Je leest:

Tal van informatie

Tal van informatie

Auteur: | 15 april 2007

Multatuli had het nog over “een tal van vrouwen” en “een tal van aanmerkingen”, maar in de loop van de twintigste eeuw schudde tal dat lidwoord een van zich af. Hiermee heeft tal een voorsprong op telwoorden als een heleboel en een paar, die de komende decennia naar alle verwachting hun lidwoord af zullen werpen. Intussen lijkt tal van nu bezig met een nieuwe verandering.

Het zal zo’n 25 jaar geleden zijn dat ik ermee begonnen ben foute en rare zinnen te noteren. Eerst in een schriftje, later op steekkaarten, en nog weer later in de computer. Het is een tweede natuur geworden. Bij het lezen van de krant, van een tijdschrift of boek, en bij het volgen van radio of televisie, streep ik iets aan, ik schrijf even iets op, en berg dat dagelijks in mijn computer. Gemiddeld een à twee zinnen per dag, dus het blijft doenbaar.

Niet iedere foute zin komt in aanmerking. Anders had ik er dagwerk aan. In feite ben ik heel erg selectief. Ik ben alleen maar geïnteresseerd in fouten en rariteiten die mogelijkerwijs een beginnende verandering in onze taal betekenen. Dat is meestal niet meteen zichtbaar. Ik heb dan ook geen streng en duidelijk criterium voor welke zinnen in mijn schriftjes worden opgenomen en welke niet. In de loop der jaren heb ik heel wat genoteerd waarvan ik nu denk: nee, het was loos alarm. Anderzijds ben ik me ervan bewust dat ik zeker heel veel over het hoofd zie. Het meeste, denk ik zelfs.

Binnen paar jaar

Een belangrijke overweging om een afwijkende zin te noteren is: ligt de afwijking in het verlengde van vroegere ontwikkelingen? En als het al een taalvernieuwing is, heeft zich zoiets eerder voorgedaan? Kan het een volgende etappe zijn in een reeds langer durend proces? Wie zo verzamelt, heeft nog helemaal geen zekerheid de vinger op iets nieuws te leggen, maar het sluit wel een onafzienbare hoeveelheid toevallige fouten uit, eendagsvliegen, nietszeggende maar zeer menselijke onoplettendheden.

Ik geef een voorbeeld. In de Belgische krant De Morgen van 25 oktober 2002 stond de zin: “Tal van bewijsmateriaal dook gisteren op.” Die wordt meteen genoteerd. En ik zal uitleggen waarom.

De woordgroepen een paar en een heleboel bevatten van huis uit een zelfstandig naamwoord. Als we spreken over ‘een paar schoenen’ (twee bijeen horende schoenen, een linker- en een rechterschoen), is paar nog steeds een zelfstandig naamwoord. Maar als een paar de betekenis heeft van ‘een klein aantal’ ( een paar kinderen, een paar aardappels) krijgt de woordgroep de waarde van een onbepaald telwoord. De betekenis is dan vergelijkbaar met bijvoorbeeld veel en enkele. Ook in een heleboel zit oorspronkelijk een zelfstandig naamwoord: boel of boedel. Maar tegenwoordig functioneert een heleboel eerst en vooral als een onbepaald telwoord ( een heleboel toeristen, een heleboel geld).

Zelfstandige naamwoorden kunnen in onze taal een lidwoord bij zich krijgen, maar onbepaalde telwoorden doen het zonder. Behalve dan een paar en een heleboel. Eigenlijk is het lidwoord in die functie een rariteit; historisch begrijpelijk, maar niet langer functioneel. Welnu, dan is het is niet vreemd als het daar verdwijnt. Jaren geleden noteerde ik daarom al eens:

- Ik denk dat we heleboel criminaliteit kwijtraken als (…) ( NRC Handelsblad, 11 december 1993) - De bank heeft paar honderd particuliere beleggers een tegemoetkoming in de schade aangeboden. ( NRC Handelsblad, 18 mei 1994) - Binnen paar jaar ben je een hele rij insektensoorten kwijt. ( NRC Handelsblad, 19 oktober 1995) - Heleboel processen liepen door elkaar. ( NRC Handelsblad, 25 augustus 2001)

Het lidwoordloze paar en heleboel zijn misschien nog geen algemeen Nederlands, maar ze zitten eraan te komen. Onmiskenbaar. Intussen heb ik er al zo veel voorbeelden van, dat ik ze niet meer noteer. In mijn boek Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw (Den Haag/Antwerpen, 1999) staan ze al beschreven.

