Je leest:

Stof en zand boven zeeën en oceanen

Stof en zand boven zeeën en oceanen

Auteur: | 1 mei 2003

Bij stof- en zandstormen denkt men al gauw aan de Sahara, Irak en andere woestijngebieden. Dat ook de scheepvaart ermee te maken kan krijgen en dan niet alleen vlak onder de kust, ligt minder voor de hand. Toch tonen satellietbeelden dat woestijnstof en -zand over grote afstanden door de wind worden meegevoerd en daardoor ook geregeld zichtbaar zijn boven de wereldzeeën.

Zo voeren oosten- en zuidoostenwinden Saharazand over de kustlijnen van Marokko en Mauritanië naar de Atlantische Oceaan (figuur 1A). Zuiden- en zuidwestenwinden doen het stof van diezelfde bron uitwaaien over de Middellandse Zee (figuur 1B); westenwinden transporteren het naar de Rode Zee (figuur 2A).

1A: Stofstorm boven Marokko en de Atlantische Oceaan. Datum: 4 november 2003. Instrument: MODIS. Satelliet: Terra.1B: Stofstorm boven de Middellandse Zee. Datum: 3 oktober 2003. Instrument: MODIS. Satelliet: Aqua. Bron: NASA

Satellietbeelden

Wolken van stof en zand liggen op de routinematig beschikbare zwart-witbeelden van de Amerikaanse NOAA-satellieten en de Europese METEOSAT als een vitrage over het aardoppervlak, dat erdoorheen zichtbaar blijft. De stofwolk verstrooit het opvallende zonlicht, zodat de tinten van het land en de zee eronder valer zijn en de contrasten vager.

Nieuwe generaties satellieten, – zoals de Amerikaanse satellieten Terra en Aqua van het Earth Observing System (EOS) van de ruimtevaartorganisatie NASA, – tonen het verschijnsel vanaf 700 km hoogte nog duidelijker en in ‘ware kleuren’. Een mooi voorbeeld van een satellietbeeld met verwaaiend woestijnstof geeft figuur 1A. Het stof boven de Atlantische Oceaan is afkomstig uit de geelbruine Westelijke Sahara; de plooien van het Atlasgebergte hebben een donkerbruine tint. Ten westen van de zand- en stofwolken liggen de Canarische Eilanden, waar het stof ook vaak terecht komt, maar die dit keer de dans ontspringen.

Het satellietbeeld van figuur 1B toont opnieuw Saharazand, ditmaal afkomstig uit Libië. Zuiden- en zuidwestenwinden hebben het zand de Middellandse Zee op gevoerd. Boven in de figuur zijn Sicilië, de punt van de laars van Italië en delen van Griekenland te zien; geheel rechts is het westen van Kreta zichtbaar.

Het stof en zand boven de Rode Zee op figuur 2A is afkomstig van het oostelijk deel van de Sahara. De stofpluim trok vanuit Soedan naar het oosten en heeft bijna Saoedi-Arabië bereikt. De satellietbeelden maken aannemelijk dat de Sahara kan fungeren als bron voor stof in de atmosfeer.

2A: Stofstorm boven de Rode Zee. Datum: 25 juni 2003. Instrument: MODIS. Satelliet: Aqua.2B: Stofstorm boven de Golf van Oman. Datum: 16 november 2003. Instrument: MODIS. Satelliet: Aqua. Bron: NASA

Stofstormen

In de meteorologie noemt men de verzameling van dergelijke deeltjes, die overal – meestal minder zichtbaar dan op bijgaand satellietbeelden, – in grote concentraties in lucht aanwezig zijn, het atmosferisch aerosol. Metingen bevestigen dat woestijnen en andere droge gebieden, die gezamenlijk een derde deel van het landoppervlak beslaan, een belangrijke leverancier vormen van aerosoldeeltjes. Het gebied van de Sahara en de Sahel is van al die streken de grootste stofbron; andere bronnen zijn bijvoorbeeld Midden-Azië, het Arabisch Schiereiland (figuur 2B), Australië en het zuidwesten van de Verenigde Staten.

