Je leest:

Tinbergen heeft het goed ingeschat

Tinbergen heeft het goed ingeschat

Auteur: | 5 juli 2008

Zilvermeeuwkuikens pikken op de rode stip van de oudersnavel. Leidse biologiestudenten deden wat Tinbergen eigenlijk had moeten doen. Het beroemde experiment blijkt te kloppen.

Het verhaal begint jaren geleden. Toen Carel ten Cate net hoogleraar gedragsbiologie was in Leiden. ‘Ik kreeg origineel materiaal van Tinbergen tot mijn beschikking. Stukken die nu in museum Boerhaave te vinden zijn. Daarbij zat een overzichtssheet met de resultaten van Tinbergens onderzoek met zilvermeeuwkuikens die naar modellen van meeuwenkoppen pikken in een voedselbedelreactie. Ik ging op zoek naar wat Tinbergen over deze experimenten geschreven heeft, en dat bleek verschillen tussen de publicaties op te leveren’

Tinbergen vroeg zich af of de bedelreactie van de zilvermeeuwkuikens instinctief is. De snavel van een zilvermeeuw heeft een opvallende rode vlek. De jongen pikken op die vlek om de ouders te stimuleren voedsel uit hun bek over te geven aan de jongen. Tinbergen deed verschillende experimenten om te achterhalen op welke prikkel de jongen precies reageren. In het allereerste experiment, waarvan de datasheet bewaard is gebleven, worden zilvermeeuwkuikens van een dag oud met een serie van kartonnen modellen van een zilvermeeuwkop geconfronteerd. De koppen zijn voorzien van stippen op de snavel in verschillende kleuren. En er is een model met een rode stip, niet op de snavel maar op het hoofd van de meeuw.

Omgerekend

Ten Cate merkte op dat de Nederlandse Nobelprijswinnaar zijn resultaten later omrekende. ‘In totaal verwijst Tinbergen in zeven publicaties naar dit onderzoek met snavelmodellen, de eerste keer in 1947. Daarin gebruikte hij nog de data zoals die ook terug te vinden in de originele sheet. Maar later, in 1951, schrijft Tinbergen dat hij een methodologische fout heeft gemaakt. Hij gebruikte de kop met de gele snavel met rode stip als controle. In zijn experimenten wisselde hij de andere kleuren steeds af met het model met de rode stip. Opvallend genoeg pikten de kuikens meer op de zwarte stip dan op de rode stip, waarschijnlijk, zo schreef Tinbergen, omdat de kuikens gewend raakten aan het rood. Ze werden ook niet beloond voor hun gepik.’

Tinbergen voerde daarom een kort experiment uit waarbij hij steeds het model met de rode, en dat met de zwarte stip afwisselde. In die test pikten de kuikens vaker op rood. Op basis van deze gegevens berekende Tinbergen een correctiefactor. Daarmee werden de originele resultaten omgerekend.

Overtuiging

Maar in opvolgende publicaties laat Tinbergen de informatie over de omrekenfactor weg, en presenteert hij de omgerekende resultaten alsof dat de resultaten uit zijn veldproef waren. Ook in zijn boek uit 1953 over de zilvermeeuw, The Herring Gull’s world, maakt hij geen melding van de omrekening. Daarin schrijft hij bovendien dat hij alle kleuren even vaak aangeboden heeft aan de kuikens.

Ten Cate: ‘Ik gebruik dit voorbeeld van Tinbergen altijd in mijn colleges. Het is illustratief voor de veranderde context van de wetenschap. Er is geen enkele aanleiding om te denken aan kwade opzet of bewuste manipulatie door Tinbergen. Hij vertelt in alle openheid waarom en hoe hij de gegevens heeft gecorrigeerd. Dat we nu zijn aanpak wat twijfelachtig vinden, hangt samen met een veranderende context. In Tinbergens tijd moest het vakgebied nog zijn vorm krijgen, en was dit soort onderzoek vooral pionieren. Bovendien zijn in de zestig jaar die na Tinbergens artikelen verstreken onze normen aangescherpt over wat wel of niet toelaatbaar is. Tinbergen was net als veel wetenschappers kennelijk zo overtuigd van zijn eigen verhaal, dat hij het nooit nodig heeft gevonden om het hele experiment nog eens te herhalen. Terwijl hij daar wel kansen toe gehad heeft, want Tinbergen heeft later nog veel onderzoek gedaan aan de zilvermeeuw.’

