Je leest:

Tropische meelifters in de darmen

Tropische meelifters in de darmen

Auteur: | 2 juni 2006

Tropenreizigers nemen behalve mooie herinneringen en foto’s soms ook ongewild darmparasieten mee naar huis. Vaak gaat het vanzelf over, maar soms overleeft de parasiet ongemerkt vele jaren en veroorzaakt dan alsnog gezondheidsschade. Het LUMC gaat daarom reizigers die terugkomen uit de tropen uit voorzorg onderzoeken. Nieuwe diagnostische technieken maken deze posttravel screening mogelijk.

“De klassieke methode voor het aantonen van darmparasieten is de ontlasting onder de microscoop bekijken en noteren wat je tegenkomt aan eitjes, eencelligen en larven”, beschrijft parasitoloog-onderzoeker dr. Lisette van Lieshout, hoofd sectie Epidemiologie en Diagnostiek, afdeling Parasitologie. “Daar zitten behoorlijke nadelen aan: het is arbeidsintensief en dus erg kostbaar, en bovendien is er in 98 procent van de monsters geen parasiet te vinden. Wij zijn daarom al heel lang geïnteresseerd in alternatieve diagnostiek. In eerste instantie was dat de serologie: het detecteren van antilichamen in het bloed.” Die methode werkt echter niet voor alle ongenode gasten. “De parasiet moet deels in het weefsel zitten, dan pas reageert je lichaam erop met antilichamen. En dat is zeker niet bij alle parasieten het geval.”

Veel gevoeliger

Een beter alternatief zijn daarom moleculaire technieken die het dna van de parasiet aantonen. Dr. Jaco Verweij, parasitoloog-onderzoeker bij de afdeling Parasitologie, promoveerde twee jaar geleden op het detecteren van darmparasieten met de polymerase chain reaction(PCR). Hierbij wordt aanwezigheid van een parasiet in de ontlasting aangetoond door een voor het organisme uniek stukje erfelijk materiaal te vermenigvuldigen. “Met moleculaire diagnostiek is destijds begonnen om parasieten te onderscheiden die er onder de microscoop hetzelfde uitzien, maar waarvan de ene ziekteverwekkend is en de andere niet”, vertelt Verweij. PCR bleek zo goed te bevallen dat het steeds vaker gebruikt werd en er ook veel onderzoeken werden uitgevoerd naar het optimale gebruik in de praktijk. Hieruit blijkt dat PCR veel gevoeliger is dan microscopisch onderzoek, wat gek genoeg ook een nadeel kan zijn. Van Lieshout: “Je kunt met PCR een parasiet vinden die in zeer lage aantallen aanwezig is. Zo laag dat je je af moet vragen of dat wel voor klachten kan zorgen. Bij welke mate van infectie er behandeld moet worden, zal in de praktijk moeten blijken.” “Het gekke is dat met microscopie de vraag nooit is gesteld welke hoeveelheid klinisch relevant is”, reageert Verweij. “Als daar één parasiet wordt gezien, wordt dat al opgeschreven, terwijl het er misschien in totaal maar eentje was in al die poep.”

Rugzakreizigers

De minder arbeidsintensieve methoden maken grootschalige screening van risicogroepen mogelijk. Nog dit jaar moet de zogenaamde post-travel screeningvan start gaan, een initiatief van de afdelingen Infectieziekten en Parasitologie, in samenwerking met het Klinisch Microbiologisch Laboratorium (Medische Microbiologie). “We zullen post-travel screening als service aanbieden aan mensen die een risico op bepaalde infecties lopen tijdens een tropenverblijf”, vertelt infectioloog dr. Leo Visser van de afdeling Infectieziekten. Onder de vaak primitieve omstandigheden in tropische landen is het risico op een besmetting met wormen of eencellige darmparasieten sterk verhoogd. Hij schat dat er in het lumc jaarlijks zo’n vijfhonderd mensen in aanmerking zullen komen voor de screening. “Mensen die zich melden voor een reisadvies en vaccinaties zullen we vragen om na terugkomst een paar keer ontlasting in te leveren. Dat kunnen bijvoorbeeld rugzakreizigers zijn of studenten die veldonderzoek gaan doen in de tropen.”

