Je leest:

Taal als bindmiddel en als splijtzwam

Taal als bindmiddel en als splijtzwam

Auteur: | 29 maart 2017

Wanneer taal alleen maar een communicatiemiddel zou zijn, dan zou de hele wereld binnen de kortste keren Engels, of misschien Esperanto spreken. Maar taal is veel meer. Taal is ook een identiteit, en daarmee een bindmiddel – en soms een splijtzwam – binnen en tussen groepen mensen.

Iedereen dezelfde taal; voor sommigen is dat net zo’n schrikbeeld als de uniforme winkelstraten in de meeste steden.
Dreamstime

In Rusland bestond tot 1991 het Kleinrussische dialect, dat deel uitmaakte van de Oost-Slavische dialecten. Toen het Sovjetrijk uiteenviel, heette dit ineens het Oekraïens, een officiële en erkende taal in de afgescheiden republiek Oekraïne. Op het schiereiland de Krim, in het zuidoosten van Oekraïne, spreekt nog geen 10% van de inwoners Oekraïens. De meest gesproken taal en ‘lingua franca’ is daar het Russisch. Dat was voor de Russische president Poetin een duidelijk motief om de Krim als Russisch te beschouwen en het schiereiland in 2014 te annexeren.

In de jaren negentig van de vorige eeuw werd op de Balkan de Zuid-Slavische taal Servo-Kroatisch gesproken. Toen het Joegoslavische rijk uiteenviel, verdween tegelijkertijd dat Servo-Kroatisch en waren er ineens verschillende talen: het Servisch, het Kroatisch en het Bosnisch. Het werden talen die onderling prima verstaanbaar zijn en beschouwd werden als dialecten van het Servo-Kroatisch.

Taal en nationaliteit

Deze voorbeelden laten zien dat taal en nationaliteit met elkaar verbonden zijn. Een land wil ook een taal. Als een land geen taal heeft, dan promoveren ze een dialect tot taal. En dat is zeker geen strikt Slavische eigenschap; de rest van de wereld vindt dat ook. Het Frankisch bijvoorbeeld, is een verzameling dialecten die worden gesproken in onder andere Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg. Niet toevallig is het alleen in Luxemburg een officiële taal, de nationale taal Lëtzebuergs.

Maar ook binnen Nederland zijn taal en nationaliteit verweven. Als mensen uit landen als Marokko of Turkije naar Nederland migreren, dan moeten zij onze taal leren spreken. Dat zijn de inburgeringsregels en daar is iedereen het mee eens. In Nederland spreek je Nederlands. Nodig is dat natuurlijk niet. Je zou deze mensen bijvoorbeeld ook Engels kunnen leren. Ook dan zouden ze uitstekend kunnen deelnemen aan onze samenleving. Maar dat is niet de bedoeling want de Nederlandse taal maakt deel uit van onze identiteit.

Het staat vast dat taal een belangrijk voertuig is voor communicatie. De functie van taal is het verzorgen van een optimale communicatie met zoveel mogelijk mensen. Maar als taal identiek zou zijn aan communicatie, dan is het verbazingwekkend dat we nu niet allemaal uitsluitend Engels of Esperanto spreken. Dit communicatieve perspectief zou ervoor moeten zorgen dat veel talen verdwijnen ten gunste van een uniform systeem. Deze visie reduceert taal tot een object van globalisering in het voetspoor van McDonalds, Nike en Apple. En inderdaad, er zijn mensen, vaak te vinden in het bedrijfsleven, die al die talen op de wereld maar onhandig vinden en openlijk pleiten voor taaluniformiteit en maximale mogelijkheden voor communicatie.

De werkelijkheid is anders. Er zijn vele duizenden talen en dialecten. De globalisering die cultuur in zijn greep heeft, lijkt geen vat te hebben op taal. Hoewel veel talen Engelse woorden overnemen, zoals baby, computer, hobby of management, is er geen enkele reden om te denken dat dit het begin is van een proces waarin we uiteindelijk allemaal alleen maar Engels spreken. Vroeger was in Nederland het Frans net zo populair als het Engels nu. Dat zien we nog aan onze woordenschat, zoals cadeau, ambassade, decor of etage, maar dat heeft er bepaald niet toe geleid dat het Nederlands is vervangen door het Frans.

