Je leest:

Transport tot 2040: twee scenario’s

Transport tot 2040: twee scenario’s

Auteur: | 13 september 2007

Met Al Gore’s nieuwe film ‘An inconvenient truth’ is de trend gezet voor een nieuw debat over de toekomst. Klimaatverandering, daar draait het allemaal om. Voeg daaraan toe de onstuimige groei van de automobiliteit, de onzekere ontwikkeling van nieuwe voertuigtechnologie, slanke olievelden en nieuwe global players als China en India en je hebt de ingrediënten voor een stevige politieke discussie. Hoogleraar Van Wee laat zien dat de klimaatproblematiek, in combinatie met het opraken van de olie, op termijn veel belangrijker wordt dan de problematiek van lokale luchtverontreiniging en dat transportvraagstukken en sociaal (-culturele) vraagstukken in toenemende mate verweven raken.

De filedruk in Nederland wordt alsmaar groter. En de luchtvaart groeit nog veel sterker dan het wegverkeer. Klimaat is weer hot, mede dankzij Al Gore en het Iintergovernmental panel on climate change (IPCC) en wellicht ook mede dankzij het feit dat mensen nu op brede schaal ervaren dat het klimaat aan het veranderen is.

Om er achter te komen wat verstandig beleid is ten aanzien van infrastructuuraanleg en ruimtelijke inrichting, moeten we al snel meerdere decennia in de toekomst kijken. Hier volgen twee toekomstscenario’s voor 2040 die bedoeld zijn om ons denkkader en discussiekader op te rekken. Bij toekomstscenario’s is het belangrijk in het oog te houden dat de samenleving in 2040 minstens zoveel open vragen zal kennen als de samenleving nu. Veel scenariostudies geven voor het uiterste zichtjaar een soort eindbeeld, maar net zo min als nu zal er sprake zijn van een stabilisatie in 2040.

Foto: Marcel Heemskerk

Scenario 1: Bouwen van wegen en aanpassen van ruimte

Rond 2010 beginnen de olie- en grondstoffenprijzen sterk te stijgen, mede vanwege de grote vraag ernaar in China en India. Rond 2025 komt daar een toenemende vraag uit Afrika bij, dat zich, mede door samenwerking met China, sterk begint te ontwikkelen. Het lukt in Nederland niet rond 2011 / 2012 de kilometerprijs in te voeren: de kikkers bleven niet in de kruiwagen en de nieuwe minister durfde het niet aan. Grote teleurstelling alom: iedereen verwacht dat er minstens tien, zo niet twintig jaar lang niet meer zo’n grote kans op invoering zal ontstaan.

Vanwege de alsmaar toenemende filedruk, en vooral onbetrouwbaarheid van reistijden, is de druk op uitbreiding van het wegennet groot. In 2013 wordt een omvangrijk plan voor uitbreiding van de hoofd- en onderliggende wegenstructuur aangekondigd. Dankzij versnelde procedures worden rond 2020 de eerste wegverbredingen opgeleverd. Nieuwe wegen volgen een jaar of vijf later. In 2025 gaan de zesde en zevende Schipholbaan open.

De problematiek van lokale luchtverontreiniging is redelijk effectief verminderd, onder andere door EU-emissie-eisen aan voertuigen. De fileproblematiek neemt vanaf 2020 in absolute omvang af, en relatief (per voertuigkilometer) nog sterker. Bedrijfsleven, burgers, de ANWB en een meerderheid van de bevolking zijn positief over de ontwikkelingen, al vinden ze dat de wegenuitbreidingen veel te lang op zich hebben laten wachten.

Maar in 2025 nemen de olieprijzen binnen een jaar toe van 120 naar 250 euro per vat als gevolg van paniekreacties en strategieën van speculanten. Het aanbod van biobrandstoffen valt zwaar tegen, mede vanwege beleid om aantasting van natuur en opoffering van gebieden voor voedselproductie te beperken. Waterstof blijkt toch nog steeds te duur om te kunnen concurreren met fossiele brandstoffen. Bovendien blijkt het smelten van de ijskap op Groenland sneller te gaan dan verwacht: de zeespiegel staat in 2025 hoger dan in het meest pessimistische scenario van het IPCC.

