Je leest:

Tijdreisgids voor Amsterdam

Tijdreisgids voor Amsterdam

Auteur: | 16 juni 2011

Amsterdam in de Gouden Eeuw. Een wereldstad vol grandeur en opzienbarende gebouwen, mensen en producten. Wie hier graag een kijkje had willen nemen, komt een heel eind met het boek “Amsterdam voor vijf duiten per dag. Dé gids voor uitgaan, sightseeing, shopping, eten & drinken in het Amsterdam van de zeventiende eeuw”.

Small
Uitgeverij Athenaeum

De titel verklapt direct de opzet van het boek. Het is bedoeld als tijdreisgids voor mensen die zich afvragen hoe Amsterdam er uitzag in de Gouden Eeuw. Het boek is geen wetenschappelijk werk met nieuwe inzichten, en onderzoekers (in spe) hoeven geen noten of literatuurverwijzingen te verwachten.

Ook jammer voor de nieuwsgierige lezer is dat de onderschriften bij de afbeeldingen geen herkomst, maker en jaartal vermelden. In het naschrift vermelden de auteurs dat ze alleen het laatste kwart van de 17e eeuw hebben behandeld omdat de stadsuitbreiding toen was afgerond. De afbeeldingen komen echter regelmatig uit een andere periode. Misschien geen onderschriften om verwarring onder de lezers te voorkomen?

Maar ondanks deze wetenschappelijke gebreken, die het boekje misschien minder interessant maakt voor historici, is de tijdreisgids erg geslaagd. Het is levendig en beeldend geschreven en de vele mooie afbeeldingen en voorbeelden uit de 17e eeuw versterken dit. Het is niet moeilijk je als lezer te verplaatsen in de dynamische en verwonderlijke, maar tevens hachelijke en stinkende wereld die de auteurs schetsen.

Het boek is onderverdeeld in thema’s. Elk hoofdstuk behandelt weer een ander aspect van het leven in de wereldstad. Hieronder een korte samenvatting van het boek per hoofdstuk.

1. De reis naar Amsterdam

Voordat de reiziger op pad gaat, bereidt hij of zij zich voor door informatie over de bestemming te lezen. Zo ook over Amsterdam in de 17e eeuw. Dit hoofdstuk behandelt de stad in het algemeen. Hoeveel inwoners het heeft (219.000, maar hierbij wordt geen jaartal vermeld), het klimaat en met welk vervoer de stad het best te bereiken is.

Georganiseerde diensten per koets zijn duur en oncomfortabel vanwege de slechte wegen. De meeste mensen kiezen daarom voor de trekschuit, een typisch Nederlands vervoermiddel. De trekschuiten vertrekken met grote regelmaat en op de boot is het goed toeven. Volgens de reizigers heb je niet eens door dat je onderweg bent.

2. Verblijf in Amsterdam

Eenmaal in de stad aangekomen, is het zaak om een verblijf voor de nacht te vinden. De reiziger kan overal terecht, van sjofel tot chique. Een handige tip: spreek Amsterdammers aan en vraag hen naar een goede slaapplek. Toeristen kunnen namelijk ook bij particulieren overnachten. Huisnummers of straatnaambordjes zijn er niet, dus de toerist zal gewezen worden op uithangborden van winkels en op gevelstenen om de weg te vinden.

Dit hoofdstuk beschrijft ook verschillende wijken in de stad. Er zijn heel veel buitenlanders in Amsterdam en die komen graag bij elkaar in hun eigen kroegen, eetgelegenheden en logementen. Reizigers zullen hierdoor niet snel last van heimwee hebben. Maar wil je een echte Hollandse maaltijd en kamer proberen, dan zijn daar genoeg wafelhuizen, smulkelders, herbergen of luxe herenlogementen voor te vinden.