Kiertje

Wat over een paar en een heleboel gezegd is, kan ook van een aantal gezegd worden. De groep bevat – of eigenlijk: bevatte – een zelfstandig naamwoord, maar in de loop der tijden werd het geheel meer en meer opgevat als een onbepaald telwoord. Het lidwoord werd bijgevolg een vreemde eend in die bijt, en kon weggelaten worden. In mijn bovengenoemde ‘Geschiedenis’ kon ik drie voorbeelden noemen; uit 1996, 1998 en 1998. Op dat moment: mijn hele collectie. Maar gezien de voorgeschiedenis en de parallellen met paar en heleboel genoeg om te durven beweren dat ook een aantal tot aantal begon te worden.

Wat ik toen niet gedaan heb maar nu wel, is eens zoeken op het internet. Gewoon met Google zoeken op aantal. Als ik al enige twijfel had, is die nu wel totaal verdwenen. Het lidwoordloze aantal is namelijk massaal aanwezig. Moeiteloos vinden we nu zinnen als:

- Om onnodige hinder te voorkomen zijn aantal van deze werkzaamheden in de zomervakantie van 2003 gepland. - Er zijn aantal standaard pakketten samengesteld. - Daarnaast zijn aantal thematieken niveau-overschrijdend. - Op de servicepagina’s zijn aantal projecten te vinden waar wij ons de afgelopen tijd mee bezig gehouden hebben. - Er zijn aantal goede spelers uit het eerste vertrokken. - Als begeleiding waren aantal deskundigen vanuit de vereniging mee gegaan. - (…) er waren aantal figuren bij die dachten dat ze op wintersport gingen.

Ik heb blijkbaar in 1999 niets te veel gezegd. Persoonlijk houd ik de afwezigheid van een lidwoord hier nog steeds voor een fout. Ook bij paar en heleboel. En zo zal het nog wel met een conservatieve meerderheid van onze taalgenoten gesteld zijn. Als ik teksten moet verbeteren, voeg ik het ontbrekende lidwoord in deze gevallen toe. Tweeslachtig? Ik meen van niet. We hoeven niet op de ontwikkelingen vooruit te lopen. Goed of fout meten we af aan de hedendaagse taal, niet aan die van de toekomst. Ondertussen vind ik het uiterst boeiend om door een kiertje alvast een blik te werpen op wat in de toekomst waarschijnlijk het gangbare en dan goede Nederlands zal zijn.

Voorbode

Multatuli schreef in zijn ‘Max Havelaar’ zinnen als:

- Onder dezen wordt het bestuur uitgeoefend door kontroleurs, opzieners en een tal van andere beambten. - (…) daar onderhoudt hij een tal van vrouwen. - (…) een tal van aanmerkingen die er waren gevallen op mijn beheer.

Zoals Multatuli het schreef, zo schreven veel van zijn tijdgenoten het: ‘een tal van’. Dus met het lidwoord een erbij. Wat niet raar is als je bedenkt dat _tal_van huis uit een zelfstandig naamwoord is. De historie herhaalt zich. Of eigenlijk: wat met paar, _heleboel_en _aantal_thans gebeurt, is eerder al met tal vangebeurd. De woordgroep werd meer en meer tot een onbepaald telwoord (zoals veel) en bijgevolg werd het lidwoord overbodig, en viel het weg. In de twintigste eeuw zeiden en schreven de meeste mensen niet meer ‘een tal van’, maar enkel nog ‘tal van’: tal van mensen, tal van boeken, tal van problemen. Net als: veel mensen, veel boeken, veel problemen.

De groep tal van ging dus steeds meer lijken op veel. Maar veel heeft ook andere mogelijkheden. Dat woord kun je namelijk ook met een enkelvoud verbinden: veel geluk, veel informatie, veel materiaal. Nu tal van al honderd jaar of meer bezig is te gaan lijken op veel, kon je bijna voorspellen dat het ook deze eigenschap zou overnemen. Dus: tal van informatie, tal van materiaal.

Kijk, als je dit weet, wordt die foute zin uit De Morgen van 25 oktober 2002, “Tal van bewijsmateriaal dook gisteren op”, ineens heel erg interessant. Ik hoop dat u mijn verzameldrift al een beetje minder ziekelijk vindt dan u allicht aanvankelijk dacht. Hebben we hier de eerste voorbode van een taalverandering die te voorspellen was?