Crisis

Er ontstaat een crisis, om te beginnen in de EU, en later in Azië, dat sterk afhankelijk is geworden van olie en grondstoffen, en waar de gevolgen van klimaatverandering het duidelijkst zichtbaar worden. Grote gebieden verwoestijnen en er ontstaan grote watertekorten, met migratie als gevolg. Stringent CO2-beleid wordt acceptabel. Economen geven aan dat het prijsmechanisme de First best oplossing is. Toch wordt in 2030 een systeem van verhandelbare CO2-rechten per persoon (vanaf 16 jaar) in de EU ingevoerd, met equivalenten in andere wereldregio’s. Dit wordt als eerlijker ervaren dan het prijsbeleid. Dankzij ICT blijven de administratieve kosten beperkt.

De muziekcultuur springt meteen in op de trend: de trendsetters prediken een energiearme levensstijl en geven zelf het goede voorbeeld. Zeilschipcruises worden in diverse regio’s erg populair, met name onder jongeren.

Foto: Marcel Heemskerk

Dankzij de bevolkingskrimp ontstaat er vanaf 2030 een overschot aan woningen, maar tegelijkertijd neemt de vraag naar tweede woningen in Nederland toe dankzij CO2-quotering en klimatologische redenen: Zuid Europa wordt te heet.

Er komen nog meer ruimtelijke aanpassingen: de weidewinkels aan de randen van de grote steden, hebben het zwaar. Dat komt mede omdat de buurtwinkels als paddenstoelen uit de grond schieten. Mensen kunnen met de fiets en zelfs lopend al het grootste deel van hun producten kopen. Winkels in centra veranderen steeds meer in plaatsen waar producten bekeken kunnen worden, maar niet gekocht: binnenstadswinkels zetten distributiesystemen op voor thuisbezorging. Aanvankelijk dalen de vierkante meterprijzen van kantoren aan de stadsranden sterk omdat ze minder aantrekkelijk worden vanwege hun autoafhankelijkheid. Maar rond 2035 komt er een kentering want veel mensen verkiezen een baan dichtbij hun woning en kantoren bevinden zich op fietsafstand van de stadsbewoners.

Fiets veel belangrijker

Fietsen wordt sowieso erg populair vanwege de CO2-quotering en het warmere klimaat. Het aantal korte stortbuien neemt toe. Sommige steden leggen daarom op fietsknooppunten schuilplaatsen aan: simpele overdekte plekken waar vele honderden fietsers wachten tot het weer droog is. Ze krijgen de rol van ontmoetingspunten. Het wordt alom geaccepteerd dat mensen een kwartiertje later op hun werk of afspraak zijn in geval van zo’n stortbui, net als vroeger in geval van een onverwachte file. De trein beleeft ook een opleving. Omdat capaciteit belangrijker wordt dan korte reistijden over grote afstanden (die vraag neemt sterk af), wordt er een 1-treinensysteem ingevoerd: treinen stoppen op alle grote stations, en om en om op kleinere stations. Tussen kleinere stations moet daarom vaak één keer worden overgestapt, maar verder neemt het aantal overstappen af. Vanwege de veel hogere frequentie zijn de van-deur-tot-deur reistijden op afstanden tot zeventig kilometer niet langer dan voorheen. Bovendien is de verliestijd door halteren beperkt: de nieuwe generatie treinen accelereert sneller. De files zijn rond 2030 vrijwel verdwenen.