Vorig jaar kwam naar aanleiding van dit college de vraag van een eerstejaarsstudent biologie. Waarom niet het experiment van Tinbergen uitvoeren zoals hij dat zelf nooit gedaan heeft, maar wel heeft opgeschreven?

‘Een goed idee.’ Ten Cate ging ver om ervoor te zorgen dat het experiment van de studenten ook echt overeenkwam met dat van Tinbergen. ‘De originele modellen van Tinbergen zijn geanalyseerd door het Instituut Collectie Nederland, dat zich onder andere met veroudering van museummateriaal bezig houdt. Dat heeft gekeken naar het karton en de precieze samenstelling van de verf. Met die informatie zijn de koppen die Tinbergen gebruikt heeft, zo goed mogelijk nagemaakt.’ Ten Cate: ‘Als je goed kijkt naar de originelen, dan kun je ook zien dat de rode het meest is aangepikt. Daar is de verf op sommige plekken een beetje uitgelopen. In latere experimenten gebruikte Tinbergen ook geen waterverf meer. Maar in deze proef nog wel.’

Schiermonnikoog

Van 2 tot 12 juni toog Ten Cate met vijf studenten naar de zilvermeeuwkolonies op Schiermonnikoog. Daar hebben ze twee experimenten uitgevoerd. Eerste de proef zoals Tinbergen die zelf heeft gedaan, met telkens het rode model tussen de anderen. ‘Maar dan iets minder rommelig, we hebben strak op het tijdschema en de volgorde van aanbieden gelet.’ En vervolgens de proef zoals Tinbergen hem eigenlijk had willen doen.

Uit het eerste experiment kwam wat Tinbergen ook vond: de zwarte stip werd vaker gepikt dan de rode. Maar in het nieuwe experiment werd ook de blauwe stip, die bij Tinbergen iets minder pikken kreeg dan rood, vaker dan rood gekozen. De resultaten van de tweede test waren opmerkelijk en overeenkomstig de verwachting van Tinbergen. Rood wordt, wanneer alle kleuren even vaak worden aangeboden, inderdaad het meest aangepikt, gevolgd door blauw en zwart. ‘Ik was verrast dat het zo goed klopte, Tinbergen zat er met zijn omrekeningen goed bij. Ik had zelf niet verwacht dat het anders uitvoeren van het experiment zo’n groot verschil zou maken. Dat had Tinbergen goed ingeschat.’

Toch kwamen de resultaten van de studenten niet helemaal overeen met die van Tinbergen. Het model met de rode stip op de kop in plaats van de snavel kreeg bij Tinbergen de minste pikken. Nu eindigde dit model als derde, voor de modellen met de witte en de gele stip. Ten Cate: ‘Wellicht komt dat door de manier waarop we de modellen voor de kuikens hebben bewogen. Tinbergen heeft nooit precies aangegeven hoe hij dat gedaan heeft, dus dat konden we ook niet heel precies nadoen, en juist voor dit afwijkende model kan dat een rol hebben gespeeld.’

Ten Cate werkt nu aan een publicatie, dat moet eind van de zomer klaar zijn, en levert de ambitieuze studenten hopelijk meteen hun eerste wetenschappelijke publicatie op.

Lees ook

Oeps: Onbekende tag `feed’ met attributen {"url"=>"https://www.nemokennislink.nl/kernwoorden/tinbergen/index.atom?m=of", “max”=>"5", “detail”=>"minder"}

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 05 juli 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.