Is het wel nuttig om iedereen die zonder ziekteverschijnselen terugkomt uit de tropen te screenen? “In een onderzoek bleken mensen met klachten niet vaker parasieten te hebben dan mensen zonder klachten. Het hebben van klachten zegt dus niet zoveel”, aldus Visser. “Bovendien blijkt uit ander onderzoek dat 25 procent van de mensen die langer dan drie maanden in de tropen verblijft een parasitaire infectie heeft.” Dit zijn niet allemaal infecties waarop gescreend hoeft te worden. “Je weegt af hoe vaak het voorkomt en hoe potentieel gevaarlijk het is. Entamoeba histolytica komt misschien maar voor bij een op de duizend mensen, maar is potentieel dodelijk”, vertelt Van Lieshout. "Op deze eencellige gaat dan ook in elk geval gescreend worden. Daarnaast zijn dat de eencelligen Giardia lamblia en Cryptosporidium, de worm Strongyloides en voor reizigers naar Afrika ook Schistosoma. “Van Strongyloides is bekend dat je er decennialang mee kunt rondlopen met heel vage of zelfs helemaal geen klachten.” Mensen worden er vaak pas ziek van als hun weerstand sterk vermindert. Visser: “Als geïnfecteerde mensen bijvoorbeeld prednison krijgen, vlamt zo’n infectie op. De relatie met die tropenreis uit een ver verleden is dan moeilijk gelegd en dan kunnen mensen er zelfs door overlijden.”

Ziek zonder tropen

De besmettelijkheid kan ook een reden zijn om op een bepaalde parasiet te gaan testen. “Entamoeba histolytica en Giardia lamblia zijn op zich niet zo gevaarlijk, maar de één heeft er veel meer klachten van dan de ander. Iemand zonder klachten kan een ander besmetten die er vervolgens wel ziek van wordt. We zagen bij een uitbraak van Entamoeba histolytica een gezinslid met een leverabces, terwijl de rest van het gezin ook geïnfecteerd was, maar geen klachten had”, verhaalt Verweij. Visser: “Dan komt er opeens iemand die nooit in de tropen is geweest met een infectie bij de dokter. Dit maakt het extra lastig, want de behandelaar zal niet gauw aan denken aan een tropenbezoek van een huisgenoot.”

In overleg met de afdeling Medisch Microbiologie kunnen er nog virussen en bacteriën aan de lijst met te detecteren ziekteverwekkers worden toegevoegd. Visser denkt daarbij vooral aan seksueel overdraagbare infecties, zoals Chlamydia en hepatitis B, die niet zeldzaam zijn bij tropenreizigers. Voor virussen en bacteriën gelden dezelfde voorwaarden als voor de darmparasieten. “In principe geen klachten, langdurig bestaan in de gastheer en potentieel gevaarlijk. Van Chlamydia bijvoorbeeld merken mensen vaak niets, maar bij vrouwen kan het tot onvruchtbaarheid leiden”, aldus Visser.

Minder microscopie

Met het aantonen van darmparasieten met moleculaire methoden loopt het LUMC voorop in Nederland. Sommige klassieke parasitologen moeten nog aan het idee wennen dat de microscopen terrein moeten prijsgeven aan pcr-apparaten in hun laboratoria, zo ondervond Van Lieshout. “Bij een presentatie voor de Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie protesteerde een aantal mensen: ‘Microscopie kan toch niet vervangen worden door iets anders, het is toch al honderden jaren de gouden standaard’.”

Verweij: “In de virologie is PCR meer geaccepteerd dan in de parasitologie en dat komt denk ik doordat PCR bij het aantonen van parasieten pas de laatste vijf jaar in een stroomversnelling is geraakt.” De virologie heeft dezelfde periode van weerstand al achter de rug. “In het begin zeiden de klassieke virologen: ‘ik geloof het pas als het gekweekt is’, maar dan visten ze bij HIV achter het net, want dat kon je niet kweken.”

De microscoop zal waarschijnlijk nooit helemaal uit de parasitologie verdwijnen, omdat je met PCR alleen vindt waarnaar je op zoek bent. Een zeldzaam of onbekend wormpje kun je op die manier missen. Maar de microscopie zal zeker een minder prominente rol gaan spelen, verwachten de onderzoekers. “Het Antonie van Leeuwenhoek-tijdperk is nu wel zo langzaamaan ten einde”, lacht Visser.

Dit artikel is een publicatie van Cicero (LUMC).
© Cicero (LUMC), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 02 juni 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.