Je leest:

Taalkunde: uitdaging voor vwo’ers

Taalkunde: uitdaging voor vwo’ers

Auteur: | 4 mei 2006

Nu de eindexameneisen voor het vwo zijn gewijzigd hebben leraren meer vrijheid bij de samenstelling van het lesprogramma. Voor het vak Nederlands betekent dit dat meer aandacht besteed kan worden aan taalkunde. Taalkundigen uit Leiden schreven het schoolboek Taalkunde voor de tweede fase van het VWO.

Een recente wijziging in de exameneisen en -voorschriften voor het vwo van het ministerie van Onderwijs maakt het mogelijk om taalkunde op te nemen in het curriculum van het vak Nederlands. Taalkundigen bij de opleiding Nederlandse taal en cultuur reageerden alert en schreven een schoolboek dat docenten Nederlands een handreiking moet bieden. Het boek verscheen afgelopen week. Een lang gekoesterde wens van Hans Hulshof, hoogleraar didactiek van het Nederlands, kan eindelijk in vervulling gaan.

Commissie Braet

Hans Hulshof is al meer dan 25 jaar bezig voor elkaar te krijgen dat taalkunde een vak wordt in het middelbaar onderwijs. In 1991 trad hij toe tot de Commissie Braet voor de vernieuwing van het eindexamen Nederlands. Deze commissie stelde unaniem voor het onderdeel taalkunde bij wijze van experiment in het examenprogramma op te nemen. ‘We hebben vijf jaar lang gedacht dat het vak wel ingevoerd zou worden als onderdeel van het schoolvak Nederlands, vertelt Hulshof, ’maar in 1996 schoot de toenmalige staatssecretaris Tineke Netelenbos het voorstel af. Ervoor in de plaats kwam argumentatieleer, dat vond ze wel voldoende.’

Nederlands inhoudsloos taalvaardigheidsvak

‘Het was een grote teleurstelling voor taalkundig Nederland’, zegt Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse taalkunde. Hulshof: ‘Zelfs Braet die een taalbeheerser is, was een groot voorstander van het vak. Hij heeft er later in de kranten nog vaak over geschreven.’ Antoine Braet is UHD taalbeheersing in Leiden en emeritus hoogleraar retorica aan de Universiteit van Amsterdam.

v.l.n.r. Hans Hulshof, hoogleraar Didactiek van het Nederlands; Maaike Rietmeijer, uitvoerend redacteur van het project; Arie Verhagen, hoogleraar Nederlandse taalkunde

De afgelopen tien jaar zijn er weliswaar allerlei persoonlijke initiatieven genomen om taalkunde in het vwo te onderwijzen maar die hadden geen officiële status. Er kwamen dan ook geen schoolboeken, want het vak was niet opgenomen in het curriculum. Tot uiteindelijk vorig jaar meer vrijheid werd geboden aan scholen om zelf hun vakken in te richten. ‘Trouwens ook wel, omdat men het Studiehuis zat is’, zegt Hulshof. ‘Nederlands dreigt af te zakken tot een inhoudsloos taalvaardigheidsvak.’ ‘De tendens is nu te zoeken naar stof die intellectueel uitdagend is’, vult Verhagen aan.

Subsidie

Twee jaar geleden gaven Hulshof en Verhagen een college schooltaalkunde. Daarin participeerde ook Maaike Rietmeijer. Bekeken werd hoe het vak taalkunde voor het vwo vorm gegeven zou kunnen worden. Op basis van het college en het materiaal dat Hulshof al op de plank had liggen in verband met zijn oude wens, besloten de drie een methode voor het vwo te gaan maken. Verhagen: ‘Dat werd extra gestimuleerd door de nieuwe richtlijnen van het ministerie van Onderwijs.’ Met de nieuwe richtlijnen wordt meer vrijheid aan scholen gegeven om vakken inhoudelijk in te vullen. Taalkunde werd aangemerkt als een van de lacunes in de bestaande eindexameneisen.

