Je leest:

Stereotypen kweken soms juist begrip

Stereotypen kweken soms juist begrip

Auteur: | 17 april 2007

Over elke groep in onze samenleving hebben we wel een algemeen idee over hun eigenschappen. Die ideeën noemen we ook wel stereotyperingen. Uit onderzoek is nu gebleken dat hoe we die stereotypen gebruiken, afhankelijk is van het doel dat we hebben. Willen we ons vooral beter voelen over onszelf, dan gebruiken we negatieve stereotypen om een ander de grond in te boren. Maar willen we de ander begrijpen, dan nemen we positieve en negatieve stereotypen bij elkaar om gaten in de informatie die we hebben op te vullen.

Nederland is een multicultureel land bij uitstek. Over elke bevolkingsgroep, of het nu inwoners van de provincie Groningen, 65-plussers of Marokkanen zijn, bestaan algemene ideeën over hun eigenschappen. Zo worden bijvoorbeeld vrouwen vaak gezien als afhankelijk, Marokkanen als crimineel, Groningers als stug en mannen als technisch.

Wanneer deze ideeën worden toegepast op een individueel lid van zo’n groep, spreken we van stereotypering. Als je bijvoorbeeld bij het installeren van internet de buurman in plaats van de buurvrouw om hulp vraagt, omdat de laatste “toch geen verstand heeft van techniek,” ben je aan het stereotyperen.

Als je bij het installeren van internet de buurman in plaats van de buurvrouw om hulp vraagt, omdat de laatste “toch geen verstand heeft van techniek,” ben je aan het stereotyperen.

Over het algemeen wordt stereotyperen gezien als iets slechts dat je beter niet kunt doen. Dit klopt ook voor een groot deel: ten eerste zijn deze ideeën over bevolkingsgroepen vaak overdreven of simpelweg niet waar en ten tweede is iedereen verschillend en hoeft zo’n stereotype dus niet van toepassing te zijn op een bepaald individu. Omdat het gebruik van stereotypen vaak problematisch is, rijst de vraag wanneer iemand stereotypen gebruikt en of er ook verschillen zijn in de soort stereotypen die mensen gebruiken.

Je eigen behoeften bepalen hoe je de wereld om je heen ziet

Om deze vraag te beantwoorden ben ik teruggekeerd naar het idee dat de doelen en behoeften die je hebt, beïnvloeden hoe je de wereld om je heen ziet. Een bekend voorbeeld hiervan is iemand die in de Sahara rondloopt met een enorme dorst en al snel een ‘fata morgana’ van een koel meertje voor zich ziet, om vervolgens te merken dat het maar een luchtspiegeling was. Deze persoon wou dus zo graag iets drinken, dat hij zijn eigen ogen voor de gek hield. Een ander voorbeeld is een fervente skateboarder die in elk onschuldig trapje of stukje asfalt een geweldige mogelijkheid ziet om skateboardtrucs uit te halen. Kortom, mensen zien vaak wat ze willen zien.

Waar je oma gewoon een hekje ziet, ziet een fervente skateboarder een mogelijkheid om allerlei trucs en stunts uit te halen.

Het zou dus misschien ook zo kunnen zijn dat bepaalde belangrijke doelen en behoeften ook kunnen beïnvloeden hoe je andere mensen ziet. En hier komen de stereotypen weer om de hoek kijken. Want als je stereotypen gebruikt, kun je iemand op een bepaalde manier zien zonder dat je eigenlijk iets van hem of haar weet. Je kunt als het ware een label op iemand plakken.

Verschillende doelen

Om dit idee te testen, ben ik gaan kijken naar twee belangrijke doelen die mensen hebben: het doel om je goed te voelen over jezelf en het doel om je omgeving te begrijpen. Deze twee doelen kunnen soms sterker zijn dan anders. Zo zul je bijvoorbeeld meer behoefte hebben om je goed te voelen wanneer je net een slecht cijfer op een examen hebt gehaald en zul je iemand beter willen begrijpen als diegene je in een sollicitatiegesprek een vraag stelt.

Het is bekend dat hoe je je over jezelf voelt, veel te maken heeft met hoe je anderen ziet: als iedereen bijvoorbeeld een slecht cijfer heeft gehaald op dat tentamen voel je je beter dan wanneer jij de enige bent met een slecht cijfer.

