Je leest:

Taal in en uit coma

Taal in en uit coma

Auteur: | 31 januari 2007

Rond het jaar nul raakte het Hebreeuws in onbruik als algemene spreektaal. Toen de nieuwe staat Israël een taal nodig had, wekte men de comateuze taal weer tot leven. Hebraicus Hannah Neudecker vertelt er meer over in de Leidse Studium Generale-serie over Israël.

Hannah Neudecker: ‘Het Hebreeuws is eeuwenlang een ’dode taal’ geweest. Dat wil zeggen dat het niet als spreektaal gebruikt werd in het dagelijks leven. Wel is het Hebreeuws altijd in gebruik gebleven voor de godsdienst, als studie- en gebedstaal, en als lingua franca als er geen gemeenschappelijke taal voorhanden was. Pas aan het eind van de negentiende eeuw werd het Hebreeuws weer tot leven gewekt, of beter gezegd: aangewend voor algemener gebruik, op voorspraak van de Litouwse jood Eliezer Ben-Yehuda.’

Hebreeuws leesplankje. Bron: Joods Historisch Museum

Hebreeuws, Latijn en Engels

De functie van het Hebreeuws voor de stichting van de staat Israël is dus enigszins te vergelijken met die van het Latijn bij de christenen, maar niet helemaal. In het christendom beheers(t)en vooral de religieuze leiders en voorgangers in de kerk het Latijn, de ‘gewone’ gelovigen kennen het niet of nauwelijks. In het jodendom daarentegen wordt iedereen geacht de Thora, het heilige boek van de joden, te bestuderen. Dat betekent dat men Hebreeuws kent, of althans geacht wordt te kennen. Daarnaast bleef het Hebreeuws in de afgelopen eeuwen in stand als internationale schrijftaal, en in mindere mate ook als internationale spreektaal. Een jood die naar een joods contact in een ander land schreef, gebruikte het Hebreeuws als lingua franca. In die zin is het Hebreeuws dus eerder te vergelijken met het Engels van tegenwoordig.

Diaspora

Hoe kwam het dat het Hebreeuws ‘uitstierf’? Neudecker vertelt dat in het jaar 70 na Christus de tempel in Jeruzalem door de Romeinen verwoest werd en dat dat de ballingschap van de joden inluidde. De joden zwierven uit over de wereld en hadden geen gemeenschappelijk land meer. Ze namen de taal van het land waar ze verbleven over, maar ze bleven zich in hun taalgebruik onderscheiden door die taal in het Hebreeuwse alfabet te blijven schrijven en te verrijken met Hebreeuwse leenwoorden. Zo ontstonden nieuwe joodse talen, zoals het Jiddisch en het Ladino. Het Jiddisch is op het Duits (sommigen zeggen op het Slavisch) gebaseerd en werd gesproken in joodse gemeenschappen in Noord-Europa en later ook in Amerika. Het op het Spaans geënte Ladino werd gesproken door joodse gemeenschappen in Zuid-Europa.

Esperanto

De lotgevallen van het Hebreeuws zijn uniek in de geschiedenis van de taal. Er is geen ander voorbeeld bekend van een taal die vrijwel dood was en op een kunstmatige manier weer tot leven gewekt is. Neudecker: ‘Er wordt wel eens een vergelijking gemaakt met het Esperanto, dat is ook een taal die men kunstmatig heeft trachten in te voeren, maar dat is natuurlijk toch anders. Het Esperanto is echt een kunstmatige taal, en met het Esperanto is het niet gelukt om de taal ingevoerd te krijgen, met het Hebreeuws lukte dat wel.’

Het klassiek Hebreeuws van tweeduizend á drieduizend jaar geleden en het modern Hebreeuws dat nu in Israël gesproken wordt, zijn heel verschillende talen.

Geen semitische taal

Toch zijn het klassieke Hebreeuws van tweeduizend á drieduizend jaar geleden en het modern Hebreeuws dat nu in Israël gesproken wordt heel verschillende talen, weet Neudecker. ‘Niet qua vormleer – de vormen van het klassiek en modern Hebreeuws zijn vrijwel hetzelfde – maar de zinsbouw is totaal anders. Een Israëlisch kind van nu kan de bijbel in het klassiek Hebreeuws echt niet lezen als het dat niet op school geleerd heeft. Het modern Hebreeuws is eigenlijk geen semitische taal zoals het klassiek Hebreeuws, maar een Indo-Europese taal. Het modern Hebreeuws lijkt qua zinsbouw meer op het Nederlands dan op het klassiek Hebreeuws.’

Continuüm

Hoe komt het dat klassiek en modern Hebreeuws zo verschillend zijn? Neudecker vertelt dat het modern Hebreeuws is ingevoerd door mensen die een Indo-Europese taal spraken. Eliezer Ben-Yehuda, de grootste voorvechter van de invoering van het Hebreeuws, was een Litouwer, afkomstig uit de stad Vilna, die Litouws en Russisch sprak, beide Indo-Europese talen. Hij en andere pleitbezorgers van het Hebreeuws legden de klassiek Hebreeuwse vormleer en woorden op een raster van Indo-Europese zinsbouw, die erg verschilt van de semitische. Daar komt bij dat het klassiek Hebreeuws in de tussentijd, toen het alleen nog als geschreven taal in gebruik was, ook al aan het veranderen was. Neudecker: ‘Het klassiek Hebreeuws van duizenden jaren geleden en het modern Hebreeuws worden soms wel heel gemakkelijk met elkaar in verband gebracht. Daar zit natuurlijk een ideologische drijfveer achter. Je kunt dan zo mooi laten zien dat taal, land en volk van oudsher met elkaar verbonden zijn in één continuüm. Maar zo is het niet.’

Jiddisch

De keuze voor het Hebreeuws voor de nieuwe staat Israël sprak overigens allerminst vanzelf. Er heeft in de negentiende eeuw en vroege twintigste eeuw een stevige strijd gewoed tussen voorstanders van het Hebreeuws en voorstanders van het Jiddisch. Ook het Duits is nog een optie geweest, zij het een minder krachtige. De voorstanders van het Jiddisch waren eigenlijk vooral tégen het Hebreeuws, omdat ze die taal te heilig vonden voor dagelijks gebruik. Het Jiddisch heeft lang een ondergeschikte rol gespeeld in het moderne Israël. Pas de laatste jaren komt daar verandering en wordt het als volwaardige taal beschouwd. Daarvoor werd de taal sterk geassocieerd met alles wat onaantrekkelijk was: diaspora, armoede en de shoah. De kans dat het Jiddisch als spreektaal zal uitsterven is vrij groot, denken velen. Het wordt nog door weinigen gesproken, al zijn er nog steeds kinderen die het leren, bijvoorbeeld bij de ultra-orthodoxe joodse gemeenschappen in Jeruzalem, New York, Antwerpen en in Amstelveen.

De Studium-Generale-serie Israël is een lezingenserie waarin het land, de inwoners, de moeilijkheden en de achtergronden anders worden belicht.

In de eerste lezing van de serie, woensdag 7 februari, 19.30 uur, spreekt Hannah Neudecker over de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël. Op woensdag 14 maart 2007 spreekt zij over de ontwikkeling van het Hebreeuws onder de titel: Een dode taal tot leven gewekt.

Dit artikel is verschenen in de nieuwsbrief van de Universiteit Leiden.

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 31 januari 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.