Je leest:

Tussen taal en teken

Tussen taal en teken

Auteur: | 3 augustus 2007

Elk krantenartikel staat er vol mee, toch negeert de taalkunde aanhalingstekens volkomen. Filosofen niet, zij richten zich tegenwoordig op het grensgebied tussen indirecte en directe rede.

De vorig jaar gepromoveerde taalfilosoof Emar Maier ontving deze zomer een Rubicon-subsidie om onderzoek te doen naar het gebruik van aanhalingstekens. Het onderzoek, dat komend jaar uitgevoerd wordt aan de Universiteit van Amsterdam, bevindt zich op het snijvlak van taalkunde en filosofie.

Niks kunstmatigs

Aanhalingstekens vallen meestal buiten taalkundig onderzoek. Onterecht, meent Emar Maier: “Binnen de taalkunde worden aanhalingstekens vaak gezien als een kunstmatige ingreep die nodig is bij het schrijven. In ons mondelinge taalgebruik zouden aanhalingstekens niet voorkomen. Toch is dit een misverstand. We kunnen bijvoorbeeld intonatie gebruiken om aan te geven dat we iemand citeren. Aanhalingstekens maken wel degelijk deel uit van onze taal.” Maier zelf onderzoekt alleen geschreven taal. Daarvoor wil hij de komende tijd een krantencorpus samenstellen: “In teksten zijn aanhalingstekens heel makkelijk te ontdekken. Dat is anders in gesproken taal. Daarvoor moet je eerst bepalen welke intonatie correspondeert met welk type citaat en dat is vrijwel onmogelijk.”

In teksten zijn aanhalingstekens heel makkelijk te ontdekken. Dat is anders in gesproken taal.

Klassieke filosofie

Meestal worden aanhalingstekens gebruikt om de directe rede mee aan te duiden, om iemands woorden nog eens te herhalen. Met aanhalingstekens geef je weer dat iemand iets (bijna) letterlijk gezegd heeft. Als je iemand niet letterlijk wil citeren, gebruik je de indirecte rede. Maier legt uit wat het verschil is tussen deze twee stijlen: “De indirecte rede verwijst altijd naar objecten in de werkelijkheid, de directe rede verwijst naar woorden in de werkelijkheid.” In de klassieke filosofie wordt dit onderscheid al gemaakt sinds de middeleeuwen. Filosofen spreken dan liever over het verschil tussen use en mention: in het ene geval ‘gebruik’ je een woord om te verwijzen naar de werkelijkheid, in het andere geval ‘benoem’ je het woord.

Ironisch

Dat aanhalingstekens op verschillende manieren gebruikt kunnen worden, is iets waar je als taalgebruiker niet dagelijks bij stilstaat. Je kunt niet alleen hele zinnen tussen aanhalingstekens zetten, maar ook delen van zinnen: Jan zegt dat hij “zo ziek als een hond” is. Hier gebruik je directe en indirecte rede eigenlijk door elkaar heen, door slechts enkele woorden te herhalen die Jan heeft gebruikt. “Zo ziek als een hond” kan hier ook tussen aanhalingstekens staan omdat het een bekende uitdrukking is, of omdat de schrijver er ironie mee wil uitdrukken. Dat gebeurt ook in de volgende zin, waarin slechts één woord tussen aanhalingstekens staat: Dit “kunstwerk” bestaat uit een paar klodders verf op een doek.De schrijver verwijst naar het woord ‘kunstwerk’ maar zou het object waarnaar hij verwijst zelf geen ‘kunstwerk’ noemen. Hier is duidelijk ironie in het spel. Dit is precies het punt waar de taalkundige afhaakt en een taalfilosoof als Maier zijn kans schoon ziet een theorie te ontwikkelen: “Voor de interpretatie van citaten heb je niet alleen taalkundige kennis nodig, maar ook kennis van de wereld.”

Door iets tussen aanhalingstekens te plaatsen kan de schrijver ironie uitdrukken.

Taaltheorie

Toch verliest hij de taalkundige kant van het verhaal niet uit het oog. Maier wil met name gaan onderzoeken aan welke grammaticale eisen een citaat moet voldoen. Want je kunt niet zomaar een paar willekeurige woorden tussen aanhalingstekens plaatsen. "Die moeten toch een zekere grammaticale eenheid vormen. Wel zie je soms dat verschillende taalkundige eenheden gecombineerd worden in een citaat. Volgens Piet doet zijn hond “heel rare dingen, als je even niet kijkt”, is daar een voorbeeld van. Dat je niet zomaar alles tussen aanhalingstekens kunt plaatsen, zie je wanneer je de leestekens voor ‘hond’ probeert te plaatsen". Het regelsysteem dat hieraan ten grondslag ligt, wil Maier blootleggen aan de hand van een taalkundige theorie. Het model dat hij op deze manier hoopt te ontwikkelen moet echte voorspellingen kunnen doen, zodat we straks geen vraagtekens meer hoeven te zetten bij het gebruik van aanhalingstekens.

zie ook:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 augustus 2007
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.