Je leest:

Taal is minder taal zonder gebaren

Taal is minder taal zonder gebaren

Toen Asli Özyürek een jaar of tien geleden onderzoek ging doen naar taal en gebaren, reageerden taalwetenschappers afwachtend. Het bleek een invalshoek die nieuwe kennis oplevert – en publicaties in toptijdschriften zoals Science. Özyürek is sinds september 2010 hoogleraar Gesture Language and Cognition aan de Radboud Universiteit. Op 26 mei spreekt ze haar inaugurele rede uit.

Small
Asli Özürek maakt het Turkse gebaar voor ‘mooi’.
Bert Beelen

Het is bijna onmogelijk om niet te gebaren als je praat: zelfs blinden die met andere blinden praten, gebaren daarbij. Wat te denken geeft over de functie van het gebaren. En daar doet Asli Özyürek nu alweer zo’n tien jaar onderzoek naar. Zo weet ze: “Als je proefpersonen laat spreken zonder dat ze kunnen gebaren, gaan ze minder vloeiend spreken en hebben ze meer moeite met het vinden van het juiste woord. Dat werkt zo in alle talen.”

Ook voor de ‘ontvanger’ zijn gebaren functioneel, zeker de zogenaamde iconische gebaren die Özyürek onderzoekt: terwijl je vertelt dat je een brood snijdt, maak je een snijbeweging, bijvoorbeeld. “Aan hersensignalen kunnen we zien dat een verhaal van iemand die zo gebaart bij het praten sneller begrepen wordt en dat er meer van onthouden wordt. Gebaren zorgen er ook voor dat woorden in de eerste of de tweede taal sneller worden geleerd.”

Overlap in brein

Taal en daarbij behorende actie zitten in de hersenen van de ontvanger in overlappende gebieden, weet Özyürek intussen. Het gebied van Broca speelt bij beide een belangrijke rol. Of de productie van taal en gebaren ook zo dichtbij elkaar ligt, is lastiger aan te tonen.

Indirect vond Özyürek wel interessante aanwijzingen bij afasiepatiënten: “Als hun taalvermogen achteruit gaat, neemt parallel daaraan hun vermogen om ondersteunende, iconische gebaren te gebruiken af. Het gebruik wordt minder levendig en de timing slechter. Maar vraag je afasiepatiënten om het snijden van een brood te pantomimen, zonder woorden, dan blijft die vaardigheid intact. Daaruit kun je afleiden dat actie met of zonder taal verschillende hersenfuncties betreft.”

Medium
Taal (rood) en gebaar (geel) overlappen in het gebied van Broca (blauwe cirkel).

Taalwetenschappers moesten wennen aan het onderzoek naar taal en lichamelijke context, zoals gebaren. Jarenlang hadden zij taal bestudeerd als abstract systeem, in onderzoeken waarbij proefpersonen reageren op woordjes op een beeldscherm. “Intussen is duidelijk dat een andere benadering ook interessante informatie oplevert. Er komt steeds meer aandacht voor contextelementen en andere niet-talige aspecten die bijdragen aan taalbegrip zoals samen gedeelde aandacht.” Van Özyürek hoeft de ‘contextloze taalwetenschap’ niet bij het grof vuil. “Maar misschien levert die niet altijd de ideale kennis op, omdat taal immers altijd in een context wordt gebruikt en gebaren worden een context voor woorden.”

Gebarentaal

Gebarentaal van doven, waarin gebaar en taal op een heel andere manier samenwerken, bestudeert Özyürek ook. Samen met dr. Annie Senghas van Colombia University onderzocht ze in Nicaragua hoe nieuwe gebarentaal ontstaat. Daarvoor ging ze naar een tehuis waar inmiddels drie generaties de Nicaraguaanse gebarentaal hebben geleerd.

In experimenten waarbij Özyürek leden van verschillende generaties Tweety-filmpjes liet ‘navertellen’ in gebarentaal (kat Sylvester slikt bal in en stuitert van trap) werd duidelijk dat de gebarentaal van de eerste generatie sterk lijkt op de gebaren die (niet-dove) Spanjaarden in hun omgeving maken en nogal pantomimeachtig is. De derde generatie, 25 jaar jonger, maakt kleinere gebaren en heeft voor bepaalde bewegingen zoals ‘rollen’ al niet-iconische gebaren of ‘lexical items’.

Dit onderzoek, dat gepubliceerd werd in Science, maakt niet alleen duidelijk dat gebarentaal en ondersteunende gebaren heel andere systemen zijn, maar ook dat kinderen al op heel jonge leeftijd en zonder na te denken taal kunnen vervolmaken. “Onbewust analyseren en segmenteren ze, voegen ze elementen toe en maken zo van een onvolmaakte taal een echte, levendige taal.” Een mooi resultaat – dankzij gebaren: “Het ontstaan van taal kun je bij gesproken taal nergens bestuderen. Dus ja, dat vindt iedere taalwetenschapper prachtig, om dat te kunnen zien.”

Lees ook:

Dit artikel is een publicatie van Radboud Universiteit Nijmegen.
© Radboud Universiteit Nijmegen, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 mei 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE