Je leest:

Tropische cyclonen

Tropische cyclonen

Wanneer en waar woeden op dit moment tropische cyclonen? Met de onderstaande links kunt U surfen naar diverse instituten, universiteiten, enz. om de laatste actuele informatie op te halen. Dikwijls kunt U daar ook meteen een meest recente satellietfoto ‘meepikken’.

Wat zijn tropische cyclonen?

Tropische cyclonen, de naam zegt het al, vinden hun ontstaan in de tropische zone van de aarde. Het zijn in feite van oorsprong depressies die boven voldoende warm zeewater ontstaan en door de voortdurende toevoer van warmte en vocht vanuit de oceaan verder kunnen activeren en daardoor op een gegeven moment kunnen uitgroeien tot een volwassen cycloon met hoge tot zeer hoge windsnelheden die op kunnen lopen tot meer dan 225 km/uur, afhankelijk van de categorie van sterkte (zie schaal). Het verschil met bijv. Europese depressies is dat de tropische cycloon geen fronten heeft. Ze lijken in Europa op de zgn. thermische depressies, alleen zijn ze verder in het geheel niet met elkaar te vergelijken. De doorsnee van een cycloon ligt gemiddeld tussen de 300-600 km, maar dat kan iets kleiner zijn, of in zeldzamere gevallen van een supertyfoon, in de orde van 700-1000 km. De hoogte van het wolkendek reikt tot gemiddeld 12 a 15 km.

Hoe en wanneer ontstaan ze?

Van groot belang bij het ontstaan is de temperatuur van het zeewater. Zodra de temperatuur van het water de 27 of 27.5 °C bereikt, kan bij eveneens andere gunstige omstandigheden, een tropische cycloon ontstaan. Het hangt dus niet alleen af van de zeewatertemperatuur. Er zijn nog een aantal voorwaarden: a. bovenin moet een sterke uitstroming van de luchtstroom bestaan (divergentie) b. het verschil in windrichting en snelheid met de hoogte (verticale windschering) mag niet te groot of te abrupt zijn. c. uiteraard moet de lucht voldoende onstabiel van opbouw zijn. d. de plaats van ontstaan moet zich bevinden op 5° NB, 5° ZB of hoger. In het algemeen vinden de tropische cyclonen hun ontstaan in de Intertropische Convergentie Zone (de ITCZ). Deze zone is het gebied waar de passaatwinden uit het noordelijke- en zuidelijke halfrond bij elkaar komen. Deze stromingen convergeren daar en worden gedwongen op te stijgen. De luchtdruk daalt aan de grond zodat in het gebied van de ITCZ een gordel van lagedruk te vinden is (de doldrums).

In deze zone ontstaan door de sterke aanwarming en de versterkte opstijgende luchtstroom veel bewolking, met name goed ontwikkelde stapelwolken. Uit veel van deze wolken ontwikkelen buienwolken (cumulonimbus). Als zo’n gebied van buien een eigen leven gaat leiden en in de oostelijke straalstroom wordt opgenomen is zo’n ‘easterly wave’ geboren. Meestal vormen deze ‘easterly waves’ zich al boven het westen van het Afrikaanse vasteland om vervolgens de Atlantische Oceaan op te gaan. Als aan alle drie genoemde voorwaarden voldaan kan worden, kan zo’n storing zich uitbouwen tot allereerst een tropische depressie. De wind is dan nog niet echt toegenomen, hooguit wat vlagerig.

Naarmate de depressie meer vocht en warmte uit de oceaan oppikt, kan de inwendige motor op gang komen. Van onder stroomt de onstabiele warme en vochtige lucht naar elkaar toe omhoog en stroomt aan de bovenkant weer uit. Aan de randen stroomt de lucht weer naar beneden en kan het spel opnieuw beginnen. Zoals eerder vermeld moet het brongebied van de beginnende orkaan zich op minstens 5 ° van de evenaar bevinden. Daar krijgt het systeem net voldoende invloed van de draaiende aarde; op de evenaar is die kracht, de Corioliskracht namelijk nul. Door de aardrotatie ontstaat een afwijking in deze circulatie, zodat, op het noordelijke halfrond, de wind linksom (tegen de wijzers van de klok in) om het centrum gaat draaien. Hoe beter die motor gaat draaien, hoe hoger wordt de windsnelheid.

Zodra de windsnelheid toeneemt tot 34 knopen (16 m/sec) of meer, wordt de tropische depressie gedoopt tot tropische storm en krijgt het een naam. De tropische cycloon of orkaan is pas officieel zodra de windsnelheid in de tropische storm is toegenomen naar 63 knopen of hoger (of 33 m/sec, 112 km/uur of meer). Deze snelheid staat gelijk met een windkracht 12. De aan de cycloon gegeven naam is sinds 1979 beurtelings een meisjes- of jongensnaam, bepaald via van tevoren vastgestelde lijsten. Elke regio heeft zijn eigen lijst.

Voor de komende jaren zijn de namen in de volgende namenlijsten te vinden.

Wanneer in het jaar kunnen tropische cyclonen voorkomen? Dat hangt af van de regio. Ruwweg op het noordelijke halfrond in de zomermaanden en op het zuidelijke halfrond in onze wintermaanden. Nog preciezer is het om te zeggen dat het hoogseizoen 2-3 maanden na het moment van maximale zonshoogte aanvangt. Voor de Atlantische Oceaan is dat de maanden augustus en september. Een uitgebreider overzicht is hieronder te vinden in tabel 1.

