Je leest:

Technologisch Toptalent 2010

Technologisch Toptalent 2010

Auteur:

Met de Simon Stevin Gezelprijs zet de Technologiestichting STW elk jaar een veelbelovende STW-promovendus in het zonnetje. Met de prijs wil de STW talenten aanmoedigen om “op de ingeslagen weg voort te gaan, kansen te grijpen en verdere kennis en ervaring op te doen in technisch-wetenschappelijk onderzoek met toepassingspotentie”. In het boekje ‘Technologisch Toptalent 2010’ zijn de kandidaten voor 2010 beschreven: Damiano Bolzoni, Martijn Cox, Christian Günther, Usama Kadri, Richard van Leeuwen, Esther Leung, Hristo Nikolov, Lars Perk, Robert Rissmann en Sandeep Unnikrishnan.

De verkiezing van de Simon Stevin Gezel is een vast onderdeel van het jaarcongres van STW, dat voor deze editie het thema ‘Technology beyond your dreams’ had meegekregen. Dagvoorzitter Jan Douwe Kroeske presenteerde op 7 oktober 2010 de drie door de jury geselecteerde finalisten:

  • dr.ir. Martijn Cox (Technische Universiteit Eindhoven)
  • dr.ir. Esther Leung (Erasmus MC)
  • dr. Robert Rissmann (Universiteit Leiden)

Zij kregen de opdracht het publiek in een korte presentatie te overtuigen van de wetenschappelijke en maatschappelijke waarde van hun werk. Het publiek kon na de drie presentaties via stemkastjes haar stem uitbrengen. Met meer dan 50% van de stemmen liet Cox zijn medefinalisten achter zich.

De winnaar: Martijn Cox

Small
Dr.ir. Martijn Cox winnaar van de Simon Stevin Gezelprijs 2010.
Technologiestichting STW

“Alle drie de finalisten houden zich bezig met aansprekende onderwerpen. Ik vond het dan ook moeilijk in te schatten wat mijn kansen waren. Ik denk dat het feit dat wij al verder zijn in het vermarkten van het product uiteindelijk de doorslag heeft gegeven voor het publiek,” aldus een verheugde Cox. “De prijs is niet alleen een waardering voor mij, maar voor het hele team van QTIS/e!”

In een duidelijk pleidooi vertelde Cox het publiek over de relevantie van zijn onderzoek naar hartklep tissue engineering. Hierin richt Cox zich op de productie van een levende hartklep, gemaakt met cellen van de patiënt. De klep is hierdoor in staat om te groeien, te herstellen en te remodelleren. Nu zijn er nog verschillende heroperaties nodig bij de patiënt, omdat de hartklep niet meegroeit.

Eén van de belangrijke uitdagingen bij tissue engineering van hartkleppen is om een klep te maken die sterk genoeg is om de hoge drukken te weerstaan die in het menselijk lichaam optreden. Cox heeft hiervoor een nieuwe methode ontwikkeld en gevalideerd. Al aan het begin van zijn onderzoek zag Cox in dat het zinvol was om zijn werk te valoriseren. Zo richtte hij met zijn collega-onderzoekster Mirjam Rubbens het spin-off bedrijf QTIS/e op. Vanaf september 2007 timmeren zij aan de weg om hun werk in concrete klinische toepassingen om te zetten.

Esther Leung

Small
dr.ir. Esther Leung
Technologiestichting STW

Esther Leung presenteert in haar proefschrift automatische methoden om de 3D stress echo objectief en kwantitatief te analyseren. In tegenstelling tot tweedimensionale stress echo maakt deze driedimensionale techniek het mogelijk om de echte driedimensionale hartbeweging te kwantificeren. De toepassing is van groot klinisch belang voor het opsporen van hart- en vaatziekten, één van de belangrijkste doodsoorzaken in de westerse wereld.

Leung heeft zelfstandig een uitzonderlijke hoeveelheid kwalitatief zeer sterk wetenschappelijk onderzoek verricht. Ze heeft diverse nieuwe analysemethoden en combinaties van methoden ontwikkeld, geïmplementeerd en gevalideerd op klinische data.

Haar werk en de presentatie daarvan op wetenschappelijke congressen heeft geresulteerd in verschillende prijzen en eervolle vermeldingen. Haar werk is toegepast in het Erasmus MC en drie buitenlandse klinieken. In haar huidige aanstelling bij het Erasmus MC werkt zij aan integratie van nieuwe beeldvormingstechnieken in de klinische praktijk.

Robert Rissmann

Small
dr. Robert Rissmann
Technologiestichting STW

De Vernix caseosa is een witte, vettige crème, die aanwezig is op de huid van pasgeboren baby’s. Het heeft unieke eigenschappen. Rissmann richtte zich samen met dr. Marion Oudshoorn (Universiteit Utrecht) op de ontwikkeling van nieuwe synthetische vernix biofilms, die de eigenschappen, de samenstelling en de structuur van natuurlijk vernix zoveel mogelijk nabootsen.

Rissmann maakte hierbij gebruik van een grote variëteit aan technieken. Het onderzoek resulteerde uiteindelijk in een biofilm met bijzondere eigenschappen, die er voor zorgen dat de huidbarrièrefunctie na beschadiging zich snel kan herstellen.

Voor toepassing van de biofilm wordt gedacht aan te vroeg geboren baby’s, waarbij de barrièrefunctie van de huid onderontwikkeld is. Hier zou synthetische vernix als beschermende crème kunnen fungeren. Ook kan het helpen bij het herstel van de barrièrefunctie van een zieke huid, bijvoorbeeld eczeem. Er zijn al veel bedrijven die interesse hebben getoond in de nieuwe technologie. Momenteel wordt onderzocht wat het beste traject is om de biofilm een commercieel succes te maken. Hierbij wordt gedacht aan het starten van een spin-off bedrijf en het licenseren van het patent.

Lees alle artikelen uit Technologisch Toptalent 2010:

Hier vindt u interviews met de winnaar, de andere finalisten en de overige kandidaten.

De artikelen in Technologisch Toptalent 2010 werden geschreven door wetenschapsjournalist Sybe Rispens.

Dit artikel is een publicatie van Technologiestichting STW.
© Technologiestichting STW, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 03 februari 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE