Je leest:

Studentensatellieten in het ISS

Studentensatellieten in het ISS

Auteur: | 1 mei 2006

Aan boord van het internationale ruimtestation ISS drijven binnenkort drie microsatellieten rond. De apparaten, elk zo groot als een voetbal, zijn gebouwd door studenten van het Amerikaanse MIT. Die leren hun satellieten in de veilige omgeving van het ruimtestation formatievliegen.

Sterrenkundigen beginnen te likkebaarden bij het idee: een zwerm van satelliettelescopen die samen haarscherpe beelden maken. Voor het zover is moeten ontwerpers eerst leren formatievliegen, anders zweven de telescopen in de loop der tijd uit elkaar. Studenten en promovendi van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology (MIT) gaan aan boord van het ISS oefenen in formatievliegen met drie microsatellieten. De drie apparaten zijn elk zo groot als een voetbal en moeten op eigen kracht bij elkaar aankoppelen of juist roerloos op een rijtje hangen.

De eerste SPHERES-satelliet vertrok op maandag 24 april naar het internationale ruimtestation (ISS). In 2004 werd de zwerm getest aan boord van een NASA vliegtuig dat gewichtsloosheid opwekt door steile duikvluchten – een vomit comet. Van links naar rechts de teamleden Stephanie Chen, Steve Sell en Edmund Kong. bron: NASA

Manoeuvreren in de ruimte klinkt makkelijk, maar heeft nog een hoop voeten in de aarde. NASA raakte vorig jaar nog de DART-satelliet kwijt, die was ontworpen om andere satellieten voorzichtig te naderen en te onderzoeken. In plaats van voorzichtig om zijn doelwit heen te bewegen botste DART er bovenop. De Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA had hetzelfde probleem met haar planetoïde-lander Hayabusa. Die verprutste twee landingspogingen op de planetoïde Itokawa en wist ook nog eens niet op tijd terug te keren naar de aarde.

Veilige omgeving

De SPHERES-satellieten kunnen gelukkig niet verloren gaan in de ruimte; in het ergste geval botsen ze tegen de wand van het ISS aan, als een astronaut ze niet van te voren weet te vangen. De studentontwerpers kunnen hun software steeds aanpassen en via het ISS in de satellieten laden. “In het ruimtestation hebben we een veilige gewichtsloze testomgeving om de techniek te vervolmaken”, legt bijzonder hoogleraar David Miller van MIT uit.

Aan boord van het ISS zijn als voorbereiding voor de tests twee bakens geplaatst, waarop de SPHERES zich met hun ultrageluid-sensor kunnen oriënteren. Met kleine stootjes kooldioxide-gas moeten ze zich door het station manoeuvreren. Ruimtewaardige nakomelingen van de SPHERES zullen gebruik maken van radiosignalen om elkaar te vinden, krijgen zonnepanelen in plaats van batterijen en echte fatsoenlijke stuurraketten.

De drie SPHERES op de testbank. bron: MIT / NASA. Klik op de afbeelding voor een grotere versie.

De eerste van de drie SPHERES werd op 24 april naar het ISS gebracht door een Russisch bevoorradingsschip. Op 18 mei moet de satelliet in zijn eentje een aantal tests afleggen. De space shuttles die NASA later dit jaar wil lanceren brengen de overige twee SPHERES naar de ruimte. De satellieten waren al in klaar voor hun ruimtereis, maar na het ongeluk met de Columbia-shuttle was er geen ruimte op de Russische Sojoez-schepen die astronauten en voorraden naar het ISS brachten.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 mei 2006

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.