Je leest:

Swift-satelliet gaat de gammaflits lik-op-stuk geven

Swift-satelliet gaat de gammaflits lik-op-stuk geven

Auteur: | 27 november 2004

De vorig weekend gelanceerde Swift-satelliet gaat astronomen wakker bellen als er ergens een ster ontploft. Ralph Wijers, hoogleraar hoge-energieastrofysica aan de Universiteit van Amsterdam, weet er alles van: gammaflitsen vinden gewoonlijk op de meest ongeschikte momenten plaats, maar je moet er wel snel bij zijn voor het beste resultaat. En dus gaat Swift hem geregeld wakker bellen.

Illustratie van Swift in de ruimte.

Swift is een kleine, goedkope NASA-satelliet die speciaal is ontworpen voor het bestuderen van de meest raadselachtige explosies in het heelal. Vorige week zaterdagavond werd hij gelanceerd. Voorjaar 2005 is Swift naar verwachting volledig operationeel, en zal hij twee à drie gammaflitsen per week ontdekken. En, belangrijker: binnen een paar minuten staan telescopen op aarde klaar om vervolgonderzoek te doen.

Gammaflitsen zijn krachtige uitbarstingen van energierijke gammastraling. Ze werden al in de jaren zestig ontdekt, maar pas in 1997 bleek dat het om catastrofale explosies in ver verwijderde sterrenstelsels gaat. Die doorbraak was te danken aan de Italiaans-Nederlandse kunstmaan BeppoSAX. Het is zo goed als zeker dat gammaflitsen ontstaan wanneer extreem zware sterren aan het eind van hun leven uit elkaar spatten, met achterlating van een zwart gat.

Zo’n flits duur soms maar een minieme fractie van een seconde; soms een paar minuten. Te kort voor uitgebreid onderzoek, vooral omdat je niet van tevoren weet waar en wanneer er een afgaat. Maar de langzaam uitdovende ‘nagloeier’ van een gammaflits kan gedurende uren, dagen of soms weken onderzocht worden, met röntgentelescopen in de ruimte, of met radiotelescopen en optische of infrarode instrumenten op de grond. Kwestie van snel reageren.

Swift maakt dat mogelijk. Zodra de gammadetector van de satelliet een flits heeft waargenomen, wordt Swift in de juiste stand gedraaid, en worden twee andere telescopen aan boord van de kunstmaan in stelling gebracht: een voor röntgenstraling en een voor ultraviolette straling en zichtbaar licht. Op die manier hoopt het Amerikaans-Brits-Italiaanse Swift-team de beginfase van de nagloeier waar te nemen, om zo de fysica van de explosie beter te begrijpen.

Kort na de explosie is ook de positie aan de hemel heel nauwkeurig bepaald. Die wordt via een radioverbinding en via internet verspreid onder sterrenwachten op de grond. Camerabatterijen met enorme telelenzen, maar ook relatief kleine robottelescopen, worden dan volautomatisch aan het werk gezet. ‘In de afgelopen jaren zijn pas zo’n veertig nagloeiers gedetailleerd bestudeerd,’ aldus Wijers. Dat aantal zal vanaf volgend voorjaar snel stijgen.

Europese gammaflitsonderzoekers hebben het inmiddels voor elkaar gekregen dat zelfs een van de grote 8-meter kijkers van de Very Large Telescope in Chili een paar keer per jaar ingezet kan worden voor het onderzoek aan nagloeiers. Dat gebeurt nog niet volautomatisch – eerst moet beoordeeld worden of de nieuwe flits echt de moeite waard is – maar daarna is het een kwestie van een druk op de knop, en de reuzentelescoop in Chili komt in actie.

‘De ESO-sterrenwacht garandeert dat de eerste foto’s dan binnen zes minuten opgenomen kunnen worden,’ zegt Wijers – ongekend snel voor zo’n grote telescoop. Voorwaarde is natuurlijk wel dat de verantwoordelijke astronoom (Wijers en zijn Europese collega’s werken in ploegendienst) snel kan reageren wanneer zijn pieper de ontdekking van een nieuwe Swift-flits meldt. Uiteindelijk is het de bedoeling dat ook het selectieproces helemaal geautomatiseerd wordt.

Swift zal hopelijk het raadsel van de korte gammaflitsen oplossen – flitsen van minder dan een seconde, waarvan nog nooit nagloeiers zijn gevonden. Over hun afstanden is dan ook niets bekend. Volgens Wijers moet binnen een paar maanden duidelijk zijn of het bij de korte en de lange flitsen om hetzelfde verschijnsel gaat, of dat er sprake is van een heel ander mechanisme, zoals de botsing van twee supercompate neutronensterren.

Minstens zo spannend is de jacht op gammaflitsen aan de rand van het waarneembare heelal, waar sterrenkundigen terugkijken tot vlak na het ontstaan van de allereerste sterren. ‘Ik voorspel dat we over een jaar met een enorme berg ongeanalyseerde metingen zitten,’ zegt Wijers. ‘We hebben ons zo goed mogelijk voorbereid, maar als je zoveel metingen over je uitgestort krijgt, zal toch blijken dat je lang niet alles kunt doen.’

Dit artikel is eerder verschenen in de Volkskrant

Meer weten?

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 27 november 2004

NEMO Kennislink Agenda

NEMO Kennislink vertoont op deze plaats normaal gesproken wetenschappelijke activiteiten uit heel Nederland. Door de maatregelen tegen het nieuwe coronavirus zal daarvan een groot gedeelte worden afgelast. Omdat we geen achterhaalde informatie willen verspreiden, laten we voorlopig geen activiteiten zien.
NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.