onderzocht de emotionele expressie van patiënten die op het punt stonden een hartoperatie te ondergaan en komt tot verrassende conclusies. Veel praten over emoties hoeft niet gezond te zijn, het gaat om de kwaliteit van het contact.

“Voor patiënten die bang zijn voor een operatie, zijn gesprekken over hun gevoelens met artsen en verpleegkundigen het allerbelangrijkst. Familieleden en vrienden proberen de patiënt wel steeds gerust te stellen, maar dit heeft meestal weinig effect. Ik heb gemerkt dat het heel belangrijk is dat artsen en verpleegkundigen ondanks hun hoge werkdruk de tijd nemen om met patiënten over hun gevoelens te praten”, zegt Panagopoulou. Hoewel zij haar onderzoek verrichtte in Griekse ziekenhuizen, is deze conclusie hoogst waarschijnlijk ook van toepassing in Nederlandse klinieken.

Het onderzoek naar de psychologische aspecten van (hart)ziekten werd tot voor kort gedomineerd door de gedachte dat de persoonlijkheid de bepalende factor is. Wie altijd gehaast door het leven gaat, sterk competitief is ingesteld en een relatief hoge mate van vijandigheid aan de dag legt (type A persoonlijkheid) zou een grotere kans hebben op hartproblemen. Ontspannen, coöperatieve, vriendelijke mensen daarentegen zouden volgens de theorie rustig een sigaretje meer mogen roken of een karbonade extra consumeren – hun persoonlijkheidstype B beschermt hen tegen het gevaar van hart- en vaatziekten. Ten slotte zou er nog een derde persoonlijkheidstype zijn, type C, dat een verhoogd risico op kanker voorspelt. Deze persoonlijkheid wordt vooral gekenmerkt door het onvermogen emoties te uiten.

Aantal studies zeer beperkt

Hoewel het onderzoek naar de invloed van persoonlijkheid op gezondheid interessante informatie heeft opgeleverd, richten gezondheidspsychologen de laatste jaren meer de aandacht op het gedrag. Panagopoulou’s onderzoek naar het uiten van emoties past in deze nieuwe trend. Als het waar is dat het niet uiten van emoties tot ziekte kan leiden, betekent dat dan ook dat het uiten van emoties altijd gezond is en opluchting biedt?

Bij gezonde individuen is heel wat onderzoek gedaan naar de emotionele expressie. Toen Panagopoulou echter in de vakliteratuur op zoek ging naar dergelijk onderzoek bij patiënten, bleek het aantal studies zeer beperkt te zijn. De beschikbare studies verschilden in hun definitie van het uiten van emoties en in de gehanteerde aanpak. De enige conclusie die uit het reeds verrichte onderzoek getrokken kon worden, is dat het niet uiten van emoties samenhangt met een slecht algeheel gevoel (‘distress’, hier ook wel vertaald als ‘onrust’) en met een houding van hulpeloosheid. “Dat er zo weinig goed onderzoek is gedaan naar het uiten van emoties door patiënten met lichamelijke ziekten, was voor mij een reden om zelf een studie op te zetten”, aldus Panagopoulou.

Het onderzoek werd uitgevoerd in Griekenland onder mannelijke patiënten die in het ziekenhuis waren opgenomen in afwachting van een openhartoperatie. In totaal deden 157 patiënten mee. Dagelijks vulden zij zelf vragenlijsten in, waarmee gemeten werd in welke mate zij hun gevoelens uitten, hoe groot hun behoefte was om hun gevoelens te delen met anderen en hoe groot de stress was die zij doormaakten in afwachting van de operatie. In deze studie werd het begrip “emotionele expressie” dus gelijkgesteld aan het delen van gevoelens met anderen. Zoals altijd in psychologisch onderzoek zijn ook andere definities mogelijk. Wie bijvoorbeeld zijn woede tot uiting brengt door in zijn eentje een berg houtjes te hakken, valt buiten Panagopoulou’s definitie.

Sociale steun of snelkookpan?

Het eerste dat duidelijk werd, was dat er een duidelijk verband bestond tussen de ernst van de stress en het delen van emoties met anderen. Daarbij bleek ook dat mensen sneller over hun gevoelens praten als zij de indruk hebben dat hun stress ernstiger is dan die van de ander. Patiënten met veel stress praatten vooral veel over hun gevoelens met betrekking tot de naderende operatie en niet, zoals men ook kan verwachten, bij wijze van afleiding over ‘koetjes en kalfjes’. Het aantal gesprekken over andere onderwerpen dan de operatie hing niet samen met de mate van stress.

Alle bevindingen passen goed in het model van emotionele expressie dat eerder ontwikkeld was door Panagopoulou’s promotor, de Leidse hoogleraar gezondheidspsychologie prof. dr. C.M.J.G. Maes. In dit zogeheten ‘stress and sharing’ model gaat men niet alleen uit van kenmerken van de patiënt, maar ook van diverse omgevingsfactoren. Het uiten van emoties vindt plaats in een sociale context en wordt beschouwd als een manier van de patiënt om steun uit de omgeving te verkrijgen.

