Je leest:

TU Delft wil levens redden met onderzoeksreactor

TU Delft wil levens redden met onderzoeksreactor

Auteur: | 19 februari 2010

De aankomende reparaties van de kernreactor in Petten en de uitgelopen reparaties van een kernreactor in Canada dreigen de wereldwijde productie van medische isotopen lam te leggen. Hierdoor kan er bij sommige kankerpatiënten geen diagnose meer gesteld worden. Om te voorkomen dat ziekenhuizen deze patiënten niet meer kunnen behandelen, wil de TU Delft hun onderzoeksreactor inzetten om medische isotopen te produceren. Maar zit de distributeur van de isotopen daarop te wachten?

Update 19 februari 2010

Covidien, de distributeur van de medische isotopen, geeft aan dat ze definitief in zee gaan met het Poolse Instituut voor Atoomenergie (IAE). Ze zetten de Maria onderzoeksreactor van POLATOM in om naar verwachting een miljoen extra patiënten aan medische isotopen te kunnen helpen.

Halverwege 2009 moest de kernreactor in het Canadese Chalk River ineens haar deuren sluiten voor de reparatie van een ernstige lekkage. Deze reactor is verantwoordelijk voor 50% van de wereldwijde productie van het radioactieve medische isotoop molybdeen-99. De reparaties zouden eind 2009 klaar zijn, maar lopen hoogstwaarschijnlijk uit tot het tweede kwartaal van 2010.

Defect

De reactor in Petten.

Daarom valt de wereld terug op Petten. De Hoge Flux Reactor (HFR) die hier staat is normaal gesproken verantwoordelijk voor de wereldwijde productie van 30% van molybdeen-99. Het zou een koud kunstje zijn om de productie van de HFR op te schroeven om ziekenhuizen van voldoende isotopen te voorzien, ware het niet dat deze reactor sinds augustus 2008 óók kampt met een defect. Het ministerie van VROM gaf destijds een vergunning uit tot 1 maart 2010, waarna de reactor minstens drie maanden dicht moet voor reparaties.

Deze datum wordt al meer dan een jaar gevreesd door ziekenhuizen wereldwijd, want met de tijdelijke sluiting van de beide reactoren neemt de productie van medische isotopen af met 80%. Fred Verzijlbergen, de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde (NVNG), zegt dat dit “buitengewoon ongenaam kan zijn voor de patiënten”. Volgens Verzijlbergen komen therapieën niet in gevaar omdat die van andere, stabielere isotopen gebruik maken, maar diagnoses stellen is lastiger zonder molybdeen-99.

Waarom radioactieve isotopen?

Door het gebrek aan het isotoop molybdeen-99 kunnen diagnoses van kanker simpelweg een tijdje niet gedaan worden. Het radioactieve molybdeen-99 vervalt namelijk langzaam in technetium-99m, wat aan stofjes wordt gekoppeld die hechten aan tumoren. De gammastraling die het technetium-99m uitzendt kan de arts meten, wat informatie geeft over de grootte en locatie van de tumor.

Behandelingen van kanker gebeuren met andere stoffen, namelijk het radioactieve jodium-131 en iridium-192. Omdat de halveringstijd van deze isotopen langer is dan die van molybdeen-99 en ze op meer plaatsen geproduceerd kunnen worden, komen de therapieën niet in gevaar.

De reactor in Delft, van binnenuit gezien.

Om een isotooptekort te voorkomen zijn de NVNG, VROM en de Amerikaanse isotopendistributeur Covidien al enkele maanden naarstig op zoek naar nieuwe isotopenbronnen. Nu maakte de TU Delft onlangs bekend dat zij hun onderzoeksreactor tijdelijk kunnen inzetten om 10% van de isotoopproductie van Petten te leveren. Professor Bert Wolterbeek van het Reactor Instituut Delft zegt: “Het gaat natuurlijk maar om een klein gedeelte op wereldschaal, maar ruim voldoende om de klinische behoefte in Nederland te blijven afdekken.”

Oeral

Kat in het bakkie, zou je zeggen. Maar een week nadat de TU het voorstel indiende bleef het ijzig stil aan de kant van de lijn. “We hebben nog geen enkele reactie gehoord van Covidien”, zegt Wolterbeek, “en zij zijn hier de centrale partij”. Een mailtje naar het bedrijf levert niks op buiten een paar algemeenheden als “we waarderen het aanbod van de TU Delft voor het bijdragen aan een lagetermijnoplossingen” en “we houden het overleg graag open.”

Verzijlbergen is gelukkig duidelijker: “Het rendement [van de Delftse reactor] is zoveel lager dan van de HFR én van een reactor in Polen alwaar Covidien vanaf maart molybdeen wil gaan produceren, dat men vooralsnog geen energie wil stoppen in Delft. Vanuit de NVNG en de verschillende overheden hebben wij ervoor gepleit dat de weg naar Delft wél verder wordt geëxploreerd, maar dan meer als back-up voor de toekomst.”

Wolterbeek vermoedde al zoiets: “Ik denk dat Covidien liever met een partij in zee gaat die aan 100% van de isotoopbehoefte kan voorzien. Maar ze moeten wel goed uitzoeken of dat mogelijk is. Delft produceert maar 10% van Petten, maar we kunnen onze belofte wel waarmaken. Als de medische isotopen bij wijze van spreken van over de Oeral moeten komen, kun je je afvragen of ze wel goed en op tijd aankomen.”

Update 26 januari 2010

Covidien liet vandaag telefonisch aan de TU Delft laten weten dat zij inzetten op enkele grotere reactoren voor hun molybdeen-99, in plaats van meerdere kleine reactoren. Wolterbeek gaf aan daar begrip voor te hebben, maar houdt zich aanbevolen als back-up generator voor het geval dat er iets mis gaat met het transport.

Reactorsoap

Het is niet alsof Covidien veel keuze heeft. Want hoewel er genoeg kernreactoren op de wereld zijn, produceren slechts vijf reactoren het medische isotoop molybdeen-99. De rest is voornamelijk ingericht voor de productie van kernenergie, en hoewel het reactormateriaal in beide soorten centrales hetzelfde uranium is, hebben energiecentrales niet de nodige apparatuur om medische isotopen te produceren.

Kernenergie vs medische isotopen

Bij een energiecentrale ligt de nadruk op het opvangen van warmte. Daarom is de reactorkern omsloten door grote watervaten die zo efficiënt mogelijk de vrijgekomen energie opnemen. Bij een onderzoeksreactor gaat het juist om de neutronen die vrijkomen bij de kernreactie in de reactor. Die neutronen worden gebruikt om nieuwe reacties op gang te brengen, die precies de juiste isotopen voor medisch gebruik opleveren.

De reactorsoap rondom de productie van molybdeen-99 gaat dus nog even door. Maar wat de spelers ook beslissen, het is te hopen dat ze het snel doen. Want de situatie van de kankerpatiënten wordt er zonder de isotopen niet beter op.

Lees meer op Kennislink

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 19 februari 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.