Formeel is Friesland de enige tweetalige provincie van Nederland.
Nationale Beeldbank, Rotterdam

Geen Nederlandse identiteit?

Het is bepaald niet simpel om iets anders te zeggen over de identiteit van de Nederlander dan dat de Nederlander Nederlands spreekt. Het is niet voor niets dat onze koningin in een geruchtmakende toespraak toegaf de Nederlandse identiteit niet te hebben gevonden. Maar de Nederlandse taal heeft zij overduidelijk wel gevonden. Die taal is duidelijk herkenbaar en goed beschreven. Die taal is beschikbaar als identiteitskenmerk van alle Nederlanders.

Ingewikkelder is het als een land niet één, maar meerdere talen heeft. Want wat is dan de identiteit van de bewoners? Een goed voorbeeld betreft onze zuiderburen. In het noordwesten spreekt een Belg Nederlands en in het zuidoosten Frans. Men spreekt daar over een taalgrens en tussen de beide gebieden is er een taalstrijd. Om die taalstrijd te beheersen zijn er taalwetten. Maar ondanks alles blijft de taalgrens een grens en blijft het gebied rond Brussel onrustig. Taal is het grote twistpunt, maar het gaat natuurlijk over identiteit.

Taalstrijd

Hans Bennis: “Toen ik ooit in Brussel op straat aan een keurige heer vroeg ‘Kunt u mij zeggen hoe laat het is?’ antwoordde hij ‘Oui, biensûr’, en liep zonder verder iets te zeggen en zonder om te kijken door. Een prachtige oorlogsverklaring.”

Meer identiteit dan communicatie

Er bestaat een spanning tussen de twee maatschappelijke functies die taal heeft. De communicatiefunctie geeft aanleiding tot de vorming van één wereldtaal, terwijl de identiteitsfunctie streeft naar net zoveel talen als er identiteiten zijn. En die identiteiten houden niet op bij de landsgrens. Ook binnen Nederland zijn er verschillende identiteiten, en dus zijn er binnen het Nederlands veel verschillende soorten Nederlands. Limburgers willen hun eigen taal spreken, niet omdat dat de communicatie nu zo bevordert, maar omdat ze zich daarmee voorzien van een identiteit. Ze markeren zich daarmee als lid van een groep, op dezelfde manier als mensen uit Wassenaar dat doen via bekakt Nederlands en mensen uit de Kinkerstraat met plat Amsterdams.

Ook hier zien we strijd. De Friezen hebben het voor elkaar gekregen om hun dialect op te waarderen tot een officiële taal, een zogenaamde minderheidstaal. Het Fries behoort tot de verzameling van Germaanse taalvariëteiten. Waar tussen die variëteiten de scheiding tussen taal en dialect precies optreedt is eerder een politieke keuze dan een taalkundig feit. Veel taalkundigen zeggen wel: ‘Een taal is een dialect met een leger en een vloot.’ Dit aforisme benadrukt het politieke aspect van de perceptie over wat een taal is en wat een dialect. De spreuk is bekend geworden door de Jiddische taalwetenschapper Max Weinrech, die hem weer hoorde van een toehoorder bij een van zijn lezingen en in 1945 beschreef: a shprakh iz a dialekt mit an armey un flot.

Het was ook een zuiver politieke keuze om het Fries af te scheiden van het Nederlands, zoals het ook een politieke keuze is om het Duits te onderscheiden van het Nederlands. Taalkundig is het alleszins gerechtvaardigd om te zeggen dat Duits, Fries en Nederlands één taal zijn, net zoals we dat zouden kunnen zeggen voor het Kroatisch, het Servisch en het Bosnisch.

In de afgelopen decennia zijn er nog verscheidene taalafscheidingsbewegingen actief geweest binnen Nederland. De Nedersaksische dialecten in het oosten van Nederland (Groningen, Drenthe, Twente, Achterhoek) zijn inmiddels samen met een verzameling Duitse dialecten erkend als regionale taal of streektaal op basis van het handvest over minderheidstalen en streektalen van de Raad van Europa. En dus is er nu ook een officiële spelling. Zelfs de bijbel – ‘Biebel in de Twentse sproake’ – is in het Nedersaksisch vertaald. En natuurlijk zingt ook de bekende boerenrockgroep Normaal in streektaal.

