Je leest:

Stottervrij dankzij een minuscuul apparaatje

Stottervrij dankzij een minuscuul apparaatje

Auteur: | 15 april 2008

Zou het niet mooi zijn als een stotteraar met één druk op de knop vloeiend kan spreken? Sinds kort lijkt deze droom voor stotteraars werkelijkheid geworden met de komst van de Speech Easy op de Nederlandse markt. Maar werkt dit apparaatje wel ècht en voor èlke stotteraar? En hoe dan?

De techniek die is ingebouwd in apparaatjes als de Speech Easy wordt ook wel altered auditory feedback (AAF) genoemd. De manier waarop je jezelf terughoort wanneer je iets zegt wordt dus aangepast. Dit kan bijvoorbeeld door de toonhoogte enkele hertz te veranderen ( frequency altered feedback, FAF) of door enkele milliseconden te wachten voor de spraak aan de spreker teruggekoppeld wordt ( delayed auditory feedback, DAF). Ruim een halve eeuw geleden kwam de onderzoeker Lee erachter dat niet-stotteraars onder deze omstandigheden gaan hakkelen. Niet lang daarna werd ontdekt dat het bij stotteraars juist een tegenovergesteld effect had: zij gingen vloeiender spreken. Pas sinds kort zijn we echter technologisch in staat deze applicaties zo klein te maken dat ze in het dagelijks leven goed bruikbaar zijn. In de Speech Easy is zowel FAF als DAF verwerkt; je hoort jezelf dus iets later en in een andere toonhoogte terug, dan dat je daadwerkelijk gesproken hebt. Op de Nederlandse markt zijn ook de DefStut en de VoiceAmp verkrijgbaar; deze apparaatjes werken volgens dezelfde principes.

Wereldwijd stotteren ongeveer 60 miljoen mensen, in Nederland 170.000. Stotteren komt 3 tot 4 keer vaker voor bij jongens dan bij meisjes. De oorzaak van stotteren is nog altijd niet met zekerheid vastgesteld; er zijn net zoveel therapiën als dat er theoriën zijn. Vaak is het voor een stotteraar een lange zoektocht om uit te zoeken welke therapie het beste bij hem past.

Wondermiddel

Op het eerste gezicht lijkt de Speech Easy (en zijn broertjes) een wondermiddel, maar er zitten ook wat haken en ogen aan. Het werkt namelijk niet bij elke stotteraar even goed; bij sommigen heeft het zelfs helemaal geen effect. Bovendien verschilt het eventuele effect per spreeksituatie. Van te voren is niet met zekerheid te voorspellen bij welke stotteraar het AAF-apparaat werkt en bij wie niet. Wel zijn enkele factoren bekend die invloed hebben op het eventuele effect. Zo lijken jongere stotteraars vloeiender te gaan praten dan oudere en boeken ernstige stotteraars meer vooruitgang dan milde stotteraars. Daarnaast verschilt het ook nog per stotteraar welke vertragingstijd bij welk volume het meeste effect heeft. Tenslotte zijn er ook aanwijzingen dat het effect na verloop van tijd minder wordt.

De grote vraag voor onderzoekers is hoe het komt dat deze aanpassingen bij stotteraars leiden tot vloeiendere spraak. Hierover zijn in de loop der tijd verschillende theorieën ontwikkeld, steeds beïnvloed door de op dat moment heersende verklaring voor het stotterprobleem.

De Speech Easy is een klein hoorapparaatje dat voor anderen nauwelijks opvalt. In het oortje zit naast DAF en FAF ook nog andere technieken ingebouwd, zodat bijvoorbeeld de spraak van je gesprekspartner niet vervormd zal worden. De Speech Easy is ontwikkeld door Joe Kalinowski, Andrew Stuart en Michael Rastatter van de East Carolina University (VS).

Auditieve verwerking

Rond 1950, toen het AAF-effect ontdekt werd, was de algemene opvatting dat stotteren werd veroorzaakt door een probleem in de auditieve verwerking van spraak. Het tijdstip waarop je je eigen spraak terughoort (de externe feedback) zou niet gelijk lopen met het tijdstip waarop je voelt of denkt dat je het zei (de interne feedback), waardoor verwarring (het stotteren) zou ontstaan. Door de DAF gaan beide feedback- loops met elkaar gelijk lopen en is het stotterprobleem opgelost. Deze eenvoudige verklaring kon alleen niet kloppen, aangezien de aanpassing niet bij elke stotteraar werkt en ook niet in elke situatie.

