Je leest:

Taalverwerving is betekenis zichtbaar maken

Taalverwerving is betekenis zichtbaar maken

Auteur: | 23 december 2007

Maren Pannemann onderzocht in haar promotieonderzoek de vraag waarom kleine kinderen eigenlijk lidwoorden weglaten tijdens het taalverwervingsproces en hoe zij er uiteindelijk achter komen dat het lidwoord in hun moedertaal wel degelijk verplicht is.

Iedereen kent wel voorbeelden zoals van het Nederlandse kind Daan hieronder. Op het moment van de opname was Daan twee jaar en zeven maanden oud.

Daan: “motor zit in auto”

Kinderen laten aan het begin van het taalverwervingsproces het lidwoord weg. Dit fenomeen komt ook voor in andere talen met lidwoorden, zoals bijvoorbeeld in het Duits, Frans, Italiaans of Zweeds. Maar waarom laten kinderen het lidwoord eigenlijk weg? Een mogelijke verklaring is dat het voor jonge kinderen, met name in de éénwoordfase, simpelweg een te moeilijke taak is om een reeks woorden met elkaar te combineren. Als het kind dan moet kiezen tussen inhoudswoorden zoals auto, en functiewoorden zoals de, wint het woord dat de meeste informatie overdraagt. Maar zoals aan het voorbeeld hierboven te zien, is Daan blijkbaar wel in staat om zomaar vier woorden achter elkaar te zeggen. Er moet dus meer aan de hand zijn dan alleen een zogenaamd processing probleem.

De betekenis van woorden

Om te kunnen begrijpen waarom kinderen het lidwoord weglaten helpt het om eerst naar de betekenis van het lidwoord en van het zelfstandig naamwoord te kijken. De betekenis van een zelfstandig naamwoord zoals bijvoorbeeld auto kunnen we als volgt begrijpen: het woord auto beschrijft de verzameling van alle auto’s in de hele wereld. Hierbij hoort alles dat wielen heeft en een motor enzovoort, dus: alles wat in ons concept van “auto” past. Op deze manier kan een taalgebruiker over auto’s in het algemeen spreken: “Auto’s zijn niet milieuvriendelijk”. Maar hoe maak je duidelijk dat je het over een heel specifieke auto hebt? Hier komt het lidwoord aan zet. Een lidwoord zoals de of het maakt het mogelijk om een concreet object aan te wijzen en op deze manier aan een gesprekspartner duidelijk te maken over welke van de miljoenen auto’s in de wereld jij het eigenlijk hebt: “De auto van mijn buurman staat alweer voor mijn oprit”.

De betekenis van een lidwoord wordt weergegeven door de pijl: Het lidwoord lost de ambiguïteit op en wijst een concreet object aan.

Eigennamen

Om beter te kunnen begrijpen waarom kinderen het lidwoord weglaten heeft promovenda Maren Pannemann naar een aantal verschijnselen in volwassen taal gekeken waar het lidwoord ook ontbreekt. Zo is het bijvoorbeeld opvallend dat eigennamen zoals Fabio geen lidwoord hebben. Een zin als “Ik heb gisteren de Fabio gezien” is dus niet grammaticaal in het Nederlands. Blijkbaar is hier niet per se een lidwoord noodzakelijk om aan een gesprekspartner duidelijk te maken welke Fabio bedoeld wordt; er is immers maar één Fabio. Alleen in het geval dat er meerdere mensen zijn die Fabio heten en er dus ambiguïteit ontstaat, wordt het lidwoord weer verplicht: “Welke Fabio bedoel je? De Fabio van school, of de Fabio uit Barcelona?”

In een situatie waarin het voor iedereen duidelijk is wie bedoeld wordt, is het lidwoord dus overbodig. In principe geldt in kindertaal hetzelfde voor zelfstandig naamwoorden zoals auto: het kind doet als het ware alsof er maar één mogelijke interpretatie is voor auto en alsof het voor de gesprekspartner helemaal duidelijk is over welke auto het nou gaat. Voor kinderen (maar niet voor volwassenen) bevat de uitspraak auto dus heel compact alle informatie die je voor de interpretatie van het woord nodig hebt. Pannemann vergelijkt het proces van de eerste taalverwerving dan ook met het ontstaan van een nieuw blad: alle informatie over vorm, structuur en betekenis is al heel compact aanwezig en moet alleen nog worden ontrafeld in het proces van de taalverwerving.

