Je leest:

Sterrenhopen zwellen op door gasverlies

Sterrenhopen zwellen op door gasverlies

Auteur: | 30 oktober 2007

Sterren worden en masse geboren, uit gigantische gaswolken. Na hun geboorte staan sterren in zulke sterrenhopen vlak bij elkaar, maar in de loop der tijd komen ze steeds verder van elkaar te staan. Dat blijkt uit simulaties van de Bonnse sterrenkundigen Pavel Kroupa en Holger Baumgardt.

Uit waarnemingen blijkt dat alle sterren in groepen (zijn) ontstaan. Het begint allemaal met een grote gaswolk, waarin verdichtingen ontstaan die onder hun eigen gewicht samentrekken en tot sterren uitgroeien. Deze jonge sterren produceren een intense sterrenwind van geladen deeltjes, die het resterende gas uit de wolk wegblaast. Wat overblijft is een sterrenhoop die in de loop van de miljoenen jaren geleidelijk uit elkaar valt, door kleine verschillen in de bewegingen van de afzonderlijke sterren.

De bolvormige sterrenhoop Omega Centauri.

Om dit proces beter te kunnen begrijpen, hebben onderzoekers van de universiteit van Bonn een computerprogramma ontwikkeld dat de invloed van het resterende interstellaire gas op de bewegingen van de sterren nabootst. Daaruit blijkt dat de meeste sterrenhopen al tijdens de gasopruimfase uit elkaar vallen of toch zeker veel sterren kwijtraken. De (zware) sterrenhopen die deze fase weten te overleven, nemen sterk in omvang toe. Dat betekent dat de sterrenhopen zoals we die nu waarnemen kort na hun ontstaan veel compacter zijn geweest. En dat geldt zowel voor de kleine, open sterrenhopen als de grote, bolvormige sterrenhopen.

Zie verder

Dit artikel is een publicatie van Astronieuws.
© Astronieuws, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 30 oktober 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.