Je leest:

Tekenbeten: zorg voor mens en dier in het groen

Tekenbeten: zorg voor mens en dier in het groen

Auteurs: en | 21 maart 2012

Het aantal mensen dat met een tekenbeet of met een rode cirkelvormige huidafwijking bij de huisarts komt, neemt sterk toe. Die tekenbeten worden in de natuur – vooral in het bos – en in de tuin opgelopen. Maar teken kun je ook vinden op huisdieren, wild, grote grazers, vogels, muizen, zieke dieren en kadavers.

Niet alleen vanuit de vegetatie, ook vanaf huisdieren en kadavers kunnen ze zich hechten aan passerende dieren en mensen. Teken zijn er het hele jaar door, maar zijn actief als de temperatuur boven de 5 tot 10 graden Celsius komt. In Nederland worden mensen het meest gebeten van maart tot en met oktober.

Vooral mensen die in het groen werken, zoals in het bos en in de natuur- en hovenierssector, lopen extra risico door een geïnfecteerde teek te worden gebeten en zo de ziekte van Lyme op te lopen. Stigas, de preventiedienst voor de agrarische en groene sector, heeft in 2009 en 2010 een inventarisatie uitgevoerd. Hieruit bleek dat werknemers niet alleen bij het werken tussen bomen en struikgewas, maar ook door direct contact met dieren een tekenbeet kunnen oplopen. Zulke beten komen op het gehele lichaam voor, maar vooral op armen, boven- en onderbenen, in de knieholte en in de oksel, op de rug en in de navel. De liesstreek is met 62 procent favoriet bij de teek, gevolgd door de knieholte (54 procent). Niet overal en ook niet bij elk type werk is de kans op een tekenbeet even groot. Werken in heidevelden, versnipperen van takken en aanbrengen van afrasteringen hebben het grootste risico. Van de werknemers die in heidevelden werken, heeft 92 procent ooit een tekenbeet opgelopen tijdens het werk. In de hovenierssector heeft 40 procent van de medewerkers last van tekenbeten bij het verzorgen van bomen.

Contact met dieren

Direct contact met levende of dode dieren verhoogt de kans op tekenbeten. Bijvoorbeeld tijdens het bestrijden van ongedierte, het verwijderen van kleine kadavers, het vangen van muizen, ratten, konijnen en mollen. Ook direct contact met huisdieren en met dieren die buiten loslopen, kan leiden tot een tekenbeet. Net als het verzorgen van dieren in gevangenschap, werkzaamheden met paarden, het verzorgen van schapen en grote grazers en tijdens het verwijderen van geschoten of aangereden wild. Dieren die leven in een voor teken geschikte omgeving, kunnen teken bij zich dragen. Deze teken kunnen zich hebben vastgebeten of nog los in de vacht zitten. Teken die zich nog niet hebben vastgebeten, kunnen bij contact overstappen op mensen. Als dieren dood zijn, verlaten vastgebeten teken in de eerste uren na het overlijden geleidelijk het kadaver. Vooral teken die niet helemaal zijn volgezogen, kunnen dan opnieuw mensen en dieren bijten om hun bloedmaaltijd te voltooien.

Gestorven dieren kunnen de eerste paar uur na hun dood teken bevatten die op mensen kunnen overstappen.
Shutterstock

Het is niet altijd goed te bepalen of er veel teken zijn in een gebied waar moet worden gewerkt. Teken zijn vaak te vinden op vochtige plekken met een behoorlijke strooisellaag, maar er is geen garantie dat op drogere plekken geen teken zijn. Een beproefde methode om teken op te sporen, maakt gebruik van een witte katoenen doek. Als deze langzaam over de vegetatie of de tuin waarin wordt gewerkt wordt gesleept en daarna voorzichtig wordt omgedraaid, zijn de donkere teken zichtbaar. Het is verstandig de doek daarna op te rollen en in een plastic tas te doen of weg te gooien om te voorkomen dat de teken in bijvoorbeeld de auto vrijkomen en alsnog bijten.

Superbug and no drug?