Er zijn vele andere verklaringsmodellen voor emotionele expressie. Een van de oudste en meest populaire modellen is gebaseerd op het beeld van een snelkookpan of een stoommachine. Emoties moeten geuit worden, anders gaat het mis: de pan ontploft of de stoom zoekt allerlei pathologische uitwegen. In dit model is het dus altijd gunstig om emoties te uiten. En als men de opgekropte gevoelens tot uiting brengt, heeft dat altijd onmiddellijk een positief effect. Veel psychotherapieën zijn op deze veronderstellingen gebaseerd. Ook wordt het ontstaan van psychosomatische ziekten soms uitgelegd als het gevolg van te weinig ‘stoom afblazen’.

Kwaliteit telt

Uit Panagopoulou’s onderzoeksresultaten blijkt dat het beeld van de snelkookpan niet voldoet als beschrijving van onze gevoelshuishouding. Patiënten die veel praten over hun emoties worden daar niet minder ongerust van. Het omgekeerde blijkt waar: patiënten die veel over hun gevoelens praten, zijn op de dag voor de operatie ongeruster dan hun lotgenoten die minder emotionele expressie aan de dag leggen. Zoals Panagopoulou het in één van haar stellingen formuleert: “Emotionele expressie is geen synoniem voor emotionele opluchting.”

Als de resultaten van Panagopoulou’s onderzoek zich zouden beperken tot deze bevinding, dus dat het aantal uitingen van gevoelens alleen maar samenhangt met meer onrust, dan zou men zich kunnen afvragen waarom de mens dan nog gevoelens uit. Kijkt men echter ook naar de kwaliteit van het emotionele contact zoals dat door de patiënt ervaren wordt, dan ontstaat een ander beeld. Hoe hoger de kwaliteit van het emotionele contact, des te groter was het geruststellende effect ervan. Patiënten die hun gevoelens op een kwalitatief hoogstaande manier hadden kunnen delen, waren op de dag voor de operatie minder ongerust. Daarbij geldt dat gesprekken met medici en verpleegkundigen voor de patiënt vaak zo’n hogere kwaliteit vertegenwoordigen.

Dit concept, de kwaliteit van emotionele expressie, was nog niet eerder in dit soort onderzoek toegepast. Panagopoulou moest zelf meetinstrumenten ontwikkelen om de kwaliteit van gevoelsuitingen in kaart te kunnen brengen. “Het zou interessant zijn om meer studies te verrichten bij verschillende categorieën patiënten en gezonde mensen om dit concept verder te ontwikkelen. Ik zou bijvoorbeeld ook graag willen onderzoeken hoe het met deze patiënten verder gaat na de operatie. Nu kan ik alleen uitspraken doen over het effect op de korte termijn, tot aan de dag voor de operatie. Of emotionele expressie met een hoge kwaliteit invloed heeft op het herstel, kan ik niet zeggen. Daarvoor is vervolgonderzoek nodig.” Duidelijk is wel dat in onderzoek naar emotionele expressie de kwaliteit van gevoelsuitingen minstens even belangrijk is als de kwantiteit.

Het hart als moordkuil

De titel van Panagopoulou’s proefschrift is ‘Matters of the Heart’, letterlijk ‘zaken van het hart’, waarin het hart vooral de betekenis heeft van het middelpunt van onze gevoelens. In veel talen zijn vaste uitdrukkingen en gezegden te vinden die betrekking hebben op de bijzondere betekenis die wij aan ons hart toedichten. Zo delen Nederlanders hun hartsgeheimen met hartsvriendinnen. Totdat zij verhuizen, want dan geldt vaak: ‘uit het oog, uit het hart’.

Een oer-Hollandse uitdrukking waarschuwt ons ook om ‘van ons hart geen moordkuil te maken’. Wie zijn gevoelens niet uit, loopt het risico van gevaarlijke gevolgen, suggereert de volkswijsheid. Er is wetenschappelijk onderzoek waaruit blijkt dat geremde emotionele expressie soms samenhangt met het krijgen van (dodelijke) ziekten. Panagopoulou waarschuwt echter in één van haar stellingen tegen een te gemakkelijke omkering: “Het feit dat gezonde mensen zich slechter kunnen voelen door emotionele remming, betekent niet dat het uiten van gevoelens zieke mensen beter kan maken.”

De titel van het proefschrift is niet toevallig gekozen, evenmin als de onderzochte patiëntengroep: “Ik heb gekozen voor het onderzoeken van patiënten die een hartoperatie moeten ondergaan, juist omdat het hart een extra betekenis heeft. Het operatierisico is tegenwoordig helemaal niet zo groot, maar toch is het voor patiënten een extra ingrijpende operatie. Ik denk dat dit komt omdat ons ‘hart’ zo’n grote betekenis heeft in onze beleving.”

Lokale kenmerken

De stress bij de Griekse patiënten zou overigens groter kunnen zijn door typische kenmerken van het lokale systeem van gezondheidszorg. Zo was het in het ziekenhuis waar het onderzoek verricht werd vaak tot op het laatste moment onduidelijk op welke dag de operatie zou plaatsvinden. Ook is het aannemelijk dat het uiten van emoties ten dele cultureel bepaald is. Het zou daarom volgens Panagopoulou zeer interessant zijn het onderzoek te herhalen in andere landen, bijvoorbeeld in Nederland. Of zij hiertoe de gelegenheid krijgt, is voorlopig nog niet zeker. Geld voor wetenschappelijk onderzoek is nu eenmaal schaars.

Panagopoulou promoveerde op donderdag 7 juni bij prof. dr. C.M.J.G. Maes. De volledige titel van haar proefschrift luidt: ’ Matters of the Heart: Emotional expression in patients undergoing coronary bypass grafting’.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 juni 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.