14 februari 2019

“Begin februari 2019 zijn in het archief van Rijksmuseum Boerhaave in Leiden drie onbekende brieven van Albert Einstein gevonden. De brieven waren gericht aan de Russisch-Nederlandse wiskundige Tatyana Afanasyeva en haar man, de Nederlandse natuurkundige Paul Ehrenfest. Het is niet de eerste keer dat men zo’n vondst doet. In 2005 vond de Utrechtse natuurkundestudent Rowdy Boeyink een oude manuscript van Einsteins hand tussen de documenten van Ehrenfest.”

Je leest:

Student vindt Einstein-artikel

Student vindt Einstein-artikel

Auteur: | 22 augustus 2005

Wereldnieuws: de Utrechtse student Rowdy Boeyink vond in Leidse archieven een origineel artikel van Albert Einstein. Het artikel over Bose-Einstein-Condensaten, een vierde toestand van de materie, is een onverwacht cadeautje in het Einstein-jaar 2005.

Hij was er niet eens naar op zoek. Rowdy Boeyink (25), natuurkunde-student aan de Universiteit Utrecht, werkt aan een scriptie over de natuurkundige Paul Ehrenfest, tussen 1912 en 1933 hoogleraar theoretische natuurkunde in Leiden Boeyink ging tijdens zijn onderzoek door diens persoonlijke archief. Tussen de papieren vond hij zestien vergeelde vellen papier in het Duits; zeker niet in Ehrenfest’s handschrift. De auteur had zijn naam er niet onder gezet.

Een van de pagina’s uit het manuscript.
Lorentz Instituut, Universiteit Leiden, CC0

Het oude manuscript heeft de titel ‘Quantentheorie des einatomigen idealen Gases – Zweite Abhandlung’ en was geschreven in ‘Dezember 1924’. “Door die titel en daterering kwamen maar een paar natuurkundigen in aanmerking”, zei Boeyink tegen NRC Handelsblad. “Albert Einstein en Arnold Sommerfeld, zijn collega in Berlijn, lagen voor de hand.”

Even Googelen leverde de auteur op: het bleek Einstein te zijn die het manuscript had gepubliceerd in de Sitzungsberichte van de Pruissische Academie van Wetenschappen in Berlijn. Compleet met de eerste drukproeven kreeg hij het teruggestuurd tijdens zijn verblijf bij Ehrenfest in Leiden. Einstein was daar sinds 1919 bijzonder hoogleraar en bracht er jaarlijks enkele weken door om colleges te geven en met collega’s te spreken.

Waarschijnlijk heeft Einstein zijn laatste correcties op de drukproeven aangegeven en die teruggestuurd naar de Pruissische Academie. Het originele manuscript moet in Ehrenfest’s huis zijn blijven slingeren. Vandaar kwam het in Ehrenfest’s archief terecht, dat nu door het Lorentz-instituut wordt beheerd. Het archief bestaat uit honderden boeken met aantekeningen en stapels vol manuscripten, lezingen, oraties, tijdschriften en artikelen uit de jaren 1920-1930, vaak met aantekeningen van Ehrenfest. Al na een paar dagen zoeken vond Boeyink tussen de stapels een originele brief van Niels Bohr, de Kopenhaagse natuurkundige die aan de wieg van de kwantummechanica stond. “Tja, dan hoop je op meer.”

Ehrenfest (links) en Einstein (rechts, met Ehrenfest’s zoon Paul Jr.) in Leiden, 1920.

Einstein-ijs

Het artikel dat hij boven water bracht gaat niet over het minste onderwerp: Einstein voorspelt in het stuk een vierde toestand van de materie. Hij werkt er ideeën in uit van de Indiase natuurkundige Satyendra Nath Bose over de manier waarop sommige deeltjes bij extreem lage temperatuur kunnen samenvloeien tot één groot collectief. Kwantumgedrag ten voeten uit, waarin eigenschappen van deeltjes door elkaar kunnen vloeien en op verschillende plaatsen tegelijk zijn.

Het eerste echte Bose-Einstein-Condensaat (BEC), zoals het voorspelde superdeeltje nu heet, werd pas in 1995 gevormd uit hyperkoud rubidiumgas. Het leverde de makers, Eric Cornell en Carl Wiemann (Universiteit van Boulder in Colorado) een Nobelprijs op in 2001. BECs worden sindsdien door allerlei laboratoria gemaakt en onderzocht.

Drie opnames van BEC-vorming. Hoe hoger de piek, hoe meer atomen zich op één plek verzamelen. De opname linksonder is van vlak voor de BEC-vorming, de twee andere opnames laten zien hoe de atomen samenvloeien in één groot collectief.

Reacties

Prof. Carlo Beenakker van de Leidse Universiteit reageerde verheugd op de vondst. Na Boeyink’s ontdekking bekeek hij het artikel. Beenakker zegt dat het om een van Einstein’s tien belangrijkste ontdekkingen gaat. “Het gebeurt maar zelden dat het manuscript van een echt belangrijke ontdekking opduikt. En een manuscript bevat aantekeningen, doorhalingen en correcties waardoor je het creatieve proces van de wetenschapper beter kunt volgen.”

In De Volkskrant van 22 augustus is Einstein-kenner prof. dr. Anne Kox iets minder enthousiast: “Het voegt niets toe aan de kennis die we over Einstein hebben. (…) Meestal gooi je het manuscript dan weg. Het artikel is immers gepubliceerd.” Kox geeft aan dat het Einstein Archief van de Hebrew University in Israël (door Einstein zelf mede opgericht) ook niet gepubliceerde manuscripten heeft: “Dat is wetenschappelijk veel interessanter.”

Bose-Einstein-Condensatie

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 22 augustus 2005

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.