Je leest:

Tiener heeft niets met veenweide

Tiener heeft niets met veenweide

Auteur: | 21 juli 2006

In het natuur- en landschapsbeleid is veel aandacht voor ruige natuur en voor de typisch Nederlandse cultuurlandschappen zoals veenweidegebieden. Nu blijkt uit onderzoek dat allochtonen niets hebben met ruige natuur, en dat tieners de cultuurlandschappen niet de moeite waard vinden om te beschermen. Een aanwijzing voor een dalend draagvlak.

Drs. Arjen Buijs van Alterra legde autochtonen, allochtonen en jongeren foto’s voor van de belangrijkste landschapstypes in Nederland, zoals heide, bos, zandverstuivingen en veenweide. De conclusies moeten volgens hem schokkend zijn voor beleidsmakers. Allochtonen vormen de sterkst groeiende groep binnen de Nederlandse samenleving, en pubers zijn natuurlijk als jeugd de voorbode voor de toekomst. Het is maar de vraag of er in de toekomst draagvlak is voor het huidige natuurbeleid, denkt Buijs.

Dat allochtonen weinig hebben met cultuurlandschappen was al langer bekend, aldus Buijs. ‘Uit eerder onderzoek kwam de beroemde uitspraak van een allochtoon die zei: ik ben geen koe. Ons onderzoek bevestigt dat beeld, maar laat daarnaast zien dat de verschillen bij ruige natuur nog groter zijn. En meer dan de helft van de allochtonen blijkt de natuurgebieden rondom zijn eigen stad niet eens te kennen.’

Uit het onderzoek onder jongens en meisjes van vijftien à zestien jaar kwam een even schokkende conclusie. De tieners hebben sowieso minder met natuur. ‘Veel minder’, aldus Buijs. ‘Het scheelt met de ouderen anderhalve punt op een tienpuntsschaal.’ Maar er bleek bij de pubers in het geheel geen draagvlak te zijn voor de bescherming van het zo typisch Nederlandse cultuurlandschap.

Het natuurbeleid sluit nu veel te weinig aan bij de wensen van de gewone mensen, denkt Buijs. ‘Wij bouwen wegen langs of door natuurgebieden, maar zeggen tegen allochtonen dat ze die drie paddenstoelen niet mogen plukken omdat ze zeldzaam zijn. Terwijl dat natuurlijk een veel minder grote bedreiging is voor de natuur dan zo’n weg. Als je toelaat om paddenstoelen te plukken of kokkels te rapen, dan creëer je bovendien een manier om mensen bij de natuur te betrekken. Ze krijgen binding met de natuur, en zullen meer het nut ervan in zien.’

De beleidsmakers zullen zich volgens Buijs moeten aanpassen. ‘De eerste logische reactie is om te proberen de opvattingen van allochtonen en jongeren aan te passen aan het natuurbeleid, maar ik geloof niet dat dat erg succesvol zal zijn. Een andere mogelijkheid is om andere wegen in te slaan met het beleid. Maak meer ruimte voor de gebruiker van de natuur, voor de recreant, maar ook voor de allochtonen die paddenstoelen plukken of kokkels rapen.’

Dit artikel is een publicatie van Resource - WUR.
© Resource - WUR, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 juli 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.