Medium
Stadhuis in aanbouw, 1656 door Johannes Lingelbach.
Wikicommons

3. Zeden en gewoontes

De Nederlanders zijn een slag apart en hebben volgens buitenlanders opzienbarende gewoontes. Ondanks hun rijkdom zijn de maaltijden karig, behalve bij aparte gelegenheden zoals een bruiloft. Dan blijft het eten maar komen en de drank vloeien. De grappen worden dan ook steeds platter.

De vrouwen in Amsterdam zijn een bezienswaardigheid op zichzelf. Ze zitten samen met mannen in de kroeg, discussiëren mee en drijven zelfs handel. Thuis zijn ze altijd aan het boenen. Op hun schone vloeren spugen zal dan ook niet in dank worden afgenomen. De huizen mogen schoon zijn, de mensen zelf zijn dat niet. Kleding wordt wekelijks gewassen maar het lichaam zelf blijft uit de buurt van water want in bad gaan is uit de mode. Tegen onsmakelijke lichaamsgeurtjes gebruiken zowel man als vrouw parfum.

4. Samenleven en geloven

Er leven verschillende soorten geloven vredig naast elkaar in Amsterdam. Hoewel de Gereformeerde kerk de officiële kerk is, zijn er vele andere kerken te vinden in Amsterdam. Synagogen, Waalse, Engelse en Lutherse kerken staan te pronken aan de grachten. Katholieke kerken zijn verboden maar zolang ze niet zichtbaar zijn, worden ze gedoogd. Katholieke reizigers kunnen dus gewoon de mis bijwonen in kerken die er van buiten uitzien als woonhuizen.

Op straat kunnen de toeristen ook allerlei geloven onderscheiden zoals katholieken met rozenkransen of Jiddisch sprekende Joden. Dit is geen probleem in deze multiculturele stad. Een ander opvallend verschijnsel voor buitenlanders is de vermenging van arm en rijk. Rijke Amsterdammers hebben hun huis pal aan de straat staan en niet verborgen achter hoge hekken. Ze lopen zelfs tussen het gewone volk naar hun bestemming. Amsterdammers zelf weten dat deze gelijkheid maar schijn is. De rijken hebben de macht en nemen de beslissingen.

5. Winkelen in Amsterdam

Amsterdam is een handelsmetropool. Als je het hier niet kan vinden, dan bestaat het niet. De ‘Vereenigde Oostindische Compagnie’ (VOC) – de grootste werkgever in Nederland op dat moment – scheept de meest exotische producten in. Daarnaast worden ook dagelijkse producten verkocht, elk op zijn eigen plek. Er zijn vleeshallen, appel-, vis-, boter- en veemarkten en eens per jaar de Grote Jaarmarkt. Verkopers komen overal vandaan met hun handelswaar naar deze vrijmarkt en dan is het wekenlang feest in de stad.

Naast de markten zijn er ook allerlei winkels in Amsterdam. De middenstand gebruikt het voorste deel van hun huis dat aan de straat ligt als winkelruimte. Vanachter de luiken verkopen ze hun producten zoals brood, stoffen, zijde kousen of schilderijen. Opzienbarend is het Kistemakerspand in de Kalverstraat. In dit warenhuis vind je de meest schitterende meubels die in Amsterdam worden gemaakt. Maar ze zijn zo duur dat het voor de meeste toeristen bij kijken blijft.

6. Amusement in Amsterdam

Ook in de Gouden Eeuw staat Amsterdam bekend om zijn nachtleven. Speelhuizen om te dansen en kaarten, lugubere kroegen of nette wijnhuizen om te drinken, bordelen, theaters, pleziertuinen vol beelden en kunstige doolhoven of rariteitenkabinetten met opgezette dieren. Er is van alles te doen en voor elk wat wils. Verwacht trouwens geen chique avond in het theater: de bezoekers komen vaak in beschonken toestand binnen en lallen rustig door heel de voorstelling heen.