Spraakplanning

Vanaf de jaren ’70 heerst het idee dat stotteren wordt veroorzaakt door een probleem in de spraakplanning. Er zou onvoldoende capaciteit zijn in het werkgeheugen om spraak te plannen . Daardoor kan de planning de spreeksnelheid niet meer bijbenen. Deze achterstand van de motorische planning leidt vervolgens tot stotteren. Emotionele factoren (zoals stress) kunnen de capaciteit voor spraakplanning nog kleiner maken, wat tot ernstiger stotteren leidt.

Spraakonderzoeker Wingate vergeleek het AAF-effect met het Lombard-effect. Dat is het natuurlijke verschijnsel dat iemand in een lawaaierige omgeving vanzelf harder gaat spreken. Wanneer je bijvoorbeeld zachtjes tegen een velletje papier trommelt dat je tegen iemands oren houdt, dan zal diegene vanzelf harder gaan praten, ondanks dat hij weet dat jij het lawaai niet hoort en hij dus eigenlijk met normaal volume kan blijven spreken.

Het effect van AAF op het spreken is volgens Wingate dat iemand die zichzelf later terughoort dan dat hij voelt dat hij spreekt, probeert zijn spraak aan te passen aan wat hij hoort en daardoor langzamer zal spreken. Door deze langzamere spraak kan de spraakplanning de snelheid van het spreken wel bijhouden en wordt er minder gestotterd. De vloeiendere spraak is daardoor dus geen direct, maar een indirect gevolg van de AAF. Uit recent onderzoek blijkt echter dat deze verklaring niet het hele AAF-effect kan verklaren. Wanneer stotteraars namelijk werd gevraagd zich niet te laten ‘verleiden’ tot langzamere spraak en zelfs expres sneller te gaan spreken, bleken zij onder AAF nog steeds minder te stotteren dan zonder de aangepaste auditieve feedback.

De Defstut is een DAF-apparaatje van Belgische makelij. De adapter kan aan de broekriem bevestigd worden met een microfoontje voor aan het shirt en oordopjes die de vertraagde spraak doorgeven. De Defstut is een stuk opvallender dan de Speech Easy, maar ook een stuk betaalbaarder.

Afleiding

Tot op heden is er nog geen enkele theorie ontwikkeld die alle aspecten van het AAF-effect kan verklaren. Volgens sommigen zorgt de AAF simpelweg dat de spreker wordt afgeleid van zijn eigen spraak en daardoor vloeiender gaat spreken. Het is algemeen bekend dat iedere vorm van afleiding (ook bijvoorbeeld in koor spreken of het Lombard-effect) leidt tot vloeiendere spraak. De boost van zelfvertrouwen die vervolgens komt door het vloeiende spreken, leidt ook weer tot minder stotteren. Wanneer de nieuwigheid er echter vanaf is en de AAF niet meer werkt als afleiding, zou het stotteren weer gaan toenemen. Er is helaas nog onvoldoende onderzoek gedaan naar de langetermijneffecten bij intensief gebruik, om hier iets over te kunnen zeggen.

En nu?

Is de SpeechEasy nou wel een wondermiddel of niet? Een AAF-apparaatje is geen kant-en-klare oplossing voor iedere stotteraar. Het werkt niet bij iedereen en niet in elke situatie; ook is niet bekend of het apparaat helpt om voor altijd vloeiender te spreken. Bovendien vormt de aanschafprijs van € 4.000,= (lang niet door alle zorgverzekeraars vergoed) ook een flinke drempel voor het gebruik. Het is echter zonde om niks te doen met de gevonden resultaten. In combinatie met stottertherapie kan een AAF-apparaatje zeker voordelen hebben. Het gevoel van vloeiend spreken kan in ieder geval bijdragen aan een groter zelfvertrouwen, zodat ook zonder de aangepaste feedback het stotteren minder kan worden.

Dit artikel is gebaseerd op een paper voor de Master-opleiding Taal- en Spraakpathologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, geschreven onder begeleiding van drs. Mariëtte Embrechts.

Dit artikel is een publicatie van NEMO Kennislink.
© NEMO Kennislink, sommige rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 15 april 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.