Je leest:

Ster is oud nieuws

Ster is oud nieuws

Auteur: | 1 oktober 2001

Wat je ver haalt is lekker. Geen astronoom die dat in twijfel trekt. Maar in de sterrenkunde geldt ook: wat je ver haalt is oud. Wie ver het heelal in tuurt, kijkt ook ver terug in de tijd. En hoe groter de afstand, des te verder duik je het verleden in. Zo beschouwd zijn telescopen eigenlijk tijdmachines.

Het begint al met de maan, het dichtstbijzijnde hemellichaam. Die zie je nooit zoals ze is, maar altijd zoals ze was. De maan staat op een kleine vierhonderdduizend kilometer afstand van de aarde. Een lichtstraal doet daar iets meer dan een seconde over. Het licht van de maan is dus ruim een seconde onderweg voordat het op aarde aankomt. Je ziet de maan altijd zoals ze er 1,3 seconden eerder uitzag.

Bij de zon is het effect al een stuk sterker. De zon staat op 150 miljoen kilometer afstand – ruim acht minuten voor een lichtstraal. Zou de zon morgenochtend om precies 10.00 uur uit gaan, dan komen de laatste zonnestralen pas om 10.08 uur op aarde aan. Acht minuten lang zien we de zon terwijl ze er eigenlijk al niet meer is. Anders gezegd: we kijken acht minuten terug in de tijd.

Bij de maan en de zon merk je er weinig van dat je terugkijkt in de tijd. In 1,3 seconden verandert de maan niet plotseling van uiterlijk, en ook op de zon gebeurt in een periode van acht minuten niet veel opzienbarends. Maar bij de sterren aan de nachtelijke hemel ligt dat anders. Die staan zo ver weg dat je soms honderden of duizenden jaren terugkijkt in de tijd. Wie weet zien we sterren die er al lang niet meer zijn.

Neem bijvoorbeeld de ster Betelgeuze in het sterrenbeeld Orion (half oktober komt het sterrenbeeld rond middernacht op in het oosten). Betelgeuze staat op een afstand van 428 lichtjaar. Dat betekent dat een lichtstraal (met een snelheid van driehonderdduizend kilometer per seconde) er 428 jaar over doet om de afstand van Betelgeuze naar de aarde af te leggen. Het licht dat we vannacht van de ster ontvangen, is dus al onderweg sinds het jaar 1573. We kijken ruim vier eeuwen terug in de tijd.

Sterrenkundigen weten dat Betelgeuze het einde van zijn leven nadert. Binnenkort knalt de ster uit elkaar in een geweldige supernova-explosie. ‘Binnenkort’ is in de astronomie een ruim begrip: de knal kan best nog tienduizend jaar op zich laten wachten. Maar het is ook mogelijk dat de ontploffing honderd jaar geleden al heeft plaatsgevonden. Het licht van de supernova-explosie heeft dan alleen nog geen tijd gehad om de aarde te bereiken; wij zullen de ster pas in het jaar 2329 zien sterven.

Hoe ver kun je terugkijken zonder grote telescopen te gebruiken? Ruim twee miljoen jaar. Op het moment dat het sterrenbeeld Orion opkomt, staat hoog aan de hemel, dicht bij het zenit, de Andromedanevel – een zwak lichtveegje dat op een donkere plek ver buiten de bebouwde kom nèt met het blote oog te zien is. De Andromedanevel is een compleet sterrenstelsel, dat uit een paar honderd miljard sterren bestaat. De afstand bedraagt 2,2 miljoen lichtjaar, en een blik op het wazige lichtvlekje komt dus overeen met een tijdreis van 2,2 miljoen jaar. Wij zien de Andromedanevel zoals hij eruit zag toen Homo erectus de Afrikaanse steppe bevolkte.

De oerknal op tv

Het oudste signaal in het heelal is de kosmische achtergrondstraling, het afgezwakte overblijfsel van de energie waarmee het universum zo’n dertien miljard jaar geleden begon in een geweldige oerknal. Deze zwakke microgolfstraling is overal in het heelal aanwezig, zelfs op uw tv. Stem de tv af op een ‘leeg’ kanaal. Ongeveer één procent van de ‘sneeuw’ op het scherm wordt veroorzaakt door de storende invloed van de oerknalstraling.

Dit artikel is een publicatie van Allesoversterrenkunde.nl.
© Allesoversterrenkunde.nl, alle rechten voorbehouden
Dit artikel publiceerde NEMO Kennislink op 01 oktober 2001

Discussieer mee

0

Vragen, opmerkingen of bijdragen over dit artikel of het onderwerp? Neem deel aan de discussie.

NEMO Kennislink nieuwsbrief
Ontvang elke week onze nieuwsbrief met het laatste nieuws uit de wetenschap.