Je leest:

Stoelendans om huizen

Stoelendans om huizen

Auteur: | 20 februari 2008

In ieder vredesverdrag zou een recht op huizenteruggave voor vluchtelingen moeten worden opgenomen, vindt mensenrechtenjurist Antoine Buyse. Dat is voor gewone mensen belangrijker dan de berechting van ‘grote vissen’ zoals Karadzić en Mladić. Buyse promoveert op 21 februari aan de Universiteit Leiden.

Darfur, Kenia en Irak. In alle drie deze landen woedt een oorlog die met etnische zuiveringen gepaard gaat. Grote groepen mensen worden daarbij van huis en haard verdreven. Als de oorlog voorbij is, keren de vluchtelingen vaak niet meteen naar huis terug. Dat heeft niet alleen te maken met onveiligheid of met het ontbreken van werk in hun oude woonplaats. Vaak zijn er anderen in hun huis getrokken. Omdat dit meestal ook weer vluchtelingen zijn, betekent terugkeer vaak het begin van een grote stoelendans om huizen. Niet zelden werken de lokale machthebbers van dat moment de terugkeer van minderheden van een andere etniciteit of religie tegen.

Als de oorlog voorbij is, keren de vluchtelingen vaak niet meteen naar huis terug.

Mensenrechten als uitgangspunt

De terugkeer van vluchtelingen en de teruggave van huizen wordt vaak gezien als een politiek probleem. Buyse koos ervoor het onderwerp vanuit het perspectief van de mensenrechten te benaderen: huizenteruggave als recht. Hij onderzocht in hoeverre een dergelijk recht al bestaat en of het in de praktijk ook iets voorstelt. Zijn conclusie is dat huizenteruggave nog geen algemeen geaccepteerd recht is, maar dat het wel in opkomst is. In steeds meer vredesverdragen wordt het opgenomen. Een goede zaak, vindt Buyse, want als het als individueel recht wordt vastgelegd, voorkom je dat vluchtelingen pionnen worden in een politiek spel.

Bosnië-Herzegovina

Zelfs als een recht op papier wordt vastgelegd en nauwkeurig wordt omschreven, garandeert dat nog niet dat een vluchteling er ook echt iets aan heeft. Buyse gaat daarom ook in op twee andere factoren: het bestaan van ondersteunende structuren – van mensenrechtenhoven tot politiekorpsen – en de aanwezigheid van voldoende politieke wil om het recht effectief te maken. Om te kijken hoe een recht op huizenteruggave in de praktijk kan werken, heeft Buyse specifiek gekeken naar Bosnië-Herzegovina. Een van de belangrijkste doelen van de vredesakkoorden van Dayton in 1995, aan het einde van het conflict in Bosnië, was het terugdraaien van de etnische zuiveringen. Tenminste, dat was het doel van de internationale gemeenschap. Veel lokale politici hadden nu juist aangemoedigd dat families van de eigen etnische groep in de verlaten huizen van vluchtelingen waren gaan wonen. Zij hadden geen enkel belang bij de terugkeer van vluchtelingen.

Consequente aanpak

In de eerste jaren na Dayton verliep huizenteruggave zeer moeizaam. Verschillende internationale instanties werden tegen elkaar uitgespeeld door lokale machthebbers. Daarnaast werd binnen de etnische deelrepublieken van Bosnië allerlei discriminerende wetgeving aangenomen, waardoor de terugkeer van minderheden in feite onmogelijk werd. Hier en daar werden wel successen geboekt, maar dan steeds via politieke onderhandelingen. Pas toen werd gekozen voor een consequente en juridische aanpak, waarbij de internationale organisaties de autoriteiten eensgezind onder druk zetten, kwam grootschalige huizenteruggave op gang.

Geen plicht maar een recht

Buyse doet aanbevelingen om processen van huizenteruggave effectiever te maken. Omdat er geen algemeen geaccepteerd internationaal recht op huizenteruggave bestaat, is het essentieel een expliciet recht op huizenteruggave op te nemen in vredesverdragen. Daarbij moet centraal staan dat huizenteruggave een recht is en geen plicht. Etnische zuivering kan niet alleen van bovenaf ongedaan worden gemaakt, maar juist ook van onderaf. Daarnaast moet de neutraliteit van de instanties die het recht helpen verwerkelijken worden gegarandeerd, zodat discriminatoir beleid dat een bepaalde groep bevoordeelt, geen kans krijgt. Bovendien is het van belang om processen van huizenteruggave flexibel te maken: gestuurd door het recht, maar wel met oog voor de praktische problemen en de unieke omstandigheden van het betreffende land. Ten slotte is het noodzakelijk dat de bij vredesopbouw betrokken internationale organisaties en instellingen coalities vormen om meer druk te kunnen uitoefenen op onwillige lokale autoriteiten en daarmee de belangen van diegenen die hun huis zijn kwijtgeraakt beter te behartigen.

Omdat er geen algemeen geaccepteerd internationaal recht op huizenteruggave bestaat, is het essentieel een expliciet recht op huizenteruggave op te nemen in vredesverdragen.

Grote vissen

Na afloop van oorlogen met grote mensenrechtenschendingen gaat de meeste aandacht vaak uit naar pogingen om de grootste oorlogsmisdadigers te straffen, zoals in het Bosnische geval Karadzić en Mladić via het Joegoslavië-tribunaal. Dit is volgens Buyse maar een klein deel van het noodzakelijke rechtsherstel. Voor grote groepen slachtoffers is het terugkrijgen van huis en haard – of op zijn minst een reële compensatie voor het verlies – veel belangrijker dan enkel de bestraffing van de ‘grote vissen’. Daarmee kan huizenteruggave ook een bijdrage leveren aan stabiele vrede op de langere termijn.

Antoine Buyse, ‘Post-Conflict Housing Restitution. The European Human Rights Perspective, with a Case Study on Bosnia and Herzegovina’ (Intersentia 2008). De promotor is prof.dr. Rick Lawson. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) financierde het onderzoek.

Zie ook:

Dit artikel is een publicatie van Universiteit Leiden.
© Universiteit Leiden, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 20 februari 2008

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.