Beeldschone collega

Met de manier waarop ik vroeger te werk ging – noteren, knippen en plakken – zou er voorlopig weinig meer over te zeggen zijn. Het kan immers een toevallige ontsporing zijn van een journalist die slecht geslapen heeft. Afwachten of dit zich voortzet. Maar met zoeken op internet hoeven we zo lang niet te wachten. Taalveranderingen kunnen met moderne middelen veel eerder gesignaleerd worden dan vroeger.

Ik zoek met Google op ‘tal van’. Dat levert me 94.000 treffers op. Een overweldigende meerderheid van de gevallen heeft tal van + meervoud, hetgeen ons niet verbaast. Maar al bij de eerste vijfhonderd vind ik ook tal van lesmateriaal (op de site van de openbare bibliotheek van Amersfoort), en tal van surfstuff, tal van informatie, tal van bedrijvigheid, nog eens tal van informatie, en tal van gratis materiaal. Dat is circa één op de honderd keer met een enkelvoud.

Dat de vernieuwing bij tal van zich juist het eerst voordoet bij woorden als materiaal, _onderzoek_en bovenal informatie, is niet zo vreemd. Ze hebben in deze betekenis eigenlijk geen meervoud, maar slaan op niet-telbare gehelen die makkelijk op te vatten zijn als bestaande uit allerlei onderdelen. Bij die eerste vijfhonderd treffers heb ik niet iets gevonden als tal van gebouw, tal van auto, of tal van leerling; woorden dus die duidelijk telbare personen of zaken aanduiden.

Na vijfhonderd treffers was ik het, eerlijk gezegd, een beetje beu. Ik had geen zin meer om de overige 93.500 sites met ‘tal van’ langs te gaan. Maar wacht: nog even wat gerichter zoeken op tal van onderzoek. Dat levert elf treffers op. Dan tal van instelling: twee keer. En tal van informatie:167 keer! Onze journalist van De Morgen was dus helemaal zo uitzonderlijk niet.

Wat nog steeds niet wegneemt dat hij wellicht slecht geslapen had, dat hij werd afgeleid door een beeldschone collega of dat hij grote haast had. Het is best mogelijk dat als hij zijn tekst eens rustig had overgelezen, hij ervan gemaakt had: veel bewijsmateriaal, of: heel wat bewijsmateriaal. Het kan best, maar het doet er eigenlijk niet toe. De verandering staat voor de deur. Klopt op de deur. Misschien moeten we zeggen: de deur staat al op een kier.

Voorsprong

Natuurlijk valt niet met zekerheid te zeggen dat tal van + enkelvoud in de toekomst echt tot het gewone Nederlands zal gaan behoren. De verandering waarvan we nu de eerste aanzetten kunnen waarnemen, kan teniet gedaan worden, teruggedraaid.

Er zijn in het verleden genoeg voorbeelden aan te wijzen van beginnende taalveranderingen, van tijdelijke tendensen om naast de gebaande wegen te gaan, die geen vervolg kregen. Na verloop van tijd houdt het weer op, en men keert terug naar de oude paden. Het is zeker mogelijk. Maar ik verwacht het in dit geval niet. Ik denk dat deze vernieuwing zich zal doorzetten. Gezien de hele beweging van een paar en een heleboel, een aantal en een tal van, allemaal op weg van zelfstandignaamwoordgroep naar onbepaald telwoord, zou het eerder onverwacht zijn als tal van zich daaraan zou onttrekken.

Voor zover ik heb kunnen nagaan, komt aantal nog niet voor met een enkelvoud. Ik heb tot nu toe in ieder geval nergens iets kunnen vinden als aantal bewijsmateriaal of aantal informatie. Maar ik val niet van mijn stoel van verbazing als me in de toekomst zoiets onder ogen komt. Voorlopig heeft tal van, dat ook veel eerder zijn lidwoord verloor, een voorsprong op aantal, dat nu pas bezig is zijn lidwoord af te werpen.

Ondertussen blijven die schriftjes van belang. Want hoe prachtig het internet ook is, het zoekt niet eigener beweging. Je moet zelf de gezochte term intypen. En je komt pas op het idee om naar iets te zoeken als je de krant leest of naar de televisie kijkt en daar iets opmerkelijks tegenkomt.

Dit artikel is een publicatie van Genootschap Onze Taal.
© Genootschap Onze Taal, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.