Veel nieuwe wegen blijken misinvesteringen: ze hebben slechts enkele jaren rendement gehad. De discussie over prijsbeleid wordt nergens meer gevoerd, wel die over de vraag of sommige wegen niet afgebroken kunnen worden om de versnippering te verminderen. Het Milieu-, Natuur- en Ruimtelijk Planbureau laat in 2035 samen met het Sociaal Cultureel Planbureau een onderzoek uitvoeren naar de beleving van ruimte en mobiliteit. Er werden vragen gesteld als: “Als u zou moeten kiezen: u kan de rest van uw leven niet meer auto rijden, of niet meer fietsen, wat kiest u dan?” Anders dan verwacht blijkt maar liefst 55 procent de automobiliteit eraan te geven. Onder jongeren (vanwege de vergrijzing is dit de categorie tot veertig jaar) is het aandeel maar liefst 75 procent. In die categorie geeft zelfs tachtig procent aan liever zijn automobiliteit en rijbewijs op te geven dan de computer en andere ICT apparaten. Anders dan verwacht waardeert een meerderheid de bereikbaarheid positiever dan voor 2025.

Het rapport veroorzaakt veel commotie. De OEI-leidraad (onderzoekzoeksprogramma economische effecten infrastructuur), die zich al langere tijd vooral richt op maatregelen voor aanpassingen aan klimaatverandering, wordt gewijzigd om de beleving van bereikbaarheid beter te incorporeren. Het ministerie van Waterstaat (verkeer is geïntegreerd met economie en ruimte) is geïnspireerd en laat mensen ondervragen over hun perceptie van klimaatverandering, risico’s en waardering voor water in de regio. Het ministerie van Gezondheid en Demografie laat onderzoek uitvoeren naar de gezondheidseffecten van het sterk toegenomen fietsgebruik en de beleving ervan door fietsers.

Nooit eerder kende de maatschappij zoveel open vragen over de toekomst. Koortsachtig wordt gewerkt aan de nieuwe scenario’s van de planbureaus, die 2042 moeten verschijnen, om de aankomende nieuwe en geïntegreerde regionale omgevingsnota’s te voeden en strategieën voor klimaatverandering te helpen ontwikkelen.

Foto: Marcel Heemskerk

Scenario 2 Rekening rijden en nieuwe technieken

Tot 2015 verloopt alles conform de verwachtingen uit 2007. Rond 2011 wordt een platte kilometerprijs ingevoerd. Het systeem blijkt, afgezien van enkele kinderziektes, goed te werken. Twee jaar later wordt de differentiatie naar plaats en tijd en naar milieukenmerken ingevoerd, nog twee jaar later de differentiatie naar veiligheid voor andere weggebruikers. De fileproblematiek neemt fors af maar veel minder dan voorspeld. Er worden kamervragen gesteld: “Waarom is in de modellen geen rekening gehouden met afwenteling op de werkgever? Hadden de voorspellingen niet beter gekund?” Toch is vrijwel iedereen content. Het Centraal Planbureau heeft bovendien berekend dat nog steeds de baten flink hoger zijn dan de kosten.

Vanwege de positieve effecten van de kilometerprijs, de klimaatproblematiek en de aanstaande demografische krimp neemt het draagvlak voor verdere wegenuitbreidingen na 2011 af. Het investeringsprogramma voor weguitbreidingen krimpt met tachtig procent tussen 2015 en 2025.

De fileproblematiek is in 2025 weliswaar minder erg dan in 2010, maar niet verdwenen. Dit, in combinatie met de hoge spitstarieven, maakt dat dankzij ICT het algemeen geaccepteerd wordt dat mensen eerst enkele uren thuis werken. ICT is dus niet de oplossing van de fileproblemen, maar stelt mensen in staat de pijn te verzachten (waardoor vervolgens de files wel wat afnemen). Steeds meer nieuwbouwwoningen kennen een extra kamer, in de volksmond de ICT-kamer genoemd. Toch is er van ICT in het ontwerp van die kamer niets te merken: alles is draadloos. De naam zegt dus meer over het gebruik dan over de hardware.

Vooral mannen met kantoorbanen werken vaak eerst thuis. Ze brengen hun kinderen veel vaker naar school. Vrouwen met een baan op fietsafstand kunnen nu eerder naar hun werk. Werkgevers zijn enthousiast: werknemers zijn beter uitgeslapen dan in de periode dat ze voor de file probeerden op het werk te komen, en zijn beter gehumeurd, mede vanwege het toegenomen contact met partner en kinderen. Het SCP constateert dat rolpatronen nog steeds bestaan, maar van vorm veranderen.

