Je leest:

Succes van de dinosauriërs was grotendeels toeval

Succes van de dinosauriërs was grotendeels toeval

Auteur:

Het Mesozoïcum is de periode waarin de dinosauriërs domineerden. Echter, de eerste 30 miljoen jaar van hun bestaan waren ze niet dominant volgens nieuw onderzoek. In die periode waren de voorouders van de krokodillen dominant. Na de massauitsterving van 200 miljoen jaar geleden namen de dinosauriërs het stokje over.

Het – ook onder geologen – wijdverspreide idee dat de dinosauriërs de wereld gedurende het hele Mesozoïcum als superieure dieren domineerden, moet worden bijgesteld volgens Steve Brusatte en enkele medeonderzoekers. Ze vonden dat de dinosauriërs helemaal niet als superieur uit hun vergelijking naar voren kwamen, maar dat juist de concurrerende crurotarsiërs (voorouders van huidige krokodillen) meer succes hadden gedurende de dertig miljoen jaar dat ze samen op aarde voorkwamen (230-200 miljoen jaar geleden). Daaraan kwam een einde bij de massauitsterving op de grens Trias/Jura (ruim 200 miljoen jaar geleden); pas op dat moment bleken de dinosauriërs beter bestand tegen de toen exceptionele omstandigheden (toen de aarde een zeer warme periode doormaakte).

De schedels van enkele onderzochte archosauriërs. Boven: Batrachotomus (links) en Postosuchus (rechts). Midden: Nicrosaurus (l) en Aetosaurus®. Onder: Lotosaurus (l) en Riojasuchus®.

Verschillend

Dinosauriërs en crurotarsiërs ontwikkelden zich samen 20 miljoen jaar na de massauitsterving op de grens Perm/Trias (251 miljoen jaar geleden). Beide groepen vulden niet of slechts gedeeltelijk de door andere diergroepen in beslag genomen onderdelen van het leefmilieu (niches) op. De crurotarsiërs ontwikkelden daarbij een veel grotere diversiteit dan de dinosauriërs, variërend van de gigantische vleesetende rauisuchiërs, vleesetende, langsnuitige phytosauriërs (oorspronkelijk ten onrechte als sauriërs beschouwd) en sterk bepantserde grazende aetosauriërs (ook geen echte sauriërs). Vanwege hun gelijkenis zijn veel crurotarsiërs aanvankelijk als dinosauriërs beschouwd (en dat was mede een reden waarom de dinosauriërs zo succesvol leken te zijn), maar inmiddels staat vast dat de twee groepen verschillend waren. Dit blijkt ook uit hun nazaten: vogels in het geval van de dinosauriërs en krokodillen in het geval van de crurosaurërs. Overigens hadden beide groepen één ding gemeen: ze beconcurreerden elkaar om het voedsel.

De ‘morforuimte’ (zie tekst) gedurende de Trias voor dinosauriërs, crurotarsiërs (aan de krokodil verwante archosauriërs) en pterosauriërs.

Bouwplannen anders

De onderlinge strijd was hevig. Wie het meest succesvol waren, onderzochten Brusatte en zijn collega-onderzoekers door metingen van 437 skeletaspecten van 64 soorten uit beide groepen. Mede aan de hand van een nieuwe stamboom van beide groepen voerden ze twee verschillende berekeningen uit om meer inzicht in het evolutionaire patroon te krijgen. De eerste berekening betrof de zogeheten dispariteit (de mate waarin de bouwplannen van het lichaam uiteenlopen) bij elk van de diergroepen. De dispariteit geeft een redelijk betrouwbaar beeld van de leefwijze, het voedsel en het specifieke leefmilieu van een diergroep.

Hierbij bleek dat de crurotarsiërs een maar liefst tweemaal zo grote dispariteit vertonen als de dinosauriërs. Dat wijst erop dat ze beter voor de strijd om het bestaan waren toegerust dan de dinosauriërs.

Evolutiesnelheid gelijk

De onderzoekers analyseerden ook de evolutiesnelheid bij beide groepen. Hoe sneller de evolutie, hoe beter een diergroep zich aanpast aan veranderende omstandigheden en hoe beter vertegenwoordigers uit de groep gebruik kunnen maken van bestaande niches. Bij dit onderzoek bleek dat de evolutiesnelheid van beide groepen gedurende de 30 miljoen jaar dat ze samen op aarde voorkwamen, gelijk was. In dat opzicht was er dus geen verschil in superioriteit.

Toeval

De onderzoekers concluderen dat, bij een normale ontwikkeling, de dinosauriërs het op termijn zouden hebben afgelegd tegen de crurotarsiërs. Ze hadden echter geluk: bij de massauitsterving op het einde van het Trias bleken ze grotere overlevingskansen te hebben. Het geluk bleef aan hun zijde totdat een andere massauitsterving, op de grens Krijt/Tertiair (65 miljoen jaar geleden) ook aan deze gelukkige diergroep een einde maakte.

Referentie:

Brusatte et al., 2008. Superiority, competition, and opportunism in the evolutionary radiation of dinosaurs. Science 321: 1485-1488.

Tekeningen en foto Mike Benton: University of Bristol (GB). Foto Steve Brusatte: National Museum of Natural History, Washington, D.C. (VS)

Zie ook:

Lees ook meer nieuws op de website van NGV Geoniews

Dit artikel is een publicatie van NGV Geonieuws.
© NGV Geonieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 14 oktober 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

LEES EN DRAAG BIJ AAN DE DISCUSSIE