Je leest:

Studente TU Delft onderzoekt of harnas echt ‘kogelvrij vest’ was

Studente TU Delft onderzoekt of harnas echt ‘kogelvrij vest’ was

Auteur: | 8 december 2004

Wie maandagmiddag op de TU Delft bij de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtvaarttechniek moest zijn, kon zich niet snel genoeg uit de voeten maken. In de hal sloegen en beukten twee glinsterende gestalten op elkaar in. Een onverwacht felle slag, en het eerste stuk harnas vloog door de lucht. Een stevig maliënkolder eronder voorkwam dat er bloed vloeide. Een onbesuisde uitval van de deels van zijn blik ontdane ridder mocht niet meer baten. Na een paar welgemikte slagen beet hij in het stof.

Wie maandagmiddag op de TU Delft bij de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtvaarttechniek moest zijn, kon zich niet snel genoeg uit de voeten maken. In de hal sloegen en beukten twee glinsterende gestalten op elkaar in. Een onverwacht felle slag, en het eerste stuk harnas vloog door de lucht. Een stevig maliënkolder eronder voorkwam dat er bloed vloeide. Een onbesuisde uitval van de deels van zijn blik ontdane ridder mocht niet meer baten. Na een paar welgemikte slagen beet hij in het stof.

Zo moet het er vijfhonderd jaar geleden hebben uitgezien, een gevecht van man tegen man. Nu zal ‘riddertje spelen’ vast wel weer ‘in’ worden wanneer op 16 december de bioscoopfilm Floris in première gaat. Maar wat zoeken vechtende ridders op een technische universiteit, en dan nog wel bij de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek?

Sylvia Leever, geflankeerd door haar twee ‘ridders’, links Arne Koets en rechts Joram van Essen. De laatste heeft een eigen bedrijf, Medieval Productions, dat natuurgetrouwe harnasssen maakt en middeleeuwse shows organiseert.

“Ze zijn voor de gelegenheid door mij uitgenodigd,” lacht Sylvia Leever, een zesdejaars studente materiaalkunde, die later op de middag beloond zal worden met de eerste prijs van de ‘Young Wild Ideas Award’: "De twee heren zijn net ik als ‘reenactors’, die zo natuurgetrouw mogelijk de geschiedenis van de middeleeuwen willen nabeleven. Ik heb zelf ook wel eens in zo’n harnas rondgelopen. Dat was in april 2002, toen Stichting Historisch Educatief Initiatief tijdens de Elf Fantasy Fair op Kasteel De Haar een Lord of the Rings veldslag (’ Battle of Pelennor Fields’) organiseerde. Ik speelde toen de rol van Eowyn van de Rohirrim.

Sylvia Leever heeft niet alleen belangstelling voor harnassen omdat ze de middeleeuwen wil herbeleven. Ze wil onderzoeken of antieke harnassen echt ‘kogelvrij’ waren zoals ze destijds dachten. De ‘Young Wild Ideas Award’ met een cheque van tienduizend euro stelt haar daar nu ook toe in staat. “Van het geld heb ik twee echte, zeventiende-eeuwse borstplaten gekocht,.” vervolgt Leever. “Die ga ik nu onderwerpen aan destructief onderzoek. Onder andere zullen ze in het TNO Prins Maurits Laboratorium aan schietproeven worden blootgesteld. Ook wil ik door materiaalonderzoek te weten komen hoe de borstplaten destijds werden gemaakt. Hoe konden ambachtslieden destijds hun hoogwaardige producten maken zonder de wetenschappelijke kennis van de 21e eeuw over materiaalgedrag?”

Het Legermuseum in Delft heeft al grote interesse getoond voor de onderzoeksresultaten van Sylvia Leever, die naar verwachting volgend jaar zomer bekend zullen zijn.

Aardewerkonderzoek met behulp van deeltjesversneller

Tweede prijswinnaar was Niels Groot, die met behulp van een deeltjesversneller eeuwenoud aardewerk gaat onderzoeken. Ook hij kreeg voor zijn onderzoek een bedrag van 10.000 euro toegekend.

Niels Groot is student archeologie aan de Universititeit Leiden. Hij kon de prijs niet persoonlijk in ontvangst nemen, want verrichte juist veldonderzoek in Jordanië naar aardewerk van 3200 jaar ouderdom Het bijzondere aan het door hem onderzochte keramiek is dat er chroom in het glazuur werd gebruikt. Dat werd pas 1200 jaar later door de Romeinen toegepast. Daarnaast zijn er kristallen gebruikt die het glazuur bijzonder doen stralen. De toepassing van deze stoffen worden als zeer innovatief beschouwd voor die tijd. Het productieproces van dit keramiek is echter onbekend. Met behulp van onder andere de synchrotronfaciliteit ESRF in Grenoble hoopt Niels Groot hier meer inzicht in te krijgen.

De Delftse aardewerkfabrikant De Porceleyne Fles zal haar medewerking verlenen bij het onderzoek en het reproduceren van een aantal objecten.

Techniek is een reuze interessante studie. Wie als student of jonge onderzoeker ‘wilde’ innovatieve ideeën heeft, kan aan de TU Delft méér dan terecht.

Ongebruikelijk onderzoek

“Het DCMat Young Wild Idea programma stelt studenten en promovendi van de TU Delft in staat om ongebruikelijke onderzoekspaden op het gebied van materialen te starten of te verkennen,” vertelt prof. dr. Sybrand van der Zwaag, voorzitter van het Delft Centre for Materials (DCMat). “Originaliteit en innovatieve kracht van de voorstellen zijn hierbij graadmeters voor de beoordeling. Dit programma stelt 10.000 euro per gehonoreerd voorstel beschikbaar. Op deze manier wordt creativiteit en ondernemingszin bij studenten en promovendi gestimuleerd.”

Het Delft Centre for Materials is een van de dertien speerpunten van de Technische Universiteit Delft; het bundelt de expertise die binnen de TU Delft beschikbaar is op het gebied van constructieve materialen. Het centrum levert een bijdrage aan het innovatieve vermogen en de competitiviteit van het Nederlandse bedrijfsleven door de aanwezige kennis binnen de betrokken 22 leerstoelen te ontsluiten en beschikbaar te stellen.

Het centrale onderzoeksprogramma van het Delft Centre for Materials voor de komende jaren is de ontwikkeling van intelligente, zelf-herstellende materialen. Zelf-herstellende materialen vormen een doorbraak in de bestaande man-made materialen en zullen een belangrijke ontwikkeling zijn voor metalen, polymeren en civiele materialen zoals beton en asfalt.

Dit artikel is een publicatie van Astronet.
© Astronet, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 08 december 2004

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.