Je leest:

Terra Nova is weer kraakhelder

Terra Nova is weer kraakhelder

Auteur: | 7 mei 2004

Brasems zijn zwemmende riooloverstorten die troebele meren troebel houden. Het wegvangen van de vis zorgt voor helder water – ook in laagveenplassen.

Brasems zijn zwemmende riooloverstorten die troebele meren troebel houden.Het wegvangen van de vis zorgt voor helder water – ook in laagveenplassen. ‘Tussen 22 en 26 april klapte het héle meer om van troebel naar helder. Het werkt!’ Wetlandecoloog Gerard ter Heerdt werkt bij het Waterleidingbedrijf Amsterdam en hij coördineert een experiment om laagveenplas Terra Nova in oude glorie te herstellen. De natuur in laagveenwateren zoals die bestonden tot aan de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw is een ijkpunt voor natuurbeheerders in ons deltalandje. De ondiepe meren, een paar meter water op resterende veenlagen, boden ruimte aan een bijzonder rijke flora en fauna. Met het voorkomen van kranswieren, krabbescheer en bittervoorn als maatstaf.

Tot de catastrofe. Met het op gang komen van de intensieve landbouw in de tweede helft van de twintigste eeuw, neemt de concentratie voedingsstoffen in het milieu langzaam toe. Op het eerste gezicht verandert er niks aan veenplassen en andere wateren. Maar onzichtbaar voor de oppervlakkige waarnemer, raakt het ecosysteem uit balans en klapt het plotseling om. Eerst rot de veenbodem weg en ontstaat een nutriëntenrijke sliblaag. Vervolgens transformeert de nog heldere plas met roofvis en witvis en waterplanten in luttele maanden tot een soortenarm troebel meertje waar brasems de bodem omwoelen en cyanobacteriën welig tieren. Terra Nova, ten westen van Hilversum, is een water met zo’n geschiedenis. Net als in de Loenderveense Plas, waar het een afgesneden onderdeel van is, stortte in 1986 de waterplantenpopulatie in. Sindsdien is het een soortenarme troebele laagveenplas.

Het Waterleidingbedrijf Amsterdam (WLB) startte vorig jaar een experiment om Terra Nova weer terug te brengen in de toestand van zestig jaar geleden. De methode: het wegvangen van de bodemwoelende vis. Op een symposium 30 maart bij het NIOO in Nieuwersluis laten ecologen zien dat één petgat in Terra Nova na deze ingreep weer helder is geworden. Ook op grote schaal blijkt dit te werken. Nadat adviesbureau Aqua- Terra sinds maart van dit jaar alle vis in héél Terra Nova heeft afgevangen, is de hele plas sinds eind vorige maand kraakhelder. Voor het bijbehorende onderzoek doet het WLB een beroep op onder meer het deskundigenteam OBN Laagveenwateren (Overlevingsplan Bos en Natuur), het NIOO, en onderzoekcentrum B-WARE van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Het WLB bekostigt het experiment, 342.000 euro, deels via subsidies van de provincie Utrecht en het ministerie van LNV

Slib

De theorie die het afvissen onderbouwt is bekend en goed te begrijpen – maar niet zonder meer toepasbaar op elk water. In de eenvoudige versie gaat de theorie van de alternatieve stabiele evenwichtstoestanden uit van een troebele en een heldere situatie. Het ondoorzichtige water houdt zichzelf in stand doordat vele brasems de bodem omwoelen en voortdurend slib in de waterkolom brengen. Daardoor dringt weinig licht door in het water en krijgen waterplanten geen kans. Een hoge fosfaatconcentratie bevoordeelt verder blauwalgen en zorgt voor een zuurstofarme omgeving, die andere vissen weghoudt.

Dit systeem is robuust en heeft een flinke ingreep nodig om te verschuiven naar een ecologisch wenselijker toestand: het afvangen van brasem. Doordat de vis niet meer de bodem omwoelt, bezinkt het slib en neemt de helderheid toe. Daarnaast kunnen de vissen geen watervlooien meer opeten, die daardoor de kans krijgen om de blauwalgen te consumeren. Daardoor verrijken licht en zuurstof het water en komen waterplanten op. De wortels en stengels daarvan verstevigen de sliblaag en houden de brasems en karpers buiten. Voor snoeken is deze omgeving juist ideaal. Een nieuwe stabiele toestand is een feit.