“Oehoe-oehoerend hard, kwamen zie doar aangescheurd, oehoe-oehoerend hard, want zie hadden van de motorcross geheurd.”
ANP Photo, Rijswijk

Iets dergelijks geldt ook voor de Frankische dialecten in Limburg. Hoewel de Limburgse dialecten grote verschillen kennen, zijn de politici in de Nederlandse provincie Limburg erin geslaagd om de dialecten uit hun provincie erkend te krijgen als regionale taal of streektaal. Ook Limburg heeft dus stukken van de bijbel in De Veer Evangelieje en een popgroep, Rowwen Hèze, die in de streektaal zingt.

“Ik heb mien ganse lange leave gewacht op d’n daag di mos koome, en op de nacht op alles wat ik woj mar wat ik noeit kreeg ’t waas te deur of te vroeg of te laat vur meej.”
Stichting Biowetenschappen en Maatschappij

Wonderlijk genoeg geldt de taalstatus weer niet voor dialecten in de Belgische provincie Limburg. Hoewel daar vergelijkbare dialecten worden gesproken, mogen deze dialecten geen taal worden genoemd. Niet de taal zelf, maar de nationale en Europese overheden bepalen of een groep dialecten een taal is of niet.

Ook het Zeeuws is er niet geslaagd om het predicaat streektaal te verwerven ondanks een verwoede lobby om het Zeeuws tot taal op te waarderen. Toch hebben ook zij een eigen bijbel, De biebel in ’t Zêêuws, en een popgroep, Surrender. Desalniettemin is het Zeeuws geen taal. De Zeeuwen hebben de strijd verloren.

Het is duidelijk dat het hier niet gaat om de taal. De taalstrijd gaat om identiteit. Wij Friezen, Limburgers, Twenten, Zeeuwen, Urkers … wij voelen ons Fries, Limburgs, Twents, Zeeuws, Urks en dus willen wij onze eigen taal. De vraag is dan natuurlijk: is dat erg? Moeten wij onze nationale identiteit en de Nederlandse taal bewaken en strijden tegen minderheids- of streektalen? Is taal zo’n sterke splijtzwam tussen bevolkingsgroepen? Bestaat Nederland straks uit allemaal kleine landjes met allemaal kleine taaltjes?

Taaldiversiteit

Aan de andere kant is het de vraag of we niet moeten strijden tegen de verderfelijke invloed van talen van buiten. Er zijn mensen die bang zijn voor de opmars van het Engels. Waarom heet een computer geen ‘rekenaar’, zoals die in het Frans een ‘ordinateur’ heet? Lopen we anders niet het gevaar dat Nederland straks slechts een provincie is van Europa?

Meertaligheid is een volstrekt natuurlijke situatie in de meeste landen van de wereld. Je hebt de taal van de groep, de taal van het land en de taal van de wereld. Als je opgroeit in Engeland of Amerika dan kunnen deze drie talen samenvallen, maar in de meeste landen lopen ze uiteen. Ook in Nederland. Een welopgevoede Nederlander die afkomstig is uit Limburg spreekt thuis een Limburgs dialect, in Nederland Nederlands, en in het buitenland Neder-Engels. Zo heeft die Nederlander minstens drie identiteiten: Limburger, Nederlander en wereldburger. Voor een Turkse Nederlander zijn die talen en identiteiten: Turks, Nederlands en wereldburger.

Het begrip identiteit is een gelaagd begrip. We zouden dan ook niet moeten spreken van dé identiteit van de Nederlander, want die identiteit bestaat niet. Daar had Máxima volkomen gelijk in. Het gaat om de identiteiten van een Nederlander. En die verschillende identiteiten corresponderen met verschillende talen.

Dit artikel is een publicatie van Stichting Biowetenschappen en Maatschappij.
© Stichting Biowetenschappen en Maatschappij, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 29 maart 2017

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.