Amerika over de kop

In 2018 worden doorbraken gemeld op het gebied van accutechnologie en de efficiëntie van elektriciteitsopwekking. Al snel wordt duidelijk dat een revolutie op energiegebied in het verschiet ligt, maar niemand weet hoe. Sommige autofabrikanten brengen drastische wijzigingen aan in hun onderzoeksprogramma dat zich nu sterk op elektrische auto’s richt. Anderen zijn voorzichtiger en vrezen dat de consument toch gewoon auto’s met een verbrandingsmotor wil. De drie grote Amerikaanse autofabrikanten blijken verkeerd gegokt te hebben. Ondanks forse overheidssteun in de beginjaren van de transitie gaan ze alledrie failliet tussen 2025 en 2030.

De enorme begrotingstekorten en het opgezegde vertrouwen van China in de dollar hebben de slagkracht van de Amerikaanse overheid sterk beperkt en de opkomende Chinese autofabrikanten, die nauw samenwerken met de Europese en Japanse fabrikanten, bieden veilige en aantrekkelijke elektrische modellen aan. De beschikbare biobrandstoffen worden geheel in de elektriciteitssector ingezet, vanwege de lagere kosten en het hogere rendement. Ook de trein profiteert van de revival van elektrische tractie en integreert accutechnologie voor acceleratie en opslag van remenergie met de conventionele tractie. Er komt een separaat European Trading System voor CO2-emissie voor de vervoerssector, los van het systeem voor stationaire bronnen. De luchtvaart groeit sterk en koopt veel rechten op, waardoor de prijs ervan hoog wordt.

Foto: Marcel Heemskerk

Ongelijkheid

Het SCP constateert in 2032 dat er een tweedeling in de maatschappij aan het ontstaan is: aan de ene kant is er een groep mensen met hogere inkomens die veel vliegt en over langere afstanden reist, aan de andere kant is er een groep met lagere inkomens die niet of nauwelijks (meer) vliegt, minder auto rijdt en meer fietst en de trein gebruikt. Veel mensen vinden deze tweedeling niet problematisch: ongelijkheid in inkomen uit zich nu alleen in een andere vorm: via mobiliteit. Bovendien blijkt de maatschappij zich snel aan te passen.

Rond 2035 blijken de prijzen van brandstof erg hoog te worden, enerzijds doordat de ruwe olieprijzen sterk zijn gestegen en anderzijds door de hoge prijs voor CO2. Zelfs de luchtvaart maakt zich ernstige zorgen. Komt er een kentering? Zo ja: wat dan te doen met de vele recent aangeschafte grote vliegtuigen, zoals de Boeing 797 en de Airbus 380? Om nog maar te zwijgen over de vele orders voor nieuw te bouwen vliegtuigen. Schiphol denkt dat het besluit een eiland in de Noordzee te gaan aanleggen niet robuust is. Een van de twee grote VS-luchtvaartmaatschappijen gaat in 2038 failliet, waarna de ander zijn tarieven fors verhoogt. Onder luchtvaartwetenschappers ontstaat een discussie over de vraag of de liberalisering uit de jaren zeventig van de vorige eeuw uiteindelijk wel positief heeft uitgepakt, nu er een soort monopolie is ontstaan.

Er ontstaat een mondiale discussie over klimaat en energie. Milieuorganisaties in Azië maken zich grote zorgen over de toenemende druk om steenkool op grote schaal in te zetten om het opraken van de olie te compenseren, wat het bedrijfsleven wil. En er ontstaat een brede discussie over de vraag of het wenselijk is dat de luchtvaart de CO2-prijs sterk opdrijft. Door de verschuiving naar elektrische tractie ontstaat een nieuwe discussie over light rail: wordt dat niet alsnog rendabel, tenminste in de Randstad?

Bert van Wee is hoogleraar Transportbeleid en Logistieke Organisatie bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Rooilijn.
© Rooilijn, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 13 september 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.