Je leest:

Stook geen kolen, bouw een windmolen!

Stook geen kolen, bouw een windmolen!

In rap tempo zijn ontwikkelingslanden als China en India aan het industrialiseren. Door de snelle groei van de economie en de bevolking neemt daardoor de energieconsumptie toe. Veel van deze energie wordt opgewekt door milieu-onvriendelijke kolencentrales. China en India leveren daarmee een steeds grotere bijdrage aan de uitstoot van broeikasgassen. Frauke Urban onderzocht wat voor rol alternatieve energiebronnen in landen als China en India kunnen spelen. Ze promoveert op 27 februari aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Voor haar onderzoek gebruikte Urban zogenaamde energiemodellen. “Dat zijn computermodellen waarmee je kunt simuleren wat er kan gebeuren in de toekomst op het gebied van energie. De bestaande modellen zijn speciaal ontworpen voor geïndustrialiseerde landen en regio’s als Amerika en Europa. Ik heb ze aangepast zodat ze ook gebruikt kunnen worden voor ontwikkelingslanden. In de bestaande modellen wordt er bijvoorbeeld vanuit gegaan dat er gekookt wordt met gas of elektriciteit, terwijl in veel ontwikkelingslanden gekookt wordt op hout.”

Vervolgens heeft Urban die modellen gebruikt om het energiegebruik te onderzoeken van respectievelijk de Chinese elektriciteitssector, het energiesysteem van Peking en de arme plattelandshuishoudens van India die niet beschikken over elektriciteit. Ten behoeve van haar onderzoek bezocht ze onder andere de grootste kolenproducerende regio van China. “Die kolencentrales daar zijn erg inefficiënt en vervuilend. In de omgeving van die centrales zag ik dat de bomen bedekt werden door een laagje as. In China is de energiesector de grootste producent van broeikasgassen.”

Kolencentrales in China en India produceren gevaarlijk veel CO2 en zijn verantwoordelijk voor een groot deel van de vervuiling. Door een deel van deze centrales te vervangen door duurzame energiebronnen kan de hoeveelheid geproduceerde CO2 met 60% afnemen.

Urban kwam erachter dat er een groot potentieel is in China en India voor duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld zonne-energie, windenergie en waterkracht) en schonere energiebronnen (bijvoorbeeld aardgas en kernenergie). “Er zijn veel mogelijkheden om de uitstoot van CO2 drastisch te verlagen. Als in de Chinese energiesector 30 procent van de fossiele brandstoffen – van de geïnstalleerde capaciteit – vervangen wordt door duurzame energiebronnen, neemt de hoeveelheid geproduceerde CO2 met 60 procent af in 2030” Urban berekende met behulp van haar energiemodellen ook uit hoeveel de overstap naar alternatieve energiebronnen kost. “Afhankelijk van wat je doet, stijgt de prijs van elektriciteit 20 tot 180 procent.” Urban pleit er dan ook voor dat het Westen financiële steun gaat bieden aan China en India bij de overstap naar duurzame energiebronnen.

Duurzame energiebronnen zijn overigens niet per se altijd duurder. Urban ontdekte dat duurzame energiebronnen in sommige gevallen goedkoper zijn dan conventionele energiebronnen als je elektriciteit wil leveren aan arme plattelandshuishoudens in India. “Doordat deze mensen ook de beschikking krijgen over elektriciteit, vermindert de sociale ongelijkheid tussen de stedelijke gebieden en het platteland. Duurzame energie heeft in dit geval dus economische en sociale voordelen.”

Urban hoopt dat haar onderzoek gebruikt kan worden door China en India om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. “Beide landen hebben nationale programma’s om de klimaatverandering tegen te gaan. Ook doen ze allebei veel aan de promotie van duurzame energie.”

Bovendien hoopt ze dat haar resultaten ingezet kunnen worden bij de komende VN-klimaatconferentie in Kopenhagen. Daar zullen in 2009 nieuwe internationale afspraken gemaakt worden over maatregelen die de klimaatverandering moeten tegengaan. Er wordt gehoopt dat ook China en India daar – voor de eerste keer – afspraken gaan maken over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. “Mijn onderzoek kan hun stem kracht bijzetten in de komende klimaatonderhandelingen en kan helpen om beleid te ontwikkelen.”

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 februari 2009

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.