Je leest:

Tsunami 2004 géén uitzondering

Tsunami 2004 géén uitzondering

Auteur: | 3 november 2008

Tweede Kerstdag 2004 is de dag van de tsunami die bijna een kwart miljoen mensen doodde. Niemand had ooit zoiets gezien, maar onderzoek aan bodemprofielen in Thailand en Sumatra toont aan dat megatsunami’s geen uitzondering zijn.

De tsunami van Tweede Kerstdag 2004 verraste iedereen. De bodemprofielen in Thailand en Sumatra laten echter zien dat de vloedgolf géén uitzondering was. Zandlaagjes tonen aan dat dergelijke tsunami’s om de 600-700 jaar voorkomen volgens Jankaew ( Chulalongkorn University, Thailand), Monecke ( Kent State University, V.S.) en collega’s. Het gepubliceerde nieuws in Nature en vervolgonderzoeken zullen helpen bij het bepalen van goede locaties voor onder andere huizen en havens en uiteindelijk het redden van levens.

Tsunami 2004

Tweede Kerstdag 2004. Het lijkt een gewone dag te worden. Niets wijst op een naderende ramp voor de kustregio’s grenzend aan de Indische Oceaan. Op de oceaan zelf is niets te merken, maar aan de kust trekt het water zich plots terug, even later een enorme vloedgolf van maximaal 30 meter hoog vormend. Deze tsunami ( havengolf in het Japans) overspoelt het land, zaait dood en verderf voor mens en dier. Bijna een kwart miljoen mensen in elf landen vinden de dood als gevolg de zeebeving van 9,2 op de schaal van Richter vlak voor de kust van Sumatra. Het herstel is nog steeds bezig…

De tsunami verspreidde vloedgolven over de gehele Indische Oceaan. Bron: NOAA

Zandlaagjes

Een ramp als nooit tevoren, want historisch geschreven bronnen over zulke vloedgolven zijn er niet. De tsunami van 2004 liet in veel landen een karakteristiek zandlaagje achter. Dat laagje wordt in de komende jaren bedekt door nieuwe lagen. In sommige gevallen is dit zelfs al gebeurd. Hoe dieper, des te ouder de laag. Van dit principe maken wetenschappers gebruik en ze boren sinds 2004 in de bodems rondom de Indische Oceaan op zoek naar bewijzen of en hoe vaak zo’n allesvernietigende tsunami voorkomt.

Maar hoe vinden wetenschappers nu zo’n laagje? Wind en water kunnen er in een mum van tijd voor zorgen dat een zandlaagje wordt geërodeerd. Bovendien zijn er zoveel zandlaagjes in de bodems nabij de kust. Echter, nabij de kust komen af en toe depressies in het landschap voor die niet tot nauwelijks worden beïnvloed door de wind. Op deze natte plaatsen hopen zich in snel tempo rottende plantenresten op (soms wel een cm per jaar). Het verschil in kleur met het zandlaagje is duidelijk. De onderzoekers hebben hun boringen zo gekozen dat er geen rivierzand in het boorprofiel kan zitten omdat een rivier simpelweg niet in de buurt van de plaats van boring te vinden is.

En waarom is een zandlaagje nu een bewijs voor een tsunami? De zandlaag afgezet in 2004 geeft een ideaal voorbeeld. Plant- en bodemmateriaal in de zandlaag laten zien dat de laag door een sterke stroming is afgezet. En door nauwkeurig naar de structuur van het zandlaagje te kijken kan bepaald worden dat de stroming vanaf de oceaan kwam.

Het plaatsje Lhoknga in Indonesië bestaat na 26 december 2004 niet meer. Bron: NASA

Thailand en Sumatra

In de bodems op Thailand en Sumatra zijn naast het laagje van 2004 nog enkele zandlagen gevonden. Ook dit zijn overblijfselen van tsunami’s. Zowel op Thailand als op Sumatra is een zandlaagje gevonden dat tussen 600 en 700 jaar geleden is afgezet, zo wees C-14 datering uit van het organisch rijke laagje vlak onder het tsunamilaagje. In Sumatra is nog een ander zandlaagje gevonden van 1100-1200 jaar oud, en ook een zandlaagje in Thailand heeft mogelijk dezelfde ouderdom. Een derde laag in Thailand is ongeveer 2200 jaar oud. Dit lijkt sterk op een patroon dat zich om de 600-700 jaar herhaalt.

Triest maar waar: deze mensen rennen voor hun leven…

Patroon?

Of het patroon nu toevallig is niet, het gaat hier waarschijnlijk alléén om de allergrootste tsunami’s. Minder krachtige tsunami’s (zoals degene die honderden mensen op Java het leven benam op 17 juli 2006 na een zeebeving van 7,2 op de schaal van Richter) laten veel minder zand achter. Die zijn dan ook moeilijker terug te vinden in een bodemprofiel. Dit een waarschuwing dat de kustbewoners rond de Indische Oceaan er niet gerust op kunnen zijn dat er pas weer over 600-700 jaar een tsunami zal komen. Er zijn meerdere plaatsen waar een aardbeving kan plaatsvinden en dus een vloedgolf kan ontstaan. Een verbetering van het waarschuwingssysteem, dat in juli 2006 niet goed werkte, is dus van levensbelang.

De zeebeving van 2006 nabij Java zorgde ook voor een tsunami. Bron: NASA

En nu?

De eerste onderzoeken tonen aan dat enorme tsunami’s voor zijn gekomen. Maar hoe krachtig waren deze nu precies en hoe zit het met minder sterke tsunami’s? Uitgebreid onderzoek aan vele kusten van de Indische Oceaan en vergelijk met die uit 2004 zal veel meer duidelijk maken. Hierdoor kunnen uitspraken worden gedaan of en waar het verstandig is om huizen te bouwen of een haven aan te leggen. Voorkomen van een tsunami kan de mens niet, maar er op voorbereid zijn wél. Zeker sinds 2004.

Referenties:

Bondevik, S., 2008. The sands of tsunami time. Nature 455: 1183-1184. Jankaew et al., 2008. Medieval forewarning of the 2004 Indian Ocean tsunami in Thailand. Nature 455: 1228-1231. Monecke et al., 2008. A 1,000-year sediment record of tsunami recurrence in northern Sumatra. Nature 455: 1232-1234.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.