Je leest:

Stilte voor de bezuinigingsstorm?

Stilte voor de bezuinigingsstorm?

Auteur: | 26 oktober 2011

Als Cohen de premier was geworden, zou er dan bezuinigd worden op de verzorgingsstaat? Zou Cohen I persoonsgebonden budgetten voor chronisch zieken beperken en de pensioensgerechtigde leeftijd verhogen? De verwachting van kiezers en media is dat sociaaldemocraten dat niet doen. Toch hebben sociaaldemocraten in het verleden wel degelijk in de verzorgingsstaat gesneden. Politicoloog Gijs Schumacher ontdekte dat de hoeveelheid aandacht voor de verzorgingsstaat in een verkiezingsprogramma voorspelt of een sociaaldemocratische partij, eenmaal in het pluche, zal gaan bezuinigen.

De verzorgingsstaat beschermt burgers tegen sociale risico’s zoals werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en armoede. Doordat iedere burger het risico loopt om werkloos of ziek te worden, is collectieve bescherming hiertegen uitermate populair. Menig (linkse) politicus heeft de verzorgingsstaat dan ook heilig verklaard.

Toch hebben diverse sociaaldemocratische partijen in de afgelopen 40 jaar bezuinigd op de verzorgingsstaat. Zo verlaagde Gerhard Schröder, de Duitse bondskanselier van 1998 tot 2005, in 2003 de werkgelegenheidsuitkeringen. Dit leidde tot grote consternatie van de vakbonden en veel linkse parlementsleden. Schröder werd verweten rechts beleid in te voeren; dat de rechtse partijen Schröders plannen steunden hielp daarbij niet.

Hetzelfde overkwam Wim Kok, voormalig premier en minister van Financiën. Toen hij in 1991 samen met coalitiepartner CDA bezuinigingen in de arbeidsongeschiktheidswetgeving goedkeurde, stond het Malieveld in Den Haag binnen de kortste keren vol met demonstranten. Eén vijfde van de PvdA-leden zegde zijn lidmaatschap zelfs op. Welk doel hebben partijen voor ogen door te bezuinigen op de verzorgingsstaat terwijl zij weten dat het veel tegenstand oplevert?

De publieke steun voor de verzorgingsstaat is groot; bezuinigen levert protest en tegenstand op.
FaceMePls

Waarom bezuinigt links?

Soms laten partijen zich leiden door ideologische doelen, soms laten ze zich leiden door machtsoverwegingen. Twee politicologen, Kaare Strøm en Wolfgang Müller laten in hun boek Policy, Office, or Votes? zien dat welke van deze twee doelen prioriteit krijgt afhankelijk is van de relatie tussen partijactivisten en partijleiders. Partijleiders kiezen doorgaans voor de macht; partijactivisten zetten zich in voor ideologische doeleinden. Kortom, als partijactivisten geen enkele zeggenschap hebben over het beleid van de partij, dan zal de partij voornamelijk macht najagen en ideologie links (of rechts) laten liggen.

Het verband tussen macht najagen en sociaaldemocraten die bezuinigen komt op twee manieren naar voren. Ten eerste moeten sociaaldemocraten in veel landen coalities sluiten om in de regering te komen. Veel linkse partijen versterkten hun sociaaldemocratische profiel aan het begin van de economisch moeilijke jaren ‘80. Als gevolg daarvan wilden rechtse partijen niet meer met hen samenwerken en werden veelal centrumrechtse coalities gesloten. Als antwoord hierop deden veel linkse partijen eind jaren ’80 en begin jaren ’90 allerlei rechtse concessies zodat ze aan de macht konden komen. De partijleden van linkse partijen kwamen veelal in opstand tegen deze beslissingen, waarna partijleiders trachtten de macht van de leden te beperken. Dit is bijna in alle linkse partijen in de jaren ’80 en ’90 gebeurd.

Ten tweede kopiëren partijen programma’s die werken. Met ‘werken’ gaat het dan met name om regeringsdeelname. Of het veelal rechtse, neoliberale beleid in de begin jaren ’80 effectief was in het bestrijden van de crisis is op zich niet zo relevant. Het is belangrijker dat de partijen met een neoliberaal programma electoraal succes hadden en daarmee in de regering kwamen. Om dat succes te kopiëren namen partijen elementen uit dat programma over. In het geval van de verzorgingsstaat kwamen sociaaldemocraten tot de overtuiging dat minder verzorgingsstaat en meer markt een goede strategie was om weer aan de macht te komen.

De meeste sociaaldemocraten in Europa moeten net als in Nederland coalities sluiten om in de regering te komen.
Minister-president

Wanneer bezuinigt links?

Als regeringsdeelname een hogere prioriteit heeft dan verzorgingsstaatidealen, dan zijn sociaaldemocratische partijen dus bereid te bezuinigen. Maar wanneer is dit het geval? In dit onderzoek laat ik zien dat de hoeveelheid aandacht die linkse partijen hebben voor de verzorgingsstaat voorspelt of ze bereid zijn te sleutelen aan de verzorgingsstaat. Partijen geven het liefst veel aandacht aan populaire issues en niet aan impopulaire issues. Paul Pierson, een Amerikaanse politicoloog, voorspelde dat gezien de impopulariteit van bezuinigingen, partijen het liefst zwijgen over dit onderwerp.