Eerste taalverwerving lijkt op het ontstaan van een nieuw blad: alle informatie is compact aanwezig in het opgerolde blad en moet alleen nog zichtbaar worden.

Hoe leren kinderen dat het lidwoord in hun moedertaal verplicht is?

Het is belangrijk om te vermelden dat kinderen niet denken dat een zelfstandig naamwoord zoals auto ook echt een eigennaam is. Ze hebben op een gegeven moment wel degelijk door dat er meer dan één auto bestaat terwijl er maar één Fabio is. Kinderen moeten dan nog wel leren dat zelfstandig naamwoorden samen met een lidwoord gebruikt worden. Dat is trouwens niet in alle talen het geval, het Mandarijn of het Russisch bijvoorbeeld hebben geen lidwoorden. Kinderen die een taal zoals het Nederlands verwerven moeten daarentegen nog leren dat er in hun moedertaal wél lidwoorden zijn. Dit is een gradueel proces dat volgens Pannemann woord voor woord plaatsvindt. Kinderen horen in hun taalomgeving dat een woord zoals auto altijd met een lidwoord gebruikt wordt, maar een woord zoals Fabio niet. Hierdoor maken ze in hun mentale lexicon een link tussen een bepaald woord en de aanwezigheid (of afwezigheid) van het lidwoord.

Als de verwerving van het lidwoord inderdaad per woord gebeurt, zou je verwachten dat er verschillen zijn tussen individuele zelfstandig naamwoorden. Dit is inderdaad het geval: op basis van een onderzoek van Nederlandse en Franse kinderen laat Pannemann in haar proefschrift zien dat kinderen sommige woorden al heel vroeg met een lidwoord gebruiken terwijl andere woorden ook nog op latere leeftijd zonder lidwoord voorkomen.

Er is veel onderzoek gedaan naar eerste taalverwerving, maar onderzoekers zijn het er nog steeds niet over eens hoe taalverwerving nou precies werkt. Volgens sommige taalkundigen, waaronder Noam Chomsky, beschikken kinderen over een aangeboren taalverwervingsmechanisme. Dit mechanisme stuurt het verwervingsproces en helpt kinderen om op zoek te gaan naar de onderliggende regels van de taal die zij om zich heen horen. Naarmate kinderen ouder worden, neemt de werking van dit mechanisme af. Daarom leren kleine kinderen de ingewikkelde grammaticale regels van hun moedertaal met verbazingwekkend veel gemak terwijl je als volwassene grammaticaregels moet stampen. Maar niet alle taalkundigen zijn het eens over dit mechanisme. Volgens Michael Tomasello en zijn collega’s leren kinderen in eerste instantie alleen maar woordjes en kleine constructies, zoals bijvoorbeeld: “Waar is [het hondje/mijn bal/mama]?”, maar beschikken ze nog niet over onderliggende regels. Pas op een latere leeftijd zijn kinderen in staat om generalisaties, en dus regels, te maken over deze constructies. De discussie tussen deze twee standpunten van Chomsky en Tomasello is nog steeds in volle gang.

Woord voor woord

Met haar proefschrift slaat Pannemann en brug tussen twee tot nu toe controversiële posities in de taalkunde. Taalkundigen zijn het namelijk niet met elkaar eens over de vraag of eerste taalverwerving vooral een kwestie is van het ontdekken van onderliggende regels, of het leren van woorden en constructies (zie kadertekst). Pannemann laat echter zien dat beide principes een rol spelen: Op zoek naar de regel voor het juiste gebruik van het lidwoord worden kinderen aangestuurd door een onderliggend taalverwervingsmechanisme. Maar uiteindelijk is de verwerving van het lidwoord een proces dat woord voor woord plaatsvindt. Op deze manier leren kinderen dus stap voor stap om betekenis zichtbaar te maken en aan hun gesprekspartner duidelijk te maken wat hun bedoelingen zijn.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Amsterdam (UvA).
© Universiteit van Amsterdam (UvA), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 23 december 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.