Na het afvissen is het water helder in Terra Nova, Maar er is nog geen sprake van een nieuw evenwicht, legt Ter Heerdt uit. ‘Het milieu is nog steeds geschikt voor de vis die weweggehaald hebben. Een paar vissen of een flinke storm en het water is weer troebel. Nu moet er vegetatie opkomen, de komende maand moeten we daar de eerste toefjes van zien. Stomp en gekroesd fonteinkruid, smalle waterpest, grof hoornblad, dat soort planten.’

Het is niet 1-2-3 duidelijk waarom Terra Nova helder is geworden. De uitgebreide versie van de theorie die het verklaart ziet er uit als een ondoorgrondelijk web van prooi-predator-relaties met een stapel abiotische factoren die een duit in het zakje doen. In elke plas bestaan verschillen in het voorkomen van soorten en de wie-eet-wie-relaties. Dat maakt het lastig om in één oogopslag te zien wat er precies aan de hand is in Terra Nova.

Randmeren

Het is niet voor het eerst dat meren hun helderheid terugkrijgen door afvissing. In de Randmeren, tussen de Flevopolder en het vasteland, zijn dit soort biomanipulatie- experimenten al met succes uitgevoerd. Maar veenplassen zijn moeilijker, vertelt Harry Hosper van waterinstituut RIZA, voorzitter van het OBN deskundigenteam. ‘Er zit veel slib in het water dat makkelijk omgewoeld kan worden en de blauwalgenbloei is vaak hardnekkig. De cyanobacteriën overleven de winter en zijn dus in alle seizoenen aanwezig. Terra Nova is helemaal een lastig verhaal, omdat het heel moeilijk is om de vis weg te vangen uit alle kleine slootjes.’ De desastreuze invloed van bodemwoelende vis benadrukt Marcel Klinge van adviesbureau Witteveen + Bos nog maar eens. ‘Brasems zijn zwemmende riooloverstorten! Het zijn slordige eters, ze eten fosfaatrijk bodemslib en poepen dat weer uit. Daardoor ontstaat een excretieflux van fosfaat, die losstaat van andere factoren.’ Klinge vindt dat het tijd is de ogen te openen voor dit soort processen. Want in veel natuurgebieden is de nutriëntenaanvoer van buiten, van bijvoorbeeld de landbouw, niet het grootste probleem meer, terwijl waterbeheerders daar traditiegetrouw wel hun pijlen op richten.

Maar in het inmiddels visloze Terra Nova is de nutriëntenbelasting wel een punt van zorg. Onderzoekers van de Katholieke Universiteit Nijmegen wijzen op het gevaar van de grote hoeveelheid fosfaat die nog in de bodem zit. ‘Tijdbom, krater of blindganger’, heet de voordracht daarover onheilspellend. Ook als de plas helder is, kan een kleine verstoring, instroom van sulfaat, fosfaat vrijmaken uit de bodem waardoor cyanobacteriën toch weer het water gaan domineren. Junior onderzoeker Jeroen Geurts, OBN-onderzoeker aan de KUN vindt ‘tijdbom’ een zware term maar geeft toe dat interne eutrofiëring, zoals het proces heet, gevaarlijk kan zijn. ‘Soms is niet duidelijk hoe groot het fosfaatpotentieel in de bodem is. Slecht water, met veel sulfaat, kan de interne eutrofiëring op gang brengen. Daarom krijgen veel natuurgebieden al nauwelijks sulfaatrijk rivierwater meer, ook Terra Nova niet.’

Om interne eutrofiëring te beperken bestaat een vierde – in mindere mate gebruikte – beheersmaatregel: het ‘beijzeren’ van plassen. De toediening van ijzerchloride zorgt ervoor dat fosfaat gebonden wordt en niet beschikbaar is voor algen. Dit werkt alleen als er geen nieuwe aanvoer van fosfaat is, bijvoorbeeld bij plassen die alleen regenwater ontvangen. Nog weer een andere aanpak is het slib weg baggeren, of het bedekken van de sliblaag met een dikke laag zand. Maar deze maatregelen zijn omslachtig en duur.

