Je leest:

Televisie leidt niet tot moreel verval

Televisie leidt niet tot moreel verval

Auteur: | 27 april 2007

De televisie is geen oorzaak van moreel verval. Integendeel, televisie stimuleert de morele verbeelding. Dit blijkt uit onderzoek van communicatiewetenschapster Tonny Krijnen, die op 26 april promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam.

Televisie wordt vaak beschouwd als bron van allerlei kwaad: door televisie te kijken zouden we agressief, oppervlakkig, dom en afgestompt worden. Tonny Krijnen vroeg zich af of dit idee wel klopte en onderzocht de relatie tussen televisie en moraal. Uit haar proefschrift blijkt dat televisie helemaal niet de veroorzaker is van allerlei problemen: televisie kan juist kan bijdragen aan de ontwikkeling van morele volwassenheid. De Nederlandse televisie vuurt gemiddeld één morele boodschap per half uur op ons af.

Door televisie te kijken worden we geen gewelddadige, ondemocratische en van familie vervreemde ongeleide projectielen. Televisie maakt ons moreel volwassener, stelt communicatiewetenschapster Krijnen.

TV als laboratorium

Mag je liegen? Hoe moeten we met elkaar omgaan? Wanneer ben je een held? Hoe ben je een goede burger? Wanneer is geweld rechtvaardig? Zulke morele vragen worden vaak in televisieprogramma’s gesteld. Kijkers herkennen dit soort morele dilemma’s, interpreteren ze, denken erover na en vragen zich af hoe ze zelf zouden reageren als ze voor hetzelfde morele dilemma zouden komen te staan. Krijnen vergelijkt de televisie met een soort laboratorium, een proeftuin waarin allerlei morele standpunten kunnen worden getest zonder dat dit directe consequenties in het echte leven heeft. De televisie stimuleert volgens de onderzoekster dan ook de morele verbeelding. Als je het nieuws ziet, kun je je bijvoorbeeld beginnen af te vragen of geweld tot oplossingen leidt. En als je een soap bekijkt, kun je gaan nadenken over hoe hypocriet mensen met elkaar omgaan. Via televisie leer je morele kwesties herkennen, verschillende perspectieven zien en de consequenties van de verschillende perspectieven in te schatten. Televisieprogramma’s stimuleren je ook om je eigen positie tegenover morele dilemma’s te bepalen. En hiermee zet je een belangrijke stap richting morele volwassenheid.

Elk televisiegenre draagt morele boodschappen uit. Grote uitzondering: sport programma’s. Hierin komen 0 morele boodschappen per uur aan bod.

162 uur televisie kijken

In het eerste deel van haar onderzoek onderzocht Krijnen welke thema’s en dilemma’s precies op televisie voorkomen. Krijnen zat 162 uur voor de buis om te analyseren welke morele boodschappen er in televisieprogramma’s zitten. Als een echte televisieverslaafde keek ze alles: van Jensen! tot Nova, van Gilmore Girls tot Studio Sport en van De Verloskundigen praktijk tot Goede Tijden, Slechte Tijden.

Krijnen kwam tot een lijst van 12 morele thema’s (in volgorde van voorkomen): omgangsvormen, politiek, het goede leven, familie, liefde, autoriteit, heldendom, geweld, vriendschap, rechtvaardigheid, dood en overtuiging. Soaps en films schenken meer aandacht aan thema’s zoals familie en liefde, terwijl entertainment programma’s vaker aandacht besteden aan het goede leven. Een opvallend resultaat is dat ‘juist nieuws en actualiteitenprogramma’s een hogere dichtheid van morele thema’s kennen (2,9 en 2,7 thema’s per uur) dan de overige genres’. Dit is opvallend omdat nieuws en actualiteitenprogramma’s worden geassocieerd met objectiviteit en feiten, en niet met morele boodschappen.

Krijnen: ‘Juist nieuws en actualiteiten- programma’s kennen een hogere dichtheid van morele thema’s.’ Still: www.tv-willemijn.nl

Oude en jonge zappers

In het tweede deel van Krijnens onderzoek komen niet de televisieprogramma’s maar de televisiekijkers aan bod. Een programma kan immers een morele boodschap uitdragen, maar het is nog maar de vraag hoe kijkers deze interpreteren. Uit het onderzoek blijkt dat jongeren en ouderen op een andere manier redeneren: bij kinderen tot 14 jaar is iets óf goed óf fout, terwijl mensen ouder dan 60 juist veel vaker vinden dat een oordeel niet mogelijk is omdat ze de situatie niet goed genoeg kennen. Volwassen blijken vooral aan te geven hoe ingewikkeld morele kwesties zijn. En jongeren tot 20 jaar zijn onzeker over hoe ze moeten oordelen en zijn vooral bezig met het doorgronden van het menselijk karakter. Opmerkelijk is ook dat ‘er geen enkele keer sprake was van het direct ’overnemen’ van de letterlijke boodschap zoals zij in het programma werd gepresenteerd.’ Kijkers geven altijd een eigen draai aan morele verhalen en verbinden deze met hun eigen leven.

Uit Krijnens onderzoek blijkt dat televisie niet de grote boosdoener is die leidt tot moreel verval. Door televisie te kijken worden we geen gewelddadige, ondemocratische en van familie vervreemde ongeleide projectielen. Televisie maakt ons moreel volwassener. Volgens Krijnen zou televisie dan ook moeten worden gezien als ‘deel van de oplossing bij maatschappelijk problemen (met een morele achtergrond).’

Bron:

Tonny Krijnen. There Is More(s) in Television. Studying the relationship between television and moral imagination. Dissertatie Universiteit van Amsterdam (2007).

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.