Je leest:

Tandenknarsen, van prozac tot breezerbekje

Tandenknarsen, van prozac tot breezerbekje

Auteur: | 14 augustus 2006

De evangelist Mattheus had voor ‘de kinderen van den boze’ een passende straf in gedachten: “En zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.” Hoewel tandenknarsen dus al zo oud is als de wereld, zijn nog lang niet alle oorzaken ervan in kaart gebracht. Tandheelkundigen stuiten nog steeds op nieuwe verklaringen, gebruik van prozac bijvoorbeeld.

Tandenknarsen, of bruxisme zoals het in wetenschappelijke termen heet, is een aandoening waar één op de tien Nederlanders last van heeft. Frank Lobbezoo is oraal kinesioloog bij de Academie voor Tandheelkunde. De sectie waar hij werkt houdt zich bezig met drie aandachtsvelden: craniomandibulaire dysfunctie (CMD), tandenknarsen en gebitsslijtage. Lobbezoo: “Mensen met CMD ervaren problemen bij het bewegen van hun onderkaak. Zo kunnen ze bijvoorbeeld last hebben van pijn in de kaken, van een beperkte mondopening of van rare geluiden in hun kaakgewrichten tijdens het openen en sluiten van de mond. Vroeger was dit het belangrijkste aandachtsgebied van de sectie, tegenwoordig zijn daar ook tandenknarsen en gebitsslijtage bijgekomen.”

De vraag waarom mensen tandenknarsen, is niet eenvoudig te beantwoorden. “Vroeger dacht men dat er iets mis was met de stand van de tanden ten opzichte van elkaar. Als je gebit niet goed sluit, zou je dat tijdens je slaap proberen recht te vijlen, als het ware. Het bijslijpen van het gebit door de tandarts was daarom een vrij gebruikelijke remedie. Helaas zijn er nog steeds tandartsen die denken dat die behandeling zinvol is.”

Frank Lobbezoo heeft al heel wat tandenknarsers in de stoel gehad, maar ontdekt nog vaak iets nieuws. Foto: Sidney Vervuurt / AVC VU

Slaaparchitectuur

De werkelijkheid is complexer. De psychische component speelt een rol, bijvoorbeeld in de vorm van stress. "Stress wordt vaak afgereageerd door verkeerde mondgewoontes. Men spreekt niet voor niets over ‘je verbijten.’ Maar ook ingewikkelde neurobiologische processen in de hersenen dragen hun steentje bij. Zo ontdekte Lobbezoo laatst bij toeval dat knarsen en het krampachtig opeengeklemd houden van de kaken samen kan hangen met het gebruik van prozac. Ook tabak en alcohol hebben een negatieve uitwerking. Dat middelen als XTC of andere amfetaminepreparaten funest zijn voor tandenknarsers, laat zich raden. “Notoire knarsers geven wij de raad om na negen uur ’s avonds niet meer te roken of te drinken. Datzelfde geldt trouwens ook voor sporten in de avonduren: daar wordt het lichaam veel te onrustig van en dat zorgt voor een onevenwichtige slaaparchitectuur.” Pardon? "Slaaparchitectuur, ofwel de opbouw van de nachtrust. De overgang van diepe naar lichte slaap gaat altijd gepaard met toename van motorische activiteit.

Ook de kauwspieractiviteit neemt op zo’n moment toe." Om dergelijke verschijnselen te kunnen onderzoeken, maakt ACTA gebruik van het slaaplaboratorium in het nabijgelegen Slotervaartziekenhuis. Ook komt het voor dat mensen een polysomnograaf mee naar huis krijgen, een kastje dat ’s nachts zaken registreert als de hartslag en de hersen- en kauwspieractiviteit.

Welvaartsprobleem

In kwantitatief opzicht is er sprake van een toename van het aantal patiënten met afgesleten tanden en kiezen. Een voor de hand liggend argument hiervoor lijkt dat de stress door de jaren heen zou zijn toegenomen. Volgens Lobbezoo heeft de toename in de eerste plaats echter een demografische oorzaak: “Mensen worden ouder en houden hun eigen gebit langer.” Daarnaast speelt een interessant welvaartsprobleem een rol. "Er is een specifieke groep van jongeren, die lijden aan wat wij het colagebit of het breezerbekje noemen.

Kijk," Lobbezoo loopt naar zijn kast en haalt daar een gipsen afgietsel uit van een gebit, waarvan de meeste kiezen voor meer dan tweederde zijn afgesleten. Het is geen fijn gezicht. “Drankjes als cola en breezers hebben een ongunstige uitwerking op de zuurgraad in de mond, waardoor het glazuur van je tanden kwetsbaar wordt. Als je daarbij ook nog eens knarst, slijten je tanden natuurlijk extra snel af.”

Naast onderzoek naar de oorzaak doet Lobbezoo’s afdeling uiteraard ook aan behandeling van bruxisme. Die begint bij de diagnostiek. Is er ‘gewoon’ sprake van tandenknarsen, of moet er, zoals bij het colagebit, ook rekening worden gehouden met een verstoorde zuurgraad in de mond? Lobbezoo: “Bruxisme is een moeilijke, maar daarom ook interessante aandoening. Het probleem kan door meerdere factoren veroorzaakt worden. Dat zie je in de behandeling terug. Enerzijds proberen we de schade te restaureren, anderzijds is het ook zaak om het herstelresultaat te beschermen. Daarom onderzoeken we bijvoorbeeld ook of er iets mis zou kunnen zijn met het speeksel van de patiënt. Anders kun je restaureren tot je een ons weegt. Verder proberen we veel aan preventie te doen. Een fysiotherapeut kan een patiënt helpen om de momenten te herkennen waarop iemand overdag zijn kaken op elkaar klemt. Voor de stressaspecten hebben wij een psycholoog in dienst.”

Voor het puur fysieke behoud van het gebit is er de opbeetplaat, een op maat gemaakte gebitsbeschermer. Het voorkomt niet alleen slijtage, het zorgt er soms ook voor dat mensen minder gaan knarsen. Bij sommige mensen is het knarsprobleem zo complex, bijvoorbeeld omdat ze tevens hele kwetsbare kaakgewrichten hebben, dat zij het plaatje ook overdag moeten dragen. Lobbezoo: “Voor een buitenstaander hoeft dat nauwelijks op te vallen. Als je goed kijkt, zie je wel een plastic randje, maar meer ook niet. Ik heb regelmatig patiënten met ‘pratende beroepen’, zoals leraren en telefonistes. Die hebben tijdens hun werk echt geen last van die opbeetplaat. Ik heb althans nog geen klachten gehoord over leerlingen die hun leraar opeens niet meer kunnen verstaan.”

Dit artikel is een publicatie van Gewoon Bijzonder.
© Gewoon Bijzonder, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 augustus 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.