Polen

Terra Nova is slechts één van de tien door het OBN onderzochte laagveenplassen. Andere voorbeelden zijn de De Deelen in Friesland, de Westbroekse zodden bij de Vechtplassen en het Zijdelermeer in Noord-Holland. Als referentie voor een ‘ideale’ laagveenplas dienen ’t Hol, bij de Vechtplassen, en laagveengebieden in Polen.

Opvallend genoeg is het eindpunt van de experimenten helemaal niet zo duidelijk. Tijdens de symposiummiddag is er discussie over de vraag wat een laagveenplas eigenlijk is. De toestand zoals in die in de jaren dertig heerste, wordt genoemd. Later vraagt de voorzitter: ‘Wanneer zijn we blij? Welke soorten moeten er uiteindelijk in voorkomen? Zijn we tevreden met leuke soorten zoals kranswieren en krabbescheer?’ Een eensluidend antwoord was er niet.

Vanwege de Europese kaderrichtlijn Water zullen ecologen binnenkort wél met een antwoord moeten komen. Volgens deze Europese wet mogen alle wateren straks nog slechts beperkt afwijken van een referentiebeeld – dat tot op de soort gedefinieerd moet zijn. Dat wordt nog een hele kluif omdat zoetwaterecologen wel ideeën hebben over een goede vegetatie, maar vaak niet weten welke soorten er precies bij een bepaald water horen.

Impact

In het OBN-onderzoek experimenteren ecologen met verschillende beheersmaatregelen om plassen weer helder te maken. Instroom van nutriënten beperken, vis afvangen en peilbeheer. In overleg met boeren hebben natuurbeheerders in veel gebieden de nutriënteninstroom kunnen beperken. Voor de Loosdrechtse en Loenderveensche plassen geldt dat al decennia. Dan het waterpeil. In Nederland hebben alle wateren een streng door de waterschappen gereguleerd peil. Jammer, want het af en toe droogvallen van een stuk oever door gevolg van peilwisselingen is gunstig. Als water lang hetzelfde peil heeft, verdwijnt de rietkraag. Terwijl vissen graag in het riet paaien, en het riet een beschermde omgeving biedt voor het opgroeien van het broed. Verder kiemen waterplanten beter als het water af en toe zakt en meer licht de bodem bereikt. Bovendien zorgt de blootstelling aan lucht van droogvallende stukken ervoor dat giftige verbindingen oxideren. Op dezelfde manier oxideert ijzer, wat zo weer beschikbaar komt om aan fosfaat te binden en kan helpen de nutriëntenconcentratie laag te houden. Hosper van het RIZA: ‘Het strak geregelde waterpeil heeft een belangrijke impact op de oever-ecologie.’

Afvissen als beheersmaatregel is niet onomstreden. Onder ecologen mag consensus bestaan over het nut ervan, in de meeste gebieden beslissen hengelsportverenigingen over het afvissen. En hengelaars zitten niet te wachten op helder water zonder brasem en karper. Zij vangen het liefst de overvloedige brasem – die misschien wel tachtig procent van de biomassa in Nederlandse wateren voor zijn rekening neemt. ‘Deze strijd loopt al twintig jaar’, vertelt Hosper. ‘De hengelsportverenigingen hebben een eigen belang, dat niet altijd spoort met het belang voor de natuur. Het OBN richt zich vooral op natuurgebieden en daar heeft de terreinbeheerder zelf zeggenschap over de visvergunningen. Maar bijvoorbeeld bij het randmeer Wolderwijd, bij Harderwijk, daar heeft Rijkswaterstaat in 1991 driekwart van de vis laten verwijderen. Dat heeft geleid tot veel goede dingen, helder water en kranswieren. Inmiddels is de visstand daar kleiner maar komen er meer soorten voor. Maar de hengelaars zijn door Rijkswaterstaat wel financieel gecompenseerd. Afgekocht, zou je kunnen zeggen ja.’

Wat gebeurt er eigenlijk met veertien ton afgeviste brasem uit Terra Nova? Een deel van de vis gaat naar dierentuin Artis, als voer voor zeeleeuwen, ijsberen en andere viseters. Maar alleen ijsberen houden van de dikste brasems, terwijl Artis maar een paar ijsberen heeft, die alle vis bij lange na niet op kunnen. Daarom gaat de bulk van de dikke brasems op transport naar een Berlijnse dierentuin. Daar zijn genoeg ijsberen om de voor helder water geofferde vissen op te peuzelen.

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 07 mei 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.