Je leest:

Tegendraadse vinding tegen astma

Tegendraadse vinding tegen astma

Auteur: | 28 januari 2005

Tot voor kort was het antilichaam IgE het belangrijkste aanknopingspunt bij allergische astma. Mensen met astma reageren overdreven heftig op bijvoorbeeld huisstofmijt of stuifmeel. De IgE-antilichamen herkennen het allergeen en zorgen ervoor dat immuuncellen vervolgens onder andere histamine loslaten. Wanneer dit in de longen optreedt, kan benauwdheid het gevolg zijn.

Maar de helft van de astma-patiënten heeft helemaal geen verhoogde concentraties IgE. Daar is dus meer aan de hand, zegt farmacoloog Aletta Kraneveld, van de Utrechtse faculteit Farmaceutische Wetenschappen. Zij maakt deel uit van een groep Utrechtse astma-onderzoekers die een heel nieuw immunologisch gebied blootgelegd hebben. Ze denken de sleutel in handen te hebben tot het ontstaan van astma waarbij IgE geen rol speelt. In 2002 publiceerden ze in Nature Medicine over de rol van vrije lichte ketens bij het ontstaan van een allergische reactie in de huid. Deze immunologische bouwstenen blijken allergenen te herkennen en mestcellen aan te zetten tot het vrijlaten van hun inhoud, waardoor een ontstekingsreactie ontstaat.

Nu beschrijven dezelfde onderzoekers in PNAS (online gepubliceerd op 14 januari) hoe ze bij muizen een allergische reactie kunnen uitlokken via vrije lichte ketens, en die reactie weer kunnen voorkomen door de ketens te blokkeren. Verder is bij mensen met astma aangetoond dat ze hoge concentraties van vrije lichte ketens in hun bloed hebben.

Dogmatisch

De cruciale rol van de vrije lichte ketens is een tegendraadse vinding, die nog steeds niet algemeen geaccepteerd is. De lichte ketens zijn de ‘korte einden’ van de Y-vormige Ig-antilichamen. B-cellen maken zware en lichte ketens om daar antilichamen van te maken. Het is al decennia bekend dat B-cellen de lichte ketens in overmaat aanmaken en dat die vrij in het bloed voorkomen. Maar iedereen had die vrije lichte ketens afgedaan als onbelangrijk.

Kraneveld: ‘Nu blijkt dat vrije lichte ketens in hun eentje kunnen, waarvan we vroeger dachten dat je het hele antilichaam nodig had: het herkennen van antigenen en het triggeren van een immuunrespons. Maar veel immunologen zijn niet zo geïnteresseerd in ons verhaal, omdat het zo tegen de gangbare mening in gaat. In mijn opinie stellen immunologen zich nogal dogmatisch op.’

Kraneveld onderzocht de rol van vrije lichte ketens in allergische muizen. Ze maakte de dieren allergisch voor een stof die lijkt op allergene componenten in onder meer lijmen en tapijten. Als de dieren voor een tweede keer in aanraking met de stof kwamen, reageerden ze astmatisch. Bij die reactie staan de vrije lichte ketens centraal, ze herkennen het allergeen en in reactie daarop stimuleren ze mestcellen tot het afgeven van hun inhoud.

F991

Medisch gezien nog interessanter is dat Kraneveld de allergie kon onderdrukken met de stof F991, een fragment van een niereiwit. Dit negendelige peptide bindt aan de lichte ketens en zorgt ervoor dat ze niet langer de mestcellen kunnen sensibiliseren. Muizen die een dosis F991 in hun luchtwegen toegediend kregen, reageerden niet langer allergisch.

Daarmee is F991 een mogelijk medicijn tegen astma. Kraneveld en collega’s hebben patent aangevraagd op de functie van de vrije lichte ketens en het effect van F991 daarop. Het bedrijf Fornix Biosciences uit Lelystad, dat het Utrechtse onderzoek meefinanciert, probeert F991 te ontwikkelen tot een medicijn. Dat ziet er voorlopig goed uit. F991 heeft in de eerste fase geen onprettige verrassingen laten zien en het wordt nu, in fase IIA, getest op kleine groepen patiënten en gezonde proefpersonen.

‘Maar een peptide is vanuit farmacologisch oogpunt niet het meest voor de hand liggende medicijn, een receptor-agonist zou wenselijker zijn’, stelt Kraneveld. ‘Daarom zijn we nu hard op zoek naar de receptor voor de vrije lichte ketens: waar grijpen de moleculen aan? Dat is echt monnikenwerk, we hebben er al verschillende fishing expeditions op zitten, zoals dat heet, en we kunnen al wel zeggen dat ze niet binden aan bestaande immunoglobiline-receptoren zoals van IgE en IgG. We hebben wel een vermoeden wat de receptor is, maar daar kan ik verder niks over zeggen.’

Paardenmiddel

De receptor van de vrije lichte ketens is commercieel natuurlijk uitermate interessant. Met die kennis is het mogelijk een remmer te ontwikkelen met de juiste farmacologische eigenschappen. Huidige astma-medicijnen kunnen wel wat verbetering gebruiken. Het remmen van IgE is een speerpunt in veel astma-onderzoek, vertelt Kraneveld. ‘Zoek op internet naar anti-IgE-therapie en je vindt heel veel onderzoeken. Maar de resultaten zijn niet baanbrekend, het helpt maar een klein beetje. Het meest gebruikt blijven daardoor luchtwegverwijderaars en corticosteroïden. Maar corticosteroïden zijn echt paardenmiddelen, ze hebben enorm veel bijwerkingen. Bij kinderen kunnen ze de groei remmen, ze grijpen in de op de hormoonhuishouding en ze kunnen leiden tot opzwelling, het syndroom van Cushing. Bovendien nemen deze middelen de oorzaak van astma helemaal niet weg, het zijn symptoombestrijders.’

Een therapie die ingrijpt op vrije lichte ketens zou een rationele strategie zijn. De vraag is op welke termijn Kraneveld de receptor, waar een medicijn op kan aangrijpen, hoopt te ontdekken. ‘We hebben het idee dat we er heel dichtbij zitten, het kan volgende week zijn. Maar ik durf aan de andere kant niet met zekerheid te zeggen dat we over een jaar de receptor hebben.’

Bronnen:

Frank Redegeld et al. Nature Medicine, juli 2002 Aletta Kraneveld et al. PNAS , online 14 januari 2005

Dit artikel is een publicatie van Bionieuws.
© Bionieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 28 januari 2005
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.