Je leest:

Taalstoornis na hersenletsel

Taalstoornis na hersenletsel

Auteur:

Ongeveer een kwart van alle patiënten met een beroerte krijgt afasie, een taalstoornis waarbij het spreken, begrijpen, lezen en schrijven is verstoord. Het woord afasie komt uit het Grieks en betekent “niet kunnen spreken” (a=niet, fasie=spreken). Afasie is bij iedereen anders, afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel. De plaats van het letsel bepaalt bijvoorbeeld welk deel van het taalsysteem is aangetast.

De Israëlische premier Ariel Sharon werd deze maand twee keer getroffen door een zware hersenbloeding. Het duurt misschien nog maanden voordat artsen de omvang van de schade in zijn hersenen kunnen vaststellen. Wat kunnen de gevolgen zijn voor het taalvermogen?

Bij een hersenbloeding is er sprake van een bloeding in de hersenen, doordat een bloedvat in de hersenen is gescheurd. Bij een herseninfarct wordt een slagadertje in de hersenen afgesloten, meestal door een bloedstolsel. In beide gevallen ontvangt dan een gedeelte van de hersenen te weinig zuurstof, waardoor hersencellen afsterven. (bron: http://www.cva-samenverder.nl)

Als de bloedvoorziening naar de hersenen plotseling onderbroken wordt, spreekt men van een beroerte. Er kan dan sprake zijn van een hersenbloeding, van een herseninfarct of van een TIA (Transient Ischemische Aanval of mini-beroerte). Een beroerte wordt ook wel een stroke (Engels) of een CVA genoemd: Cerebrovasculair Accident.

Afasie

Ongeveer een kwart van alle patiënten met een beroerte krijgt afasie, een taalstoornis waarbij het spreken, begrijpen, lezen en schrijven is verstoord. Het woord afasie komt uit het Grieks en betekent “niet kunnen spreken” ( a=niet, fasie=spreken). Afasie is bij iedereen anders, afhankelijk van de plaats en de ernst van het hersenletsel. De plaats van het letsel bepaalt bijvoorbeeld welk deel van het taalsysteem is aangetast. De bekendste vormen van afasie zijn afasie van Broca en afasie van Wernicke, genoemd naar de artsen die deze aandoeningen hebben ontdekt. Broca-afasie uit zich in niet-vloeiend taalgebruik, moeizame articulatie en een beperking van de grammatica tot eenvoudige constructies.

Broca-patiënten kunnen vooral slecht overweg met syntactische verplaatsing, waarbij een woord een andere dan zijn normale positie in de zin inneemt. Dit komt bijvoorbeeld voor in vraagzinnen of passieve zinnen. Toch is volgens recent onderzoek niet zozeer het syntactisch vermogen aangetast, maar veeleer het vermogen tot het verwerken van complexe structuren. Verplaatsing van een stukje zin dat uit meerdere woorden bestaat, zoals ‘de grote jongen’, blijkt moeilijker dan verplaatsing van een enkel woord.

Wernicke-afasie is ontdekt door Carl Wernicke en wordt ook wel receptieve afasie genoemd. Bij deze vorm van afasie wordt juist heel vloeiend gesproken, maar de zinnen zijn moeilijk te begrijpen voor de toehoorder. Ook heeft een Wernicke-patiënt problemen bij het begrijpen, benoemen en lezen.

Het is ook mogelijk dat zowel het Broca als het Wernicke gebied intact zijn, maar dat de verbinding tussen deze gebieden beschadigd is. Mensen met conductie-afasie kunnen taal begrijpen en produceren, maar ze zijn niet in staat om te herhalen wat ze kort ervoor hebben gehoord.

Bij Broca-afasie is een plek links vooraan in de hersenen beschadigd; bij Wernicke-afasie een plek links achteraan.

Literatuur:

David W. Caroll (1994), Psychology of Language

Zie ook:

Nieuwsfeiten Sharon:

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 11 januari 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE