Je leest:

Tsunami

Tsunami

Auteur: | 2 juni 2010

Dit dossier gaat over golven genaamd tsunami’s, die vooral ontstaan door een zware aardbeving. Enkele bekende tsunami’s worden aangehaald, maar ook de werking, oorzaken, herkenning van oude tsunami’s en de waarschuwing voor tsunami’s worden besproken.

Tsunami betekent letterlijk havengolf in het Japans. Reusachtige tsunamigolven zijn een direct gevaar voor de flora en fauna in de kustgebieden, vaak met de dood als gevolg. Dit dossier geeft een introductie over diverse aspecten van tsunami’s.

Tsunami’s uit het (recente) verleden

Japan werd op 11 maart 2011 opgeschrikt door een aardbeving van 8.9 op de moment-magnitude schaal. Even later stroomden de tsunamigolven delen van Japan binnen, vooral rond Sendai. Ook aan andere kusten van de Stille Oceaan kwamen de golven aan, zonder al te veel schade veroorzakend overigens. Het dodental in Japan lag boven de 10.000; de kerncentrale Fukushima kwam in grote problemen. Een andere, nog vernietigerende tsunami is die van Tweede Kerstdag 2004. Net ten westen van het Indonesische eiland Sumatra beefde de grond onder de zee met een kracht van 9.2 op de moment-magnitude schaal waardoor enorme tsunamigolven ontstond. Ongeveer 230.000 mensen vonden de dood. In juli 2006 werd Indonesië weer getroffen door een tsunami: 659 doden. Andere, minder vernietigende tsunami’s zijn waargenomen in april 2007 in de Stille Oceaan, in januari 2008 in Japan, in september 2009 in de zuidelijke Stille Oceaan en in februari 2010 in Chili.

Tsunami’s kwamen ook in het verleden voor. Her en der zijn er langs de oceaankusten nog sporen van te vinden, ook al zijn de tsunamigolven allang verdwenen. Eén voorbeeld zijn metersgrote brokken koraal die op een vlak eiland in de Stille Oceaan te vinden zijn. Na de tsunamiramp van 2004 langs de stranden van de Indische Oceaan is het onderzoek naar tsunami’s uit het verleden in volle gang. In 2008 meldden wetenschappers dat er mogelijk een patroon zit in de terugkeer van zeer zware tsunami’s op basis van bodemmonsters op Thailand en Sumatra.

Mensen op Thailand rennen voor de binnenkomende golven op 26 december 2004.

Zie ook:

Ontstaan en werking

Veruit de meeste tsunami’s ontstaan als direct gevolg van een aardbeving in een oceaan. Voor de Stille Oceaan zijn aardbevingen de oorzaak van ruim 82% van de tsunami’s van de afgelopen 2000 jaar, ook al veroorzaakt slechts 1-2% van de aardbevingen een tsunami. Andere oorzaken van een tsunami zijn meteorietinslagen, onderzeese aardverschuivingen en onderzeese vulkaanuitbarstingen. In het geval van een aardbeving moet het een flinke aardbeving zijn van meer dan 7,0 op de schaal van Richter. De breuk in de aardkorst waarlangs de beving plaatsvindt, is vaak een verticale. Ook de waterdiepte mag niet te ondiep zijn voor het ontstaan van hoge tsunamigolven.

In alle gevallen gaat het om energie die wordt getransporteerd via het water. De verticale beweging van de waterkolom door bijvoorbeeld een aardbeving zorgt voor slechts centimetershoge golven met een enorme golflengte van soms wel honderden kilometers die in een cirkelvormig patroon van de plaats van de beving af bewegen. De snelheid kan oplopen tot 1000 km/h. Nadert zo’n golf de kust, dan neemt de golflengte af alsook de snelheid; de hoogte neemt toe tot soms wel tientallen meters. Vervolgens breekt de golf en spoelt over het land, vaak met desastreuze gevolgen.

De meeste tsunami’s komen voor langs de kusten van de Stille Oceaan waar veel aardplaten tegen elkaar botsen en zware aardbevingen veroorzaken.

Het ontstaan van een tsunami door een zeebeving.

GNU

Zie ook:

Waarschuwen voor binnenkomende tsunami

Veel levens worden gered bij een tijdige waarschuwing voor een aankomende tsunami. Ook voorlichting kan vele levens redden. Bijna niemand aan de kusten van de Indische Oceaan in 2004 wist bijvoorbeeld dat het terugtrekken van de zee betekent dat er een grote golf aankomt. Een waarschuwingssysteem levert nog meer tijdwinst op voor mensen om te vluchten. In de Stille Oceaan is zo’n waarschuwingssysteem er al naar aanleiding van een aardbeving in Alaska in 1946. Voor de Indische Oceaan is zo’n systeem sinds de tsunami van 2004 in ontwikkeling. Dat nog lang niet alle waarschuwingssystemen optimaal werken, bleek in februari 2010 toen een tsunami Chili trof. De Chileense marine faalde hopeloos op 27 februari.

De waarschuwingssystemen maken nu nog vooral gebruik van boeien in de oceanen. In verbinding met deze boeien staan sensoren die drukveranderingen op de oceaanbodem meten. Komt er een tsunamigolf langs dan geeft de sensor dit door aan de boei, die vervolgens een signaal uitzendt naar satellieten. De satellieten stellen op hun beurt het vasteland weer op de hoogte van de naderende tsunami. In de toekomst zouden alleen satellieten ingezet kunnen worden die het zeeoppervlak afspeuren naar tsunamigolven.

Deze GIOVE-A satelliet van de ESA zou kunnen helpen bij op opsporen van tsunami’s.

Zie ook:

Herkenning oude tsunami’s

Hoe groot is het risico op een tsunami? Hoe vaak komt het voor? Antwoorden daarop zijn te vinden op of in de bodem. Wel is het dan zaak deze te herkennen. Wetenschappers hebben in de afgelopen decennia veel werk verzet en kunnen nu redelijk een ‘fossiele’ tsunami herkennen. Herkenning gaat op basis van reuzenkeien, zandlaagjes, microfossielen en verschillende erosievormen in het landschap. Die erosievormen kunnen klein zijn, in de orde van centimeters, of juist heel groot met heuse uitgesleten, metersgrote sporen van draaikolken.

Naast tsunami’s zijn er echter ook grote stormen die erosievormen en zandlaagjes achterlaten op de kustzone. Om na te kunnen gaan hoeveel tsunami’s er in het verleden voorkwamen en wat het risico is voor de mensen langs de kusten, is het enorm belangrijk om een tsunami van een storm te onderscheiden. Ondanks dat dit vaak een enorme uitdaging is, zijn wetenschappers hier in geslaagd door de zandlagen te bestuderen. Ook microfossielen en afzettingen boven de stormgrens zijn goede criteria.

Het gele zand is afgezet door een tsunami in de Amerikaanse staat Oregon.

USGS

Zie ook:

In de toekomst zullen nog veel meer onderzoeken naar tsunami’s worden gepubliceerd, vooral over hoe vaak tsunami’s nou voorkomen.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 juni 2010

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.