Je leest:

Talent onder de loep: wie haalt de hockeytop?

Talent onder de loep: wie haalt de hockeytop?

Hockeytalenten zijn snel, vaardig met bal en stick en hebben een goed uithoudingsvermogen. Maar om de top te halen is meer nodig. Dat concluderen onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen in hun onderzoek dat binnenkort in het Journal of Sports Sciences verschijnt.

Bijna iedereen heeft wel een mening over topsport en denkt te weten wat nodig is om de top te halen. ‘Als je maar talent hebt, dan haal je het wel’ of ‘als je maar genoeg traint, dan kom je er vanzelf’ zijn veelgehoorde uitspraken. Uit onderzoek van Bewegingswetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen en het Universitair Medisch Centrum Groningen in samenwerking met de sportkoepel NOC*NSF blijkt dat toppers inderdaad meer techniek hebben en een beter uithoudingsvermogen. Het belangrijkste is echter de combinatie daarvan met tactisch inzicht en een extreem hoge motivatie.

De Nederlandse hockeydames winnen de Champions Trophy 2007 in Argentinië

Uit grootschalig onderzoek onder 300 hockeyers blijkt dat in de leeftijd van veertien tot zestien jaar meer dan 25% van de talenten de verwachtingen met betrekking tot hun hockeyprestaties niet waar kan maken. Ze vallen terug in niveau van toppers naar subtoppers of van subtoppers naar wedstrijdspelers. De ruim 300 hockeyers uit het onderzoek behoren allemaal bij de top van hun leeftijdscategorie en een aantal van hen speelt inmiddels voor het nationale team.

De onderzoekers hebben van 65 talenten in kaart gebracht hoe ze zich hebben ontwikkeld op hockeyspecifieke kwaliteiten. Ze zijn gedurende drie seizoenen op het hockeyveld getest op sprintsnelheid, uithoudingsvermogen en techniek. Bovendien hebben ze, net als hun trainers, vragenlijsten ingevuld over tactisch inzicht en mentale kwaliteiten, zoals motivatie en zelfvertrouwen. Ook hebben de bewegingswetenschappers ze gemeten, gewogen en hun vetpercentage bepaald.

In hun tienerjaren onderscheiden toppers zich van subtoppers omdat ze op de combinatie van verschillende kwaliteiten beter scoren. Ze combineren een extreem hoge sportmotivatie met een beter tactisch inzicht. Zowel toppers als subtoppers weten bijvoorbeeld goed naar wie ze de bal moeten afspelen of hoe ze moeten vrijlopen. Met andere woorden: ze weten goed welke actie op welk moment de beste is. Echter, de toppers zijn beter dan de subtoppers in staat om die actie ook daadwerkelijk – onder tijdsdruk van tegenstanders – op het veld uit te voeren.

Hockeytalenten scoren hoog op motivatie en tactiek, maar toppers scoren nog hoger dan subtoppers.

Hockeytalenten scoren hoog op motivatie en tactiek, maar toppers scoren nog hoger dan subtoppers.

Verder scoren toppers al op veertienjarige leeftijd beter dan subtoppers op tests voor techniek en interval uithoudingsvermogen en/of ontwikkelen ze zich sneller in de jaren daarna. Dit kan komen doordat de toppers meer hockeyspecifiek trainen en meer hockeywedstrijden spelen dan de subtoppers.

Top meisjes verbeteren zich meer dan subtop meisjes op slalom dribbel techniek terwijl top jongens al beter zijn dan subtop jongens en in de volgende twee jaar ook beter blijven. Een lagere score betekent een betere prestatie (minder tijd nodig voor de test).

Verschillen tussen toppers en subtoppers op het interval uithoudingsvermogen ontstaan vanaf vijftienjarige leeftijd. Een hogere score een betere prestatie (meer trajecten op de test).

Nederlandse hockeyers grossieren zowel bij de heren als bij de dames in aansprekende internationale podiumplaatsen. Vooral het damesteam presteert al jaren op het hoogste niveau bij de Olympische Spelen, Europese en Wereld Kampioenschappen. Zeer recent wonnen ze de Champions Trophy in Argentinië. Toch gaat er ook wel eens iets mis en is het winnen van prijzen geen vanzelfsprekendheid. Om het hoge niveau van de Nederlandse hockeyers in de toekomst te blijven garanderen, investeren clubs en de hockeybond (KNHB) in de opleiding van getalenteerde jeugdhockeyers. Onderzoek naar talentherkenning en –ontwikkeling is daarbij onmisbaar.

Bron: Elferink-Gemser, M.T., Visscher, C., Lemmink, K.A.P.M., Mulder, Th. Multidimensional performance characteristics and performance level in talented youth field hockey players: A longitudinal study. Journal of Sports Sciences (2007) vol. 25 no. 4.

Dr. Marije T. Elferink-Gemser, dr. Chris Visscher, dr. Koen A.P.M. Lemmink en prof. dr. Theo Mulder zijn verbonden aan het Centrum voor Bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 12 maart 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.