Je leest:

Tweede soort wadpier gevonden

Tweede soort wadpier gevonden

Auteur: | 30 oktober 2009

De wadpier is in de Waddenzee niet langer meer zomaar de wadpier. Biologen van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) hebben ontdekt dat in de wadbodem naast de ‘gewone’ wadpier ook de uiterlijk vrijwel identieke Franse tap voorkomt. Wel is deze er zeldzaam; in de Noordzee is hij algemener. De zustersoorten zijn genetisch gezien verrassend verschillend en bestaan waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren als aparte soorten.

Wadpieren komen in grote aantallen voor in de wadbodem, soms wel vijftig per vierkante meter. De dieren bewonen een U-vormige buis. Aan de ene kant van die buis eten ze zand op. Ze halen er voedseldeeltjes uit, waarna ze het zand aan de andere kant weer uitpoepen. Daar vormen zich de welbekende pierenhopen.

Aan het eind van de 19e eeuw is in de wetenschappelijke literatuur al eens gesuggereerd dat er twee sterk op elkaar lijkende (pseudo-cryptische) soorten wadpieren bestaan. Sportvissers vermoedden het ook al lange tijd. Maar pas zo’n vijftien jaar geleden werd door een studie aan de kust van Wales bevestigd dat de wadpier (Arenicola marina_) een zustersoort heeft, de Franse of zwarte tap (Arenicola defodiens_). Deze soort is een paar jaar geleden in de Westerschelde aangetroffen maar hij komt er waarschijnlijk al veel langer voor. En nu hebben de marien biologen Pieternella Luttikhuizennl/dd686aa5ce376c45076d86ae5375efd7.php en Rob Dekkernl/1fbc6f6796a5bb4de922703259878517.php van het NIOZ vastgesteld dat de Franse tap ook de Waddenzee bewoont. Hun bevindingen verschijnen binnenkort in het Journal of Sea Research.

De gewone wadpier (Arenicola marina, links) heeft er voortaan een buurman bij: de Franse of zwarte tap (Arenicola defodiens, rechts).
Wikimedia Commons & Mattdufort – Opalesurfcasting.net

Pieren op sterk water

De onderzoekers werden op het spoor van de Franse tap gebracht door de Texelse pierenvissers Cynthia Winkelman (ook oud NIOZ-medewerkster) en Flip Duinker. Zij kwamen langs met een aantal afwijkende wadpieren die waren opgevist langs de geulranden van De Vlakte van Kerken. Naar aanleiding daarvan verzamelden de wetenschappers stekend en dreggend meer pieren uit de westelijke Waddenzee en de Noordzee. Bovendien neusden ze rond in diverse museumcollecties en trokken potten met pieren op sterk water uit de kast bij ondermeer Naturalis in Leiden.

Een groepje wadpieren gefixeerd in alcohol. De wadpier en de Franse tap zijn haast niet van elkaar te onderscheiden. Er zijn alleen subtiele verschillen, bijvoorbeeld in het aantal segmentjes waaruit hun lijf bestaat (zie uitsnede): de Franse tap heeft geen derde segment bij de rode pijl, de wadpier wel.
R. Dekker

De wormen werden met behulp van de microscoop op naam gebracht. De wadpier en de Franse tap zijn haast niet van elkaar te onderscheiden. Er zijn alleen subtiele verschillen, bijvoorbeeld in het aantal segmentjes waaruit hun lijf bestaat. Verder zijn volwassen exemplaren van de Franse tap gemiddeld wat langer en donkerder. Soms moest genetische analyse uitsluitsel geven. Opmerkelijk genoeg zijn de zustersoorten namelijk genetisch gezien wel sterk verschillend. Het waren waarschijnlijk al tientallen miljoenen jaren geleden aparte soorten, dus al voor de Pleistocene ijstijden.

Zeldzaam

Na identificatie kon de verspreiding van de soorten worden bekeken. De Franse tap komt vooral voor op zandige plekken die maar kort of helemaal niet droogvallen en waar het water flink zout is. De klassieke wadpier komt juist veel voor op ondiepe plekken en ook in brak water. In de Waddenzee blijkt de Franse tap zeldzaam maar in de Noordzee is hij vrij algemeen. Strandvondsten uit museumcollecties betroffen vooral de Franse tap. Kennelijk wordt deze soort bij stormen losgewoeld.

Dat de Franse tap weinig voorkomt in de Wadden en op droogvallende platen al helemaal een zeldzaamheid is, moet een geruststelling zijn voor wadloopgidsen. Tijdens wadlooptochten is de wadpier gewoon de wadpier.

Bron:

P.C. Luttikhuizen en R. Dekker (2009). Pseudo-cryptic species Arenicola defodiens and Arenicola marina (Polychaeta: Arenicolidae) in Wadden Sea, North Sea and Skagerrak: Morphological and molecular variation. Journal of Sea Research, online voorpublicatie.

Dit artikel is een publicatie van De Waddenacademie.
© De Waddenacademie, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 oktober 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.