Voor de invulling werd zelfs subsidie beschikbaar gesteld door het ministerie. Verhagen: ‘Maar daarvoor kwamen wij jammer genoeg weer niet in aanmerking. Wel hebben we subsidie gekregen van de Gratamastichting, het LUF en onze eigen faculteit.’ Met die subsidie kon Maaike Rietmeijer voor een jaar aangesteld worden als redacteur.

Een illustratie uit hoofdstuk 2 over taalvariatie

Pittig boek

Het resultaat is een pittig boek. ‘Niet pittiger dan een scheikunde- of natuurkundeboek, maar voor Nederlands is dit pittig’, geeft Verhagen toe. ‘Het sluit naar zijn vorm ook meer aan bij vakken als biologie of scheikunde dan bij de bestaande methoden voor Nederlands.’ Rietmeijer: ‘Er zit wel een opbouw in niveau in het boek, maar de hoofdstukken hoeven niet in een vaste volgorde gegeven te worden. De docent kan ook veel van zijn eigen interesse laten afhangen.’ Voor het onderdeel taalkunde zou minimaal 10% van de beschikbare uren mogen worden ingeruimd, dat is 48 uur in drie jaar. ‘Die 48 uur is voor de kern van het boek’, zegt Hulshof. ‘Maar er zitten veel schrijfopdrachten in, die in het schrijfdossier opgenomen kunnen worden. Hierdoor kan de aandacht voor taalkundige onderwerpen nog behoorlijk uitgebreid worden en in het schoolexamen worden getoetst.’

Andere insteek

De moderne schoolboeken zijn erop ingericht, dat de leerlingen zelf aan de slag kunnen en dat de docent alleen nog wat hoeft te coachen en te zorgen dat de leerlingen werken. De auteurs hebben duidelijk voor een andere insteek gekozen. ‘Bij ons wordt de docent weer iemand die uitlegt en toevoegt en die ziet wat de klas nodig heeft’, zegt Rietmeijer. ‘Ik geef college schooltaalkunde aan docenten van middelbare scholen, en ik merk een enorme behoefte onder docenten om zelf weer aan de slag te gaan. Ze kiezen tenslotte uit liefde voor een vak. Met dit vak taalkunde krijgen ze weer het gevoel iets te kunnen overdragen.’

Een voorbeeld van een vraag en opdracht uit hoofdstuk vijf over pragmatiek:

Wat is de bedoeling van de zin ‘Ik heb nog maar een tientje’ in het volgende gesprekje? Waar leid je dat uit af? Bespreek het antwoord in een groep of klassikaal.

Koos: Ga je mee film kijken? Menno: Ik heb nog maar een tientje. Koos: Nee, ik heb een dvd in de videotheek geleend. Zullen we bij mij gaan kijken? Menno: Prima!

Handreiking

Het boek is uitgebreid getest op middelbare scholen. Hoofdstukken zijn uitgezet bij docenten die er in de klas mee aan de slag zijn gegaan.

Met de nieuwe richtlijnen van het ministerie zijn er meerdere initiatieven ontstaan om te komen tot een leermethode taalkunde voor het middelbaar onderwijs, maar dit is voorlopig het enige schoolboek. Te verwachten valt dat andere schoolboekenuitgevers binnenkort ook wel met methodes op de markt komen. Het vak taalkunde wordt op vrijwillige basis gegeven. Om te bereiken dat docenten het oppakken, is er behoefte aan materiaal dat een duidelijke handreiking biedt. Volgens de auteurs is een boek – met een docententenhandleiding – dan toch het beste. Ook is het goed te gebruiken op de hbo-lerarenopleidingen, zeker zolang studenten in hun eigen vooropleiding nog geen aandacht aan taalkunde hebben kunnen besteden.

Taalkunde voor de tweede fase van het VWO, AUP, april 2006 ISBN 90 5356 864 6, 232 pagina’s, € 29,50.

Universiteit Leiden

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 04 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.