Als linkse partijen meer aandacht aan de verzorgingsstaat besteden dan eerst, dan signaleren ze dat het behoud van de verzorgingsstaat een prioriteit is. Dit noem ik een positief signaal. Partijen sturen dus een positief signaal als ze in hun verkiezingsprogramma’s vaker dan in het vorige verkiezingsprogramma spreken over pensioenen of werkloosheidsuitkeringen, of beschrijven hoe erg de armoede is in het land. Houden ze daarentegen op met praten over de verzorgingsstaat dan is het behoud van de verzorgingsstaat geen prioriteit meer. Als linkse partijen deze zogeheten negatieve signalen sturen, willen zij het dus eigenlijk over andere populairdere issues hebben. Gebrek aan aandacht suggereert dus dat partijen bereid zijn om te bezuinigen op de verzorgingsstaat.

Verkiezingsprogramma’s langs de meetlat

In mijn onderzoek wordt dus gemeten hoeveel aandacht partijen besteden aan de verzorgingsstaat in hun verkiezingsprogramma’s. Hierbij wordt de Comparative Manifesto Project dataset gebruikt. De onderzoekers van dit project hebben alle verkiezingsprogramma’s van politieke partijen sinds 1945 in verschillende landen gecodeerd. Het doel is om te meten hoeveel aandacht partijen per programma besteden aan verschillende issues.

Steeds grotere stilte

Figuur 1 laat zien hoeveel aandacht de Partij van de Arbeid en Labour (de Britse sociaaldemocraten) aan verzorgingsstaatissues hebben besteed in hun verkiezingsprogramma’s sinds 1972. Zo besteedt de PvdA in 1972 zo’n 11% van haar programma aan de verzorgingsstaat. Dit wordt geleidelijk minder, met als grote klapper de verkiezingen van 1989 en 1994, waarbij de PvdA uiteindelijk in 1994 uitkomt op ongeveer 2% aandacht.

Figuur 1. Percentage aandacht aan verzorgingsstaat in verkiezingsprogramma’s.

De vraag is nu of negatieve signalen ook worden gevolgd door bezuinigingen. Om dat te weten kijk ik naar het gevoerde beleid. Hiervoor heb ik een dataset van Lyle Scruggs gebruikt. Scruggs heeft van vijftien West-Europese en Noord-Amerikaanse landen van 1975 tot 2002 gemeten welk percentage van het laatstverdiende inkomen iemand van de staat ontvangt als gevolg van ziekte, werkloosheid of pensionering. Deze percentages worden ook wel vervangingsratios genoemd. Een verlaging van deze vervangingsratio is dus een bezuiniging.

Door middel van statistische analyses heb ik vervolgens de relatie tussen negatieve en positieve signalen van linkse partijen en de veranderingen in de vervangingsratios onderzocht. Uit deze analyse blijkt dat linkse regeringspartijen inderdaad gaan bezuinigen als ze een negatief signaal hebben gestuurd. Als linkse partijen een positief signaal sturen, blijkt dit geen invloed te hebben op het beleid.

De eerder genoemde bezuinigingen van Kok en Schröder werden in beide gevallen voorafgegaan door een negatief signaal. De prioriteit van het behoud van de verzorgingsstaat nam hier dus af, en daarmee nam de kans dat ze bezuinigingen op dat gebied accepteerden toe. Kok en de PvdA moesten wel bezuinigingen accepteren om in een kabinet te komen. Het CDA en de VVD wilden immers veel bezuinigen en accepteerden de PvdA alleen als coalitiepartner als zij bereid waren concessies te doen op het gebied van de verzorgingsstaat. Wat Schröder en de SPD betreft: door rechts beleid in te voeren verloor Schröder weliswaar kiezers aan de linkerzijde, maar omdat de rechtse partijen het met hem eens waren konden zij op dit issue geen kiezers winnen.

Voor zowel Kok als Schröder had bezuinigen dus een positief gevolg. Schröder en Kok wonnen niet meer zetels, maar consolideerden wel hun positie. In 1994 werd de PvdA zelfs de grootste partij en Wim Kok de premier. Kortom: bezuinigen op de verzorgingsstaat kan best lonen voor linkse partijen. En als Cohen premier was geworden hadden bezuinigingen op de verzorgingsstaat de PvdA wellicht verder geholpen dan de schamele 15 zetels die de PvdA nu volgens de peilingen krijgt.

Wat betekent dit voor de kiezer? Uit dit onderzoek blijkt dat linkse partijen ingrijpende bezuinigingsmaatregelen willen nemen als zij ophouden met praten over de verzorgingsstaat. Als je een partijprogramma leest om te begrijpen wat een partij wil gaan doen, moet je dus vooral lezen wat er niet (meer) gezegd wordt.

Dit artikel is gebaseerd op Gijs Schumacher (2011). Signaling a Change of Heart? How Parties’ Short-Term Ideological Shifts Explain Welfare State Reform. Acta Politica, 46, 331-352.

Zie ook

Dit artikel is een publicatie van Kennislink (correspondentennetwerk).
© Kennislink (correspondentennetwerk), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 26 oktober 2011

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.