Laat in de avond hoef je niet bang te zijn op straat want de nieuwe straatverlichting licht je bij en de nachtwacht loopt zijn rondjes. En indien je verdwaald bent, zullen zij je weer terugbrengen naar je herberg. Ga alleen niet brutaal doen, want daar houden ze niet van en zullen ze flink afstraffen. Mijdt ook de donkere steegjes, zeker na een paar borrels, want daar houdt het geboefte zich op.

7. Bezienswaardigheden

Ook overdag biedt Amsterdam vele interessante attracties om te bezichtigen. De imposante gebouwen zijn meestal tegen betaling te bezoeken dus loop gerust even naar binnen. Het stadhuis is wel het meest indrukwekkend en wordt ook wel het achtste wereldwonder genoemd. Van heinde en ver komen de toeristen naar Amsterdam om het rijkelijke interieur te bekijken. Hier zetelen ook de machtigste mannen van de stad: de vier burgemeesters.

Vlakbij het stadhuis ligt het beursgebouw, waar toeristen de handelaren uit alle uithoeken van de aardbol aan het werk kunnen zien. Ook het anatomisch theater in de Waag is een unicum: hier worden in het openbaar de lijken van geëxecuteerde misdadigers ontleed. Je kunt de dag leuk afsluiten met een kijkje achter de schermen bij de misdadigers in het Rasphuis of de “halve zolen” in het Dolhuis.

Medium
Anatomische les van Dr. Jan Deijman (fragment), 1656 door Rembrandt.
Wikicommons

8. Omgeving van Amsterdam

Niet alleen in de stad is veel te zien, ook erbuiten is het goed toeven. Vooral in de warme zomers, wanneer de stad bedompt is en het grachtwater nog erger stinkt dan normaal, verkassen de rijke Amsterdammers naar hun buitenverblijven. Minder liefelijk is Volewijck, dat buiten de stadspoorten en aan de noordkant van het IJ ligt. Hier eindigen de lijken van misdadigers die terechtgesteld zijn op het schavot op de Dam. Ieder uur vertrekt er een boot naar Volewijck, dat is uitgegroeid tot een lugubere attractie voor jong en oud. De vele lijken die hier aan galg en rad hangen totdat ze zijn weggerot, dienen als waarschuwing: blijf op het rechte pad want anders eindig je hier!

9. Wie is Wie in Amsterdam

De auteurs sluiten het boek af met een hoofdstuk over belangrijke Amsterdammers uit die tijd, zoals de schilder Rembrandt, de dichter Joost van den Vondel en de architect van het stadhuis Jacob van Campen. Als toegift krijgt de lezer nog wat nuttige zinnetjes mee om zichzelf verstaanbaar te maken in het Amsterdam van de Gouden Eeuw, waarvan enkele voorbeelden:

Ik moet nodig naar de WC, waar vind ik de Varkenssluis? Ick moet bloemen, waer is de Varckens-sluys met ’t secreet? (De openbare toiletten in de stad hingen boven het water, bij sluizen en bruggen).

Geld voor een hapje eten? Ga maar naar de daklozenopvang, zwerver! Om godswil een aelmoes voor een bete broods? Ga naer de Bayerd, ledichganger!

Het is wel een mooie stad maar de mensen zijn nogal raar. T’is wel een schoone stadt, moor ’tvolcxken is te vies.

Tentoonstelling

Bij het boek hoort de onlangs geopende tentoonstelling Toerist in de Gouden Eeuw. Amsterdam voor vijf duiten per dag. De platen en afbeeldingen waarmee het boek geïllustreerd is, komen grotendeels uit de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam en zijn te zien tijdens deze tentoonstelling. Hier hoort ook een virtuele kaart bij van Amsterdam in de 17e eeuw.

Medium
Plattegrond van Amsterdam uit 1662 door Daniël Stalpaert.
Wikicommons

Bron

  • ‘Amsterdam voor vijf duiten per dag. Dé gids voor uitgaan, sightseeing, shopping, eten & drinken in het Amsterdam van de zeventiende eeuw’ (Amsterdam 2011), geschreven door Maarten Hell en Emma Los.
Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 16 juni 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.