De Borrelia-bacterie wordt wel afgeschilderd als een superbacterie die moeilijk te bestrijden is. Dit is niet helemaal juist. Als een besmette teek langer dan 24 à 36 uur vast zit is er een gerede kans dat Borrelia wordt overgedragen op de mens. Het afweersysteem van mensen zal in een groot percentage van de gevallen de bacterie spontaan kunnen opruimen. Maar doordat de bacterie enkele slimme trucjes heeft ontwikkeld ziet zij geregeld kans het afweersysteem te ontglippen, waardoor de ziekte van Lyme kan ontstaan. Die moet worden bestreden met antibiotica. Dat gaat uitstekend bij de overgrote meerderheid van de patiënten. Een kleine minderheid van hen houdt echter symptomen, ondanks antibiotica. Als die gepaard gaan met een aanhoudende Borrelia-infectie, werkt een aanvullende antibioticakuur in het algemeen afdoende. Hoe goed de bacterie zich ook weet te vermommen, bij de inzet van antibiotica is Borrelia een zwakke broeder vergeleken met resistente bacteriën als ESBL-bacteriën en de ziekenhuisbacterie MRSA. Er zijn namelijk geen Borrelia-bacteriën gevonden die ongevoelig zijn voor de gebruikelijke antibiotica.

Preventie van tekenbeten

Uit het onderzoek van Stigas blijkt ook dat werkers in het groen zich na hun werk veel beter zouden kunnen controleren op tekenbeten dan nu het geval is, en dat de preventiemaatregelen die genomen worden lang niet honderd procent zijn. Bovendien blijkt dat niet elk bedrijf in de natuur- en hovenierssector een goed beleid heeft om te voorkomen dat werknemers besmet raken met door teken overgebrachte ziekten, zoals lymeziekte. Werknemers kunnen zelf veel doen om een tekenbeet te voorkomen. Bijvoorbeeld door dichte begroeiing, bladerlagen, schaduwrijk gras en struikgewas zoveel mogelijk te mijden en extra op te letten in de buurt van dieren of bij het verplaatsen van kadavers. Het lijkt een open deur, maar nog steeds draagt niet elke werknemer, die daarvoor in aanmerking komt, gesloten en huidbedekkende kleding. Bij voorkeur van een lichte kleur, zodat de teken daarop te zien zijn. De sokken over de broek dragen, vermindert ook de kans op een tekenbeet. Zo nodig kan het risico verder verkleind worden door blote huid in te smeren met het insectenwerende middel DEET of door het dragen van kleding die is bespoten of geïmpregneerd met een insectenwerend middel.

In een onderzoek uit 2009 werd aan groenwerkers die tekenbeten hebben opgelopen, gevraagd waar op het lichaam deze gelokaliseerd waren. In de figuur is aangegeven hoeveel procent van hen een bepaalde plek noemde.
Theo Pasveer BNO Cartographics, Deventer

Verder zijn vooral geregeld en grondig controleren van het lichaam de sleutelwoorden. Bij een huid met veel sproeten, pigment of lichaamsbeharing kan dat lastig zijn, want teken zijn vaak zeer klein en verschuilen zich ook gemakkelijk in huidplooien. Het gebruiken van een vergrootglas of spiegel kan geen kwaad. Het is belangrijk na iedere dag in het groen te controleren, zeker na het werken met veel dood plantenmateriaal. Warme en vochtige plekken van het lichaam zijn geliefde plekjes voor teken, soms zitten ze ook op minder gangbare plaatsen, zoals onder het horlogebandje. Voorkom dat je teken meeneemt in de auto of naar huis. Het geregeld schoonmaken van de autostoel valt aan te bevelen, net als het wassen van kleding bij 60 graden Celsius. Teken overleven een wasbeurt van 40 graden, maar kunnen niet tegen de droogtrommel.

Er bestaat een groot assortiment aan tekenverwijderaars.
Ir. Margriet Montizaan / KNJV

Week van de Teek

Ook werkgevers in de natuur- en hovenierssector kunnen veel doen om hun werknemers te beschermen tegen tekenbeten en de ziekte van Lyme. Een goede inventarisatie van de meest riskante gebieden en werkzaamheden is belangrijk, evenals een tekenprotocol, het verstrekken van de juiste werkkleding en het controleren op het dragen ervan, en het verstrekken van tekenverwijderaars en een dagelijkse controle van werknemers op teken en tekenbeten. Goede voorlichting over het gedrag van teken, de gevaren van een tekenbeet, en de noodzaak tot preventie en het goed in de gaten houden van een tekenbeet, is onontbeerlijk. De ‘Week van de Teek’, die jaarlijks rond eind maart, begin april wordt georganiseerd (in 2012 van 26 maart tot en met 1 april), is daarvoor hét moment.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 21 maart 2012

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.