Je leest:

Tegenvaller voor nanobolletjes als medicijn

Tegenvaller voor nanobolletjes als medicijn

Geneesmiddelen op een precieze plek in het lichaam afleveren zonder bijwerkingen is één van de beloftes van nanotechnologie. Helaas blijkt die belofte niet zo stevig als gehoopt, zeggen Britse wetenschappers in een nieuw onderzoek.

Medium
Een microscoopopname van een gouden nanodeeltje.
Viola Duppel

Bijwerkingen moet je niet hebben, maar haast geen medicijn in de wereld ontkomt eraan. En dat zit artsen en hun patiënten dwars. Bijvoorbeeld kankermedicijnen: die zijn bedoeld om tumorgroei te stoppen, maar intussen remmen ze ook de groei van andere cellen, zoals die van het immuunsysteem. Daarom maakt chemotherapie een kankerpatiënt letterlijk doodziek. Om dat te voorkomen, proberen wetenschappers superprecieze geneesmiddelen te bouwen die geen bijwerkingen veroorzaken.

Het meest veelbelovende precisiemiddel is nanomedicatie. Daarbij worden kleine bolletjes, vaak van goud, op atoomniveau als medicijnkoerier ontworpen. De koerier reist door het lichaam om vervolgens op het juiste adres ‘aan te bellen’ en geneesmiddelen af te geven. Gezonde cellen worden ontzien waardoor bijwerkingen uitblijven.

Klinkt bijna te mooi om waar te zijn, en dat is het ook, zo blijkt uit nieuw Brits onderzoek. Raphaël Lévy en zijn collega’s van de Universiteit van Liverpool hebben ontdekt dat onze lichaamseigen cellen niets moeten hebben van nanokoeriers: gouden nanodeeltjes die als koerier bedoeld zijn, worden door het lichaam genadeloos in tweeën geknipt. Hap, slik, en weg is het nanodeeltje.

Hoe kan zoiets gebeuren? Ook dat zochten Lévy en zijn collega’s uit. Gouden nanodeeltjes kunnen alleen goede koeriers zijn wanneer hun schil bedekt is met speciale eiwitten – peptiden bijvoorbeeld. Maar daar zit een probleem: ons lichaam heeft de neiging om sommige eiwitten die het tegenkomt voor afvalrecycling af te breken. En helaas, zo ontdekte Lévy, ziet het lichaam koeriereiwitten zoals peptiden ook als afval dat gerecycled moet worden.

Lévy vermoedde aan de hand van computersimulaties dat de boosdoener in kwestie het recycle-enzym ‘cathepsine L’ moest zijn. Toen hij gouden nanodeeltjes in cellen met én zonder cathepsine L uittestten, werd zijn vermoeden bevestigd: de nanodeeltjes sneuvelden haast allemaal in aanwezigheid van cathepsine L.

Heeft cathepsine L de hoop op nanomedicijnen nu verziekt? Dat valt mee volgens Lévy: het stofje is in staat om veel eiwitten af te breken, maar lang niet allemaal. “Onderzoekers die nanodeeltjes bouwen doen er goed aan om eerst te kijken of hun deeltje qua eiwitstructuur de omgeving van een cel überhaupt aankan”, schrijft Lévy in het tijdschrift ACS Nano. Met andere woorden: een werkend nanomedicijn van goudbolletjes bouwen kost meer moeite dan nanotechnologen altijd dachten.

Zie ook

Meer biotechnologie op Ditisbiotechnologie.nl

Dit artikel is een publicatie van Ditisbiotechnologie.nl.
© Ditisbiotechnologie.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 september 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE