Je leest:

Straattaal schaadt imago Suriname

Straattaal schaadt imago Suriname

Vincent de Rooij, universitair docent Antropologie aan de UvA, stelt dat met name oudere Surinamers moeite hebben met de manier waarop het Surinaams in jongerentaal wordt gebruikt. Hij legt uit waarom jongeren graag Surinaamse woorden gebruiken.

Surinamers in Nederland hebben ambigue gevoelens over het gebruik van het Surinaams binnen de Nederlandse jongerentaal. Het zijn vaak juist de grove woorden die in de Nederlandse jongerentaal voorkomen. Dat stelt Vincent de Rooij, universitair docent Antropologie. ‘Veel mensen binnen de Surinaamse gemeenschap, met name ouderen, hebben er moeite mee dat hun taal door niet-Surinamers op deze manier wordt overgenomen. Ze zijn bang dat de buitenwacht een vertekend beeld krijgt van Surinamers.’

Klinkt lekker

Met Surinaams wordt trouwens eigenlijk Sranantongo bedoeld, de taal die bijna iedereen in Suriname spreekt. De grote invloed van het Surinaams in jongerentaal zie je vooral in het gebruik van krachtige, bloemrijke woorden die vaak ook in een gewijzigde betekenis worden gebruikt. De Rooij: “Bijna iedere jongere kent woorden als faja, lau of nakken (een vernederlandsing van naki). Dit komt mede door de canonieke woordopbouw (medeklinker-klinker-medeklinker-klinker) in het Surinaams. Deze transparante eenvoudige structuur maakt dat Surinaamse woorden goed klinken en makkelijk geleerd kunnen worden.”

Afbeelding uit: Check die merrie, samengesteld door Nynke Deinema en Caroline de Roy.

“Daarnaast oefent de jongerencultuur van zwarte Surinamers eigenlijk al vanaf de onafhankelijkheid in 1975, toen grote groepen van hen naar Nederland kwamen, een grote aantrekkingskracht op jongeren uit. De Surinamers waren trendsetters in muziek, kleding en dans, waardoor het voor jongeren in Nederland aantrekkelijk werd om hun taalgebruik over te nemen.”, aldus de Rooij.

Invloed op het Nederlands

De Rooij vindt het opvallend dat de invloed van het Surinaams op het algemeen Nederlands heel beperkt is gebleven. "Waar het Surinaams het Nederlands echter wel heeft beïnvloed is in het overvloedige gebruik van het werkwoord ‘gaan’. Zoals in de zin ‘ik ga het vinden’, waar ‘gaan’ wordt gebruikt als hulpwerkwoord. Het Surinaams lijkt ook mede verantwoordelijk te zijn voor het verdwijnen van het onzijdige woordgeslacht: woorden met het bepaalde lidwoord ‘het’ gaan over naar de klasse van ‘de’ woorden. In jongerentaal hoor je zo bijvoorbeeld ‘de huis’ in plaats van ‘het huis’ of ‘een mooie huis’ in plaats van ‘een mooi huis’. De ontwikkeling waarbij woordgeslachten versmelten is eigenlijk een natuurlijke ontwikkeling binnen West-Germaanse talen. Misschien dat de invloed van het Surinaams deze ontwikkeling zal versnellen.’

Dit artikel is een publicatie van Universiteit van Amsterdam (UvA).
© Universiteit van Amsterdam (UvA), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 november 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.