Je leest:

‘Terrorismewetenschappers vertrouwen te veel op de ratio’

‘Terrorismewetenschappers vertrouwen te veel op de ratio’

Auteur: | 28 januari 2008

Slechts weinig wetenschappers hebben het belang van religie voor het hedendaags terrorisme voorzien, aldus terrorismehoogleraar Bob de Graaff. Ze vertrouwen te veel op de ratio als drijfveer van menselijk handelen. Op 22 januari sprak De Graaff zijn oratie uit.

De Graaff waarschuwde voor de valkuil waar vooral westerse wetenschappers gemakkelijk in trappen. Zij zijn geneigd om gedragingen van mensen vooral te willen verklaren vanuit rationele handelingen en overwegingen, en kennen veel gewicht toe aan de motivering die door de daders van terroristische acties zelf wordt gegeven. Maar, waarschuwt De Graaff, ‘actie gaat vaak vóór de ideologie uit en veel gedragingen komen onbewust en op emotionele gronden tot stand. En dat geldt in het bijzonder voor politiek geweld.’

‘Extreme ideologieën en kritisch denken gaan zelden samen. Veel terroristen zijn utopisten en daardoor extreem moeilijk voorspelbaar in hun concrete gedragingen. Of zij bedrijven hun praktijken gewoonweg omdat anderen het doen.’ Hoezeer de ratio wordt overschat door wetenschappers blijkt ook uit het feit dat maar heel weinigen onder hen de revival van religie als belangrijke factor in de samenleving voorzien hadden.

Prof.dr. Bob de Graaff: ‘Wetenschappers kunnen overheden helpen bij hun pogingen de toekomst op de terroristen te herwinnen.’

Snelle radicalisering

Een van de grootste problemen bij het voorzien van veranderingen die relevant zouden kunnen zijn voor terroristisch geweld is de snelheid waarmee processen verlopen, legde De Graaff uit. Rond 1985 schatte men de duur van het radicaliseringsproces bij jongeren op vijf tot zeven jaar. Inmiddels vinden zulke processen binnen enkele maanden of zelfs weken plaats. Wie had toen kunnen voorspellen dat het twintig jaar later zoveel sneller zou gaan?

Wetenschappers kunnen overheden helpen bij hun pogingen de toekomst op de terroristen te herwinnen, stelde De Graaff. In zijn oratie vertelde hij hoe. Hij ontwikkelde een model, TISSUE, waarin de variabelen voor terrorisme en contraterrorisme zijn opgenomen. TISSUE staat voor Terrorist Indicator Scan for Societies with Uncertain Environments. Het is nog een voorlopig model dat door onderzoek, gebruik in het onderwijs en samenspraak met andere betrokkenen verder ontwikkeld moet worden. TISSUE is bedoeld als hulpmiddel bij het denken over mogelijke toekomstscenario’s waarmee kan worden vastgesteld welke beleidsinstrumenten onder welke (toekomstige) omstandigheden het beste werken.

<font color=#cc0000 Acht elementen maken deel uit van TISSUE:

1. Mondiale drijvende krachten, dat wil zeggen cruciale trends als belangrijke geopolitieke ontwikkelingen, demografische veranderingen of verschuivingen in economische machtsverhoudingen; 2. Mondiale wildcards, dat wil zeggen vrijwel onverwachte gebeurtenissen die een ingrijpende verandering teweegbrengen, zoals de aanslagen van 11 september 2001 en precipitating of trigger events, bijvoorbeeld belediging van iemands religieuze opvattingen, zoals het geval was met de Deense cartoons; 3. Relevante nationale ontwikkelingen zoals de instroom van grote groepen immigranten of processen van in- en uitsluiting; 4. Intra- en inter-groepsprocessen onder radicaliserende delen van een bevolking; 5. Individuele processen van radicalisering en deradicalisering; 6. Bedoelde en onbedoelde effecten van overheids- en justitieel beleid, inclusief de steeds belangrijker rol die internationale organisaties spelen bij de totstandkoming van beleid inzake contraradicalisering en contraterrorisme; 7. Het discours over radicalisering en terrorisme, zoals dat met name blijkt uit de media; 8. De rol die nieuwe techniek speelt, zowel aan de kant van terroristen als aan de kant van de overheid. _______________________________________________________________

Geen voorspellingen

TISSUE is niet geschikt om tijd, plaats en omvang van voorgenomen aanslagen te voorspellen en helpt ook niet bij een risicoanalyse van potentiële doelen van terroristen. Wel kan het model de onzekerheid over terrorisme helpen reduceren doordat het inzicht geeft in de risico’s van bepaalde ontwikkelingen en handelingen. Het model kan gebruikt worden om de kansen op bepaalde terroristische aanslagen af te wegen.

De oratie van prof. dr. De Graaf heet ‘De wetenschapper en de spin. Over de (on)mogelijkheid van toekomstverkenningen ten aanzien van radicalisering en terrorisme’, Universiteit Leiden 2008.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 januari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.