Je leest:

Strafschoppen geen loterij

Strafschoppen geen loterij

Auteur: | 25 juni 2002

Ze weten nog niet wie ze zijn. Ze passen en tackelen, onwetend van wat hun boven het hoofd hangt. Maar hoeveel ze zich ook inzetten voor hun land, deze voetballers zullen maar herinnerd worden om één ding: de gemiste strafschop, die hun ploeg uitschakelde op het Wereldkampioenschap.

Strafschoppenseries in het voetbal worden vaak omschreven als een loterij. Toch zijn ze dat niet. Spelers die hopen het lot van bekende falende strafschopnemers zoals Clarence Seedorf en Roberto Baggio te ontlopen, of keepers die zich juist onsterfelijk willen maken, zouden er goed aan doen de uitkomsten te bekijken van een studie van Mark Williams, onderzoeker aan de John Moores Universiteit in Liverpool.

Hij bestudeerde de strafschop en ontdekte dat professionele keepers veel beter zijn in voorspellen waar de bal gaat komen én daar vervolgens op tijd zijn, dan amateurs. Het trucje lijkt te berusten op het lezen van aanwijzingen in de houding van de schutter, vlak voordat hij de bal raakt.

De uitkomsten van het onderzoek zouden spelers kunnen helpen om beter verdekt te schieten of keepers meer ballen kunnen laten stoppen. “De factor geluk kan worden geminimaliseerd door keepers en spelers te trainen”, zegt Williams. En zoals de Oranjesupporters maar al te goed weten, is het winnen van strafschoppenseries de sleutel tot succes op een groot toernooi. Tenslotte wordt bijna de helft van de halve finales op een Wereldkampioenschap beslist door strafschoppen.

Williams is niet de enige wetenschapper die de strafschop tot onderwerp van zijn studie heeft gemaakt. De Engelsman Tim McGarry van de Universiteit van New Brunswick, Canada, heeft een wiskundige analyse gemaakt van de volgorde waarin spelers de vijf strafschoppen in een serie nemen. Zijn conclusie is om de meest begaafde speler tot het laatst te bewaren, aangezien iedere volgende strafschop steeds belangrijker wordt.

Aanleiding voor zijn studie was de uitschakeling van Engeland tegen Argentinië op het vorige Wereldkampioenschap in Frankrijk (1998). De Engelse coach Glenn Hoddle maakte er toen geen geheim van dat ze niet op strafschoppen trainden, omdat dat geen zin zou hebben.

Williams toont het tegendeel aan. Hij vergeleek een groep keepers uitkomend voor clubs in de Nederlandse Eredivisie met amateur-keepers. De keepers bekeken strafschoppen van spelers van PSV, gezien uit het oogpunt van de keeper. Ze gebruikten een joystick om te voorspellen waar de bal zou komen en in de goede richting te bewegen, voordat de bal over de lijn was. De professionals hielden meer dan één derde van de ballen tegen, terwijl de amateur-keepers maar een kwart van de ballen stopten. En zelfs als de profs niet bij de bal kwamen, zaten ze vaker in de goede richting.

Hoe doen ze dat? Een keeper heeft in principe drie opties: hij kan gokken, hij kan wachten tot de bal is getrapt, of hij kan proberen te anticiperen waar de bal heen zal gaan door de schutter te analyseren. Gokken is een kwestie van geluk. Wachten tot de bal is geschoten, betekent dat je meestal al verloren hebt, aangezien de tijd die een goed geschoten bal over 11 meter doet, korter is dan je reactietijd. Dus houden we anticiperen over.

Om te achterhalen hoe de professionals beslissen, legden de onderzoekers de oogbewegingen van de keepers vast. De ogen van de amateur-keepers bewogen paniekerig, kijkend naar lichaam, benen en armen van de schutter. De professionals daarentegen waren gefocust op de benen.

Een schutter zal proberen te verbergen waar hij de bal zal gaan schieten. Maar het is moeilijk om je intenties geheel te verbergen. In de fractie voordat ze de bal raken, verraden strafschopnemers zichzelf door de hoek van hun schoppende voet, of door het neerzetten van hun standbeen.

Een goeie keeper lijkt dit instinctief te weten. Op het moment dat het standbeen van de schutter is geplaatst, heeft de keeper ongeveer een halve seconde om te ontcijferen waar de bal zal gaan komen en erheen te duiken.

Simpel. “Hoe langer het duurt voor de keeper een beslissing neemt, hoe minder tijd er is om te reageren en te bewegen”, zegt Garry. Training zou een kortere reactietijd moeten geven van cruciale milliseconden. "Je kan dan net wat tijd winnen om je te verplaatsen en een hand achter de bal te krijgen.

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 25 juni 2002

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.