Je leest:

Turks-Nederlandse huiskamers zijn steeds meer een thuis

Turks-Nederlandse huiskamers zijn steeds meer een thuis

Auteur: | 24 oktober 2008

Turkse Nederlanders zijn steeds meer geld en aandacht gaan besteden aan de inrichting van hun huis. Terwijl de huiskamers van Turkse immigranten veertig jaar geleden karig waren ingericht, zijn huiskamers inmiddels theaters van status en identiteit. Dit blijkt uit onderzoek van Hilje van der Horst, die onlangs promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Sociale wetenschapper Hilje van der Horst onderzocht de interieurs van Turkse Nederlanders. Tijdens haar veldonderzoek keek zij vooral naar wat de inrichting van huiskamers zegt over de bewoners. Want huiskamers zijn net kleine theaters: ze zijn een decor waarin mensen tonen wie ze zijn, waarmee ze zich identificeren en vooral ook wie ze niet zijn. Identiteiten worden er als het ware ‘opgevoerd’. Van der Horst kwam erachter dat een ‘typisch Turks-Nederlands’ interieur niet bestaat. Wel zag zij allerlei veranderingen in het interieur, die wat vertellen over de veranderende houding van Turken ten opzichte van Nederland.

Een van de Turkse interieurs uit het boek Turkse en Marokkaanse Nederlanders thuis, dat Hilje van der Horst samen schreef met Hester Dibbits. Foto: Fleur Kuiper.

Een droomhuis in Turkije

Voorwerpen spelen volgens Van der Horst een belangrijke rol in de levensverhalen van de eerste Turkse migranten. Zij kwamen vaak naar Nederland om uiteindelijk een huis, tractor of auto in Turkije te kunnen kopen. In Nederland leefden ze zuinig, om geld te sparen voor een droomhuis in hun geboorteland. De eerste migranten gingen ervan uit dat ze later weer terug zouden gaan naar Turkije, en dat bleek volgens Van der Horst ook uit de inrichting van hun Nederlandse huiskamers.

‘De mensen die ik heb geïnterviewd richtten hun huis in met goedkope, vaak tweedehandse spullen, waar geen geld voor hoefde te worden geleend’, aldus de onderzoekster. ‘Op de foto’s die mensen lieten zien van hun interieur tijdens die eerste jaren, zag je populaire Nederlandse meubelstijlen, waaronder meubels van donker eiken. Later leerde ik dat veel van die meubels van kringloopwinkels kwamen, of van straat, weggegooid door Nederlanders.’ Geld dat over was, mocht immers niet worden uitgegeven aan mooie spullen in Nederland, maar moest worden gespaard voor het leven in Turkije. De karig ingerichte, tweedehands interieurs van de eerste migranten, laten zien dat Turken niet van plan waren te blijven. Thuis was nog altijd in Turkije.

Wie traditionele Turkse theeglaasjes bij een Turkse Nederlander in de kast ziet staan, moet niet direct denken dat hij zich ook heel erg verbonden voelt met Turkije. Het kan ook een kado zijn van schoonmoeder, die beledigd is als de theeglaasjes niet in de kamer staan te pronken. Inrichting is soms ook willekeurig, zo blijkt uit het onderzoek.

Glanzend en sjiek

Dit is inmiddels veranderd. Steeds meer Turkse migranten zien Nederland als hun thuis. Ze besteden meer geld en aandacht aan hun interieur. Van der Horst: ‘Terwijl Nederland eerst geen plek was om in te investeren, is geld uitgeven in de loop van de tijd geaccepteerd en zelfs noodzakelijk geworden. Toen ik mijn onderzoek deed leek de druk juist groot te zijn om het huis in te richten met dingen die luxe suggereren, zoals hoogglans meubels, flat-screen televisies en andere elektronica.’ De bewoner moet in zijn huiskamer als het ware laten zien dat hij zich dure dingen kan veroorloven. In plaats van een huis op het Turkse platteland, is nu een sjiek ingericht Nederlands huis het belangrijkste symbool van succes, dat laat zien wat de migrant heeft bereikt.

De meeste huiskamers waar Van der Horst tijdens haar onderzoek binnenliep, vielen onder wat zij de ‘hoogglans-stijl’ noemt: wit, crème en pastel kleuren, glazen kasten, hoekbanken in nepleer, onderzetters en glanzende salontafels, soms met een vleugje goud of een andere accentkleur. Dit soort interieurs worden ook vaak in Turkse meubelzaken in Nederland verkocht. Sommige mensen vinden deze stijl dan ook ‘typisch Turks’. Maar liefhebbers zelf associëren deze stijl eerder met internationaal en Italiaans design.

Een ander interieur van Turkse Nederlanders uit het boek Turkse en Marokkaanse Nederlanders thuis van Dibbits en Van der Horst. Met alle kleedjes en kussens is dit interieur ‘etnischer’ dan een hoogglansinterieur. Foto: Floor Kuiper.

Smaken verschillen

De hoogglans interieurs vallen niet bij iedere Turkse Nederlander in de smaak. Volgens Hilje van der Horst zijn er veel verschillende stijlen te zien. Vaak hangen die samen met verschillen in leeftijd en in klasse. Zo vertelt één hoger opgeleide Turks-Nederlandse over de smaak van haar moeders generatie: ‘Ik denk dat ze het gewoon mooi vinden. Alles moet netjes en sjiek zijn. Het moet er duur uitzien. Ze hebben een ander idee bij ’duur’, het moet witte en gouden randjes hebben. Ik denk dat de Jordaanse stijl veel lijkt op deze Turkse stijl.’ Deze vrouw ziet de Turkse stijl vooral als iets dat hoort bij lager-opgeleiden.

Hoger opgeleide Turkse Nederlanders gebruiken hun interieur om zich te onderscheiden van lager opgeleiden. Ook jongeren zetten zich door middel van meubels, kleuren en voorwerpen af van hun ouders. Zo is bijvoorbeeld de moderne Ottomaanse stijl populair. Met veel rood en blauw, donker hout, stoffen, kussens en kleedjes, doen deze huiskamers denken aan de paleizen van de Ottomaanse sultan. Deze stijl is geliefd onder de elite in Istanbul. Turkse Nederlanders zien deze stijl in woonmagazines en interieurprogramma’s op de Turkse televisie. Turkse Nederlanders die deze trend volgen, identificeren zich met het moderne stadsleven van de Turkse elite. Niet met het Turkse platteland van hun grootouders en ook niet met de glanzende Nederlandse interieurs van hun ouders. Turkije speelt dus nog een belangrijke rol, maar op een andere manier dan bij de eerste generatie migranten. Turkije is een bron van inspiratie en identiteit, maar voelt niet meer als thuis. Thuis is op de bank, in de huiskamer, op Nederlandse bodem.

Hilje van der Horst promoveerde op 10 oktober aan de Universiteit van Amsterdam. Haar proefschrift heet ‘Materiality of belonging. The domestic interiors of Turkish migrants and their descendants in The Netherlands’. Zij werkt momenteel als universitair docent aan de Universiteit Wageningen bij de afdeling Sociologie van Consumenten en Huishoudens.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 24 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.