Het stof wordt tijdens stofstormen van het aardoppervlak losgemaakt door de wind; dergelijke stormen komen ieder jaar voor, zij het in sterk wisselende frequentie en intensiteit. De minimaal vereiste windsnelheid voor het losmaken van het stof van het aardoppervlak hangt onder andere af van de samenstelling, de structuur en de vochtigheid van de bodem; de orde van grootte waaraan gedacht kan worden is windkracht 4 op de standaardhoogte voor windwaarnemingen, 10 m boven het aardoppervlak. De diameter van de deeltjes die worden meegevoerd, loopt sterk uiteen: van 0.1 tot 0.0001 mm. Het aantal stofdeeltjes kan in de buurt van de brongebieden oplopen tot enkele duizenden per cm3; de deeltjes verblijven maximaal twee weken in de lucht en kunnen in die tijd een afstand hebben afgelegd van enkele duizenden km. De uit de woestijnen afkomstige deeltjes kom je dan ook vrijwel overal ter wereld tegen; de verspreiding ervan is dus veel ruimer dan je bij het zien van stofwolken op satellietfoto’s in eerste instantie geneigd zou zijn te concluderen. Zo wordt Saharastof aangetroffen tot in Ierland, Florida en Mexico-City, terwijl stof uit Azië de westkust van der Verenigde Staten kan bereiken.

Aerosol

Het uit woestijnen afkomstige aerosol speelt een rol bij talrijke processen, zowel binnen de meteorologie als daarbuiten. Zo vormt het een van de belangrijkste bronnen van mineralen voor het leven in de oceaan en beïnvloedt het de ‘gezondheid’ van koraalriffen. Bij kinderen kan het woestijnstof de gezondheid eveneens raken door ademhalingsmoeilijkheden te veroorzaken. Bovendien werd onlangs ontdekt dat bepaalde types ziekten zich kunnen verspreiden doordat ziektekiemen zich aan het woestijnaerosol hechten en tot op grote afstand worden meegevoerd. Het woestijnstof heeft ook gevolgen voor de chemische samenstelling van de atmosfeer door het absorberen van gassen en het afschermen tegen ultraviolette zonnestraling.

Het atmosferisch aerosol, dat zoals gezegd voor een belangrijk deel afkomstig is van de woestijnen, doet ook van zich spreken in het onderzoek van weer en klimaat. Het aerosol absorbeert zonnestraling én verstrooit het zonlicht. Daardoor hangt de invloed op de warmtehuishouding van de dampkring niet alleen af van de eigenschappen van het aerosol, maar tevens van het terugkaatsingvermogen van het onderliggende aardoppervlak. Daarnaast is er een beïnvloeding van de warmtehuishouding via een wisselwerking met bewolking; wolkenvorming, neerslagvorming en de optische eigenschappen van wolken hangen samen met het atmosferisch aerosol. Klimatologen die de invloed van woestijnstof op de warmtehuishouding van de aarde goed willen inschatten, moeten dus niet alleen weten hoeveel woestijn-aersol er gemiddeld genomen in de lucht zit, maar ook waar het zich bevindt en hoe de wisselwerking met bewolking in zijn werk gaat. De hoeveelheid woestijnstof hangt bovendien af van de omvang van de stofbronnen. Door menselijke activiteit, zoals landbouw en ontbossing, is het ‘stofareaal’ op aarde in omvang toegenomen en neemt het nog steeds toe; sommige schattingen noemen 30-50% van het stof in de atmosfeer een direct gevolg van menselijk ingrijpen aan het aardoppervlak. Het stofareaal reageert op eventuele klimaatveranderingen; het dijt uit bij verdroging en wordt minder effectief als het vaker regent.

Literatuur

Sokolik, I.N., 2003, Dust; in: Holton, J.R., Curry, J.A. & Pyle, J.A., Encyclopedia of Atmospheric Sciences, Vol2, Amsterdam, Academic Press.

Dit artikel is een publicatie van Kees Floor.
© Kees Floor, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 mei 2003

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.