Hoe je je over jezelf voelt, heeft erg te maken met hoe je anderen ziet. Als je bijvoorbeeld net een tentamen heel slecht gemaakt hebt, voel je je beter als anderen het ook verprutst hebben. Bij gebrek aan zulke anderen, kun je jezelf ook oppeppen door anderen op basis van stereotypen de grond in te boren.

Je voelt je beter als je iemand anders de grond in kunt boren

Daarom verwachtten we dat mensen meer negatieve stereotypen gebruiken wanneer ze zich beter willen voelen. Hierdoor kan men de ander immers in een slechter daglicht stellen, zodat je jezelf weer wat beter kunt voelen. Wat we ook nog verwachtten, was dat mensen die zich beter willen voelen niet over het algemeen anderen negatiever zien, maar dit vooral doen als er ook negatieve stereotypen over bestaan hen bestaan.

Dit omdat bestaande stereotypen je het gevoel kunnen geven een goede reden te hebben om anderen slecht af te kunnen schilderen en waarschijnlijk beter werkt om jezelf op te peppen dan iemand anders zonder enige reden de grond in te boren. Bijvoorbeeld, als je je niet goed voelt over jezelf terwijl je ‘Lotto weekend miljonairs’ aan het kijken bent op tv, en een vraag wordt verkeerd beantwoord, zul je eerder geneigd zijn om te zeggen “wat dom van die persoon” als het een Belg is, dan als het een Nederlander is. Maar als je je goed voelt over jezelf zou je dit waarschijnlijk helemaal niet zeggen, maar eerder gewoon toegeven dat Robert ten Brink’s vraag wel heel moeilijk was.

Kijk je goedgehumeurd naar een quiz waarin iemand het foute antwoord geven, dan zul je waarschijnlijk vinden dat de vraag inderdaad wat moeilijk was. Voel je je niet zo goed over jezelf, dan zul je de kandidaat vast dom vinden omdat hij of zij een Belg/huisvrouw/boer* is. (* Vul het gewenste stereotype in)

Stereotypen helpen ons anderen te begrijpen

Het tweede doel, meer willen begrijpen heeft ook veel te maken met stereotyperen: vaak gebeuren er allerlei dingen in de wereld om ons heen die we niet precies kunnen verklaren. Stereotypen kunnen dan helpen om die incomplete informatie in te kleuren.

Stel dat je een praatje maakt met een jongen op een feest die er enigszins ‘nerdy’ uitziet en het gesprek loopt totaal niet en je begrijpt weinig van hem. Om dit te verklaren zou je gebruik kunnen maken van het stereotype van een computernerd en denken “O ja, dat komt natuurlijk omdat hij een nerd is: hij heeft wel verstand van computers en is slim, maar hij heeft verder weinig ervaring met het praten met mensen in het echte leven”. Zoals uit dit voorbeeld blijkt, gebruik je met zo’n begripsdoel zowel positieve (slim, verstand van computers) als negatieve stereotypen (niet sociaal) bij het interpreteren van andermans gedrag.

Andere doelen, ander gebruik van stereotypen

Uit dit onderzoek kunnen we de conclusie trekken dat je niet zomaar gebruik maakt van stereotypen in het dagelijkse leven, maar dat dit afhankelijk is van de doelen die je hebt. Wanneer je je beter wilt voelen zul je vaker negatieve stereotypen gebruiken bij de beoordeling van anderen, maar geen positieve. Wanneer je meer wilt begrijpen, zul je zowel positieve als negatieve stereotypen gebruiken als je een indruk aan het vormen bent van anderen. Als we naar het volgende plaatje kijken, hebben beide vrouwen waarschijnlijk niet de behoefte om elkaar beter te begrijpen, maar eerder om zich beter te voelen over zichzelf!

Deze vrouwen hebben waarschijnlijk niet de behoefte om elkaar beter te begrijpen, maar eerder om zich beter te voelen over zichzelf

Literatuur

Kunda, Z., & Spencer, S.J. (2003). When do stereotypes come to mind and when do they color judgment? Psychological Bulletin, 129, 522-544.

Dit artikel is een publicatie van Rijksuniversiteit Groningen (RUG).
© Rijksuniversiteit Groningen (RUG), alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 17 april 2007

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.