In het westelijke deel van het noordelijke deel van de Stille Oceaan (volgt U het nog?) zijn de tropische cyclonen het meest talrijk en het meest actief. Soms groeien ze uit tot kolossale supercyclonen of supertyphonen. Vaak zijn de diverse eilandjes, de Filippijnen en ook Taiwan doelwit bij deze megasystemen. Om een tropische cycloon of ‘hurricane’ in de Atlantische regio in te delen naar sterkte, wordt gebruik gemaakt van categorieën volgens de Saffir/Simpson-schaal (tabel 2). Behalve naar de windsnelheden wordt ook gekeken naar de luchtdruk in de kern of oog van de cycloon en naar de stormvloed die het aan de kusten veroorzaakt (‘stormsurge’). Deze ‘stormsurge’ is een verhoging van het waterpeil boven het al heersende tij en wordt veroorzaakt door het opstuwen van het water door de enorme snelheid van de wind die over de zee blaast.

De hoogste stormvloed wordt meestal bereikt, ca. 25 km oost of noordoost van het oog zodra de het centrum van de cycloon (het oog) aan land komt. Behalve de wind kan ook deze stormvloed veel schade bereiken, vooral wanneer de stormvloed extra hoog wordt wanneer deze samenvalt met hoogtij of nog erger: springtij.

En de volgroeide cycloon?

De structuur Van boven af gezien, vanuit bijv. een weersatelliet, zijn de meest opvallende kenmerken: 1. een min of meer centraal gelegen minder bewolkte kern (’t oog). 2. een hoge en brede wolkenmuur rond dit oog, vooral ten noordoosten hiervan. 3. de naar buiten uitgewaaierde wolkenbanden en schermen van hoge sluierwolken.

Op de foto hierboven zijn deze kenmerken vrij goed te zien. Deze ‘hurricane’, Bertha uit juli 1996, trok op dat moment vlak langs de Bahama’s en was een storm uit de categorie 3. Wat ook goed herkenbaar is, is de stroming tegen de wijzers van de klok in om de cycloon heen. Van linksboven op de foto draait a.h.w. de wolken linksom en spiraalsgewijs naar het centrum toe. Direkt rond het oog (het meest zwarte vlekje) is een iets minder donker gedeelte erom heen waar te nemen. Dat is de schaduw die wordt geprojecteerd op de binnenkant van de 12-15 km hoge wolkenmuur. Die wolkenmuur (‘circular exhaust cloud’) bestaat uit hoogreikende aaneengeregen buienwolken (cumulonimbi) waar doorgaans de zwaarste neerslag en de sterkste windsnelheden voorkomen. Met name het noordoostelijke kwadrant 10 tot 50 mijlen van het oog vandaan is het gevaarlijkste gebied van een tropische cycloon. De noordoostelijke kwadrant is, gezien in de trekrichting van de cycloon, het rechterboven gedeelte. Op het voorbeeld van de foto is dat het gedeelte direkt boven het oog. Hier stijgt de vochtige en warme lucht met 50 tot 100 km per uur op. Aan de toppen vindt dan een horizontale uitstroming plaats van uit ijsdeeltjes bestaande wolken, de zgn. sluier- of cirruswolken die ver tot buiten de eigenlijke cycloon kunnen uitspreiden. Ook stroomt er lucht terug naar beneden, het oog in. Deze lucht wordt gaandeweg warmer en veroorzaakt het vrijwel geheel oplossen van wolken binnenin het centrum. De vorstgrens in het oog ligt dan ook een stuk hoger dan net rond het oog (zie doorsnede).

Zoals reeds opgemerkt komen de grootste windsnelheden vlak rond het oog voor in een zone die varieert tussen de 10 en 100 km rond het middelpunt van het oog. De diameter van het oog dat vaak niet geheel rond is maar meer elliptisch van vorm is, is van 20 tot 30 km breed. De lange as van de ellipsvorm ligt in de bewegingsrichting van het oog. Precies in het centrum is de windsnelheid vrij laag en bedraagt o.h.a. een windkracht 3 of 4 (matig), soms nog iets minder.

In het Engels is een zgn. FAQ beschikbaar, adres: http://www.aoml.noaa.gov/hrd/tcfaq/tcfaqHED.html die regelmatig wordt vernieuwd en verbeterd. In dit zeer uitgebreide vragenbulletin worden tal van vragen beantwoord en is veel interessante informatie over tropische cyclonen te lezen. Ook staat erin waar de meest recente versie opgehaald kan worden.

Per gebied staan de links ingedeeld. Na het klikken op een link komt U in de overzichtspagina van de betreffende dienst; deze zijn in het Engels. Vaak is hierbij een voldoende grote meteorologische vakkennis nodig om bepaalde codes, afkortingen en vaktermen te kunnen begrijpen. Bij sommigen is daarvoor verklarende tekst aanwezig.

Voor het gemak kunt u direkt klikken naar het gewenste gebied om de tekstprodukten op te halen die u zoekt.

Dit artikel is een publicatie van Meteonet.